Aandacht voor vrouwen blijft geboden

Door Anneke van Doorne-Huiskes
VVAO, Afdeling Utrecht

 

Aandacht voor vrouwen blijft geboden, zeker. Voor vrouwen in Nederland, voor vrouwen wereldwijd. Te beginnen met het laatstgenoemde onderwerp. Het ‘Global Gender Gap Report 2020’ noemt belangwekkende cijfers. Wereldwijd staat de teller van vrouwen, als die van mannen op 100 wordt gesteld, op 68,6%. Een gender gap van 31,4%, dat is geen geringe afstand. Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat de situatie van mannen wereldwijd geheel op orde is. Verre van dat. Maar dat is nu niet het punt.

 

De grootste gender-ongelijkheid doet zich voor op het vlak van de politieke macht. Zo wordt een aandeel van 25% vrouwen in de parlementaire zetels wereldwijd genoemd. Eén blik op televisiejournaals laat zien hoe zeer de beslissingsmacht in vrijwel alle landen in handen is van mannen.

Onderwijs

Toegang tot het onderwijs is cruciaal voor een verdergaande emancipatie van vrouwen. Die toegang is wereldwijd nog niet verzekerd. Met name in een aantal ontwikkelingslanden moet er nog het nodige gebeuren om meisjes en vrouwen gelijke onderwijskansen te geven als jongens en mannen. Niet alleen op individueel niveau is onderwijs van levensbelang, maar ook op het niveau van samenlevingen als geheel. Naarmate bevolkingen, mannen en vrouwen, meer geletterd zijn, stijgt het welvaartspeil van een samenleving. Scholing specifiek van vrouwen brengt nog een aantal andere majeure voordelen teweeg: vrouwen krijgen minder kinderen, waardoor de armoede in een land kan afnemen; vrouwen hebben een betere toegang tot de betaalde arbeid; daardoor vermindert hun afhankelijkheid van mannen en zijn zij weerbaarder tegen vormen van (seksueel) geweld.

Wereldwijd

Een belangrijk instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen wereldwijd is de Commission on the Status of Women (CSW), een subcommissie van de VN-divisie Economic and Social Council (ECOSOC) (bron 1) CSW (reeds opgericht in 1946), speelde een belangrijke rol bij de organisatie van de vier VN-wereldconferenties voor de versterking van de posities van vrouwen (bron 2). Tijdens de laatste en vierde wereldvrouwenconferentie in 1995 in Beijing heerste er bij de regeringsdelegaties en de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld groot optimisme: een progressief slotdocument richting meer gelijkheid en emancipatie van vrouwen en LHBTI’ers was het resultaat. Dat optimisme is geluwd. In de jaren na 1995 hebben conservatieve krachten in verschillende landen geprobeerd om de rechten van vrouwen weer te beknotten. Met name op het vlak van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, seksueel-vormende educatie, ontkennen van verschillende vormen van familie, anders dan het heteroseksuele kerngezin. En, meest schadelijk voor de vrouwenzaak wereldwijd, het keer op keer introduceren van soevereiniteitsclausules, waardoor nationale regels en wetten prevaleren boven internationale afspraken en verdragen. ‘Holding the line’ is nu een belangrijke strategie van de jaarlijkse CSW-bijeenkomsten. Dit om een ‘backlash’ in vrouwenrechten te voorkomen. Een zorgelijke ontwikkeling, die bij voortduring om aandacht blijft vragen.

Nederland

In Nederland dan vervolgens. Hoe is daar de stand van de emancipatie van vrouwen? Die vraag is nog niet zo gemakkelijk te beantwoorden, als niet echt duidelijk is wat onder een geëmancipeerde samenleving zou kunnen worden verstaan. De Nederlandse politiek heeft daar nooit hele specifieke uitspraken over gedaan. In een coalitieland als Nederland, met allerlei culturele stromingen, denkrichtingen, religieuze overtuigingen en ideologieën is eenvormigheid op het vlak van emancipatiedoelen moeilijk te realiseren. Maar laten we wat indicatoren noemen, overwegend aan de Emancipatie Monitor 2020 ontleend (bron 3).

Meer vrouwen economisch zelfstandig, een ruimere doorstroom van vrouwen naar de top en een hogere sociale veiligheid voor vrouwen. Op korte termijn zijn dat de huidige emancipatiedoelstellingen van het landelijk emancipatiebeleid. Onderwijs wordt in die doelen niet genoemd. Toch even aandacht daarvoor. In bepaalde opzichten een succesdossier bij uitstek. Meisjes doen het goed in het onderwijs. Meer meisjes op havo- en vwo-niveau, meer jongens in het praktijkonderwijs en het vmbo. Binnen het mbo zijn meisjes vaker te vinden in niveau 4, jongens vaker in de niveaus 2 en 3. Hbo en wo tellen meer vrouwelijke dan mannelijke eerstejaars. Vrouwen sluiten hun studies sneller en vaker af dan mannen. Voor het eerst in de geschiedenis zijn er meer hoger opgeleide (hbo- en wo-niveau) vrouwen in de bevolking van 15 tot 65 jaar dan mannen: 38% versus 37% in 2019. Bij deze mooie resultaten blijven de studiekeuzen overigens nog vrij seksespecifiek. Meer meisjes en vrouwen in techniek – op alle niveaus - , bèta en ict blijft een uitdaging. Meer mannen in de zorg ook. Als we naar de arbeidsmarkt van de – nabije – toekomst kijken, dan zullen ict-vaardigheden steeds noodzakelijker worden. Vrouwelijke werkers dienen daar op voorbereid te zijn.

Ecomisch zelfstandig

Economisch en financieel zelfstandige vrouwen nemen toe in getal, al blijft hun aandeel lager dan dat van mannen (bron 4). Die financiële zelfstandigheid wordt door vrouwen in het algemeen ook minder belangrijk geacht dan door mannen. Het feit dat Nederland een deeltijdland bij uitstek is, heeft daar zeker mee te maken. Vrouwen in Nederland hebben in de regel kortere werkweken, dan vrouwen in de EU in het algemeen. Duur van de werkweek verschilt overigens per leeftijdsgroep. Hoe hoger men is opgeleid, hoe meer men bij het beroepsleven is betrokken. Hoger opgeleide werkende vrouwen werken gemiddeld 31 uur, tegenover 27 uur bij de middelbaar opgeleide en 24 uur bij de lager opgeleide vrouwen. Uit deze cijfers blijkt dat er In Nederland nog een behoorlijk vrouwelijk arbeidspotentieel is, dat zou kunnen worden aangeboord. Dat is relevant in het licht van de armoedebestrijding onder vrouwen en ook in het licht van arbeidstekorten in uitvoerende beroepen in de zorg en bij bijvoorbeeld leerkrachten in het basisonderwijs. Het zou goed zijn als volgende kabinetten deze problematiek expliciet adresseren.

Naar de top

Meer vrouwen naar de top, het blijft een hardnekkige kwestie. Maar er is een recent succes geboekt: op 11 februari 2021 nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘Diversiteit’ in de top van het bedrijfsleven aan: minstens 30% vrouwen in Raden van Commissarissen van beursgenoteerde ondernemingen. Er is veel meer over de stand van emancipatie te zeggen. Raadpleeg voor meer informatie de Emancipatie Monitor 2020. Er staat veel lezenswaardigs in.

 

Bronnen

  1. Anneke van Doorne-Huiskes e.a. (2017) Van privéprobleem tot overheidszorg: Emancipatiebeleid in Nederland. Atria/LECTURIUM uitgeverij.

  2. Deze wereldconferenties vonden plaats in Mexico (1975), Kopenhagen (1980), Nairobi (1985), Beijing (1995).

  3. Emancipatie Monitor 2020 (2021). CBS/SCP. Den Haag.

  4. In 2019 is 64% van de vrouwen van 15 jaar tot de AOW-leeftijd economisch zelfstandig en 81% van de mannen.

 

 

 


Schrijf je in voor 'The VVAO Post'

Snel naar
Home
Over VVAO
Afdelingen
Agenda
Nieuws
Privacystatement
Cookie statement

Contact
VVAO Kantoor 
Herengracht 237a
1016 BH Amsterdam
kantoor@vvao.nl

© 2021 V.V.A.O.. ALL RIGHTS RESERVED