In de Algemene Ledenvergadering van 20 juni j.l. legde Jeanne Martens het voorzitterschap van de VVAO neer na zes spannende en inspannende jaren. We hadden haar een feestelijker afscheid gegund dan via een zoomvergadering waarin ook nog eens een stroomstoring optrad. Maar dat feestelijke afscheid komt nog, in een toekomst waarin de mensen hopelijk weer wat minder afstand hoeven te houden. Jeanne Martens was zo vriendelijk zich door de samenstelsters van dit stuk, Jeanne Holierhoek en Margreet de Pater van de afdeling Delft, te laten interviewen. Tevoren hadden zij een belronde gedaan om wat impressies te verzamelen over hoe binnen de afdelingen over haar voorzitterschap werd gedacht. Zij konden niet alle afdelingen bereiken, maar de reacties waren talrijk en gelijkgestemd genoeg om zich te wagen aan een samenvatting.     

Belronde

Energiek, ambitieus, benaderbaar en betrokken. Die kwalificaties keerden in de belronde veelvuldig terug. Een fijn mens, een sympathieke persoon met belangstelling voor de afzonderlijke leden. Dat ze in het begin van haar voorzittersperiode alle afdelingen bezocht, werd gewaardeerd en bewonderd: in korte tijd, naast je gewone werk, heel Nederland doorkruisen, ga er maar aan staan! En het waren geen plichtmatige bezoekjes: Jeanne dacht mee, bleef napraten en gedroeg zich als 'gewoon’ lid onder de afdelingsleden.

Daarnaast kon ze bekwaam een algemene ledenvergadering leiden. Zo’n vergadering verliep niet altijd soepel, want VVAO-vrouwen deinzen niet terug voor het leveren van ongezouten kritiek. Samen met de overige HB-leden kon Jeanne die kritiek elegant incasseren. De VVAO kreeg in haar voorzittersperiode een nieuwe dynamiek. Ze bleef niet zitten kniezen als de koers van het HB onder druk van de leden moest worden bijgesteld. Ze zette zich met haar bestuur over teleurstellingen heen en keek naar wat er wél mogelijk was. Onder haar leiding veranderde de VVAO van een ietwat suffe club in een vereniging die zich afvroeg hoe vorm te geven aan het toekomstig functioneren. Zelfs durfde Jeanne de vraag te stellen of de vereniging nog wel reden van bestaan had. Die bestaansreden is er nog steeds, daar waren de leden het wel over eens. De emancipatie van de vrouw is niet af. Ook voor hoogopgeleide vrouwen zijn er nog veel verworvenheden te beschermen, moeten er nog idealen worden verwezenlijkt. En daartoe dienen de krachten te worden gebundeld. Wel is er het gevaar dat het HB zich in zijn drang om te vernieuwen en te verjongen zal loszingen van de achterban. Dat gevaar is door woordvoersters van de afdelingen tijdens de belronde geregeld gesignaleerd. Na een algemene ledenvergadering keerden de leden van de afdelingsbesturen geïnspireerd en gemotiveerd terug naar hun eigen afdeling, om daar te moeten constateren dat het enthousiasme over de uitgezette koers niet erg groot was, dat men het liefst op de oude voet voortging, dat er naar de mening van de afdelingsleden te veel vernieuwingen tegelijk werden aangedragen. De kringen, de algemene afdelingsbijeenkomsten, de gezelligheid, vaak werd dat alles belangrijker geacht dan actief aan de maatschappelijke weg te timmeren en de empowerment te bevorderen. Maar volgens Jeanne Martens zijn er tussenoplossingen mogelijk waarin aan iedereen recht wordt gedaan – en hiermee komen we bij het vraaggesprek dat we met haar voerden.

Interview

'Je moet slimme vragen stellen,’ was meteen al haar advies aan ons als niet professioneel geschoolde interviewsters, 'dat voorkomt nutteloos en tijdrovend transcriberen.’ Zo’n advies is kenmerkend voor een gelukkige combinatie van twee eigenschappen die haar tijdens haar voorzitterschap kenmerkten: meedenken, maar tegelijkertijd gericht blijven op efficiëntie. In de afgelopen jaren was dat voorzitterschap een van haar vele activiteiten. Daarnaast heeft ze een baan aan de Hogeschool van Amsterdam, waar ze zich vooral bezighoudt met onderzoek. Ze heeft een eigen bedrijf, dat trainingen, workshops en lezingen verzorgt. Ze heeft nu na een aantal jaren haar proefschrift voltooid. En toen ze voorzitter van de VVAO werd, was het niet haar bedoeling om op de winkel te passen, maar de vereniging op te schudden. Waar heeft ze al die jaren de energie en de tijd vandaan gehaald?

Om te beginnen is voor haar een werkdag niet ’s avonds om zes uur voorbij. En het werk begint ’s ochtends om zeven uur, in de trein naar Amsterdam. Tijdens de reis heeft ze een uur de tijd om haar mailbox te legen, want meer dan twintig onbeantwoorde berichten maken haar onrustig. Energie ontleent ze deels aan haar optimisme en enthousiasme: ze stapt over teleurstellingen heen, denkt niet zozeer na over belemmeringen maar kijkt liever naar waar de kansen liggen. Verder put ze energie uit contacten met anderen, ze is graag onder de mensen. In die zin was het voor haar geen corvee om alle VVAO-afdelingen te bezoeken. Bovendien bevruchten haar activiteiten elkaar wederzijds. Op de HvA wijdt ze zich aan onderzoek naar failure and recovery van ondernemers (huiselijk vertaald: mislukken en weer opkrabbelen). Samen met een collega leidt ze dit onderzoek, waarin met hulp van studenten zo’n zevenhonderd faalverhalen zijn verzameld. Studenten horen vaak alleen maar succesverhalen over ondernemerschap: over Steve Jobs, Bill Gates. Toch is het goed dat ze een evenwichtig beeld voorgeschoteld krijgen: er zijn kansen genoeg, maar het kan ook geen kwaad je voor te bereiden op tegenslagen.

Hier komt ook het thema van haar promotieonderzoek in beeld: netwerken, en hoe doen vrouwen dat? Hoe waarderen vrouwen hun eigen netwerken en op welke manier maken ze er gebruik van? In dit opzicht valt er een verschil tussen mannen en vrouwen te constateren: mannen halen een grotere opbrengst uit hun netwerken, vrouwen schatten hun netwerken minder positief in. Hoe staat het met het netwerk dat VVAO heet? In de afgelopen jaren heeft Jeanne er veel aan gedaan om er een interessante organisatie van te maken voor vrouwen die volop bezig zijn een carrière op te bouwen en met het oog daarop behoefte hebben aan een stimulerend netwerk. Ze heeft een scherp oog voor wat ze 'de spagaat’ noemt: in de afdelingen overheerst vaak de behoefte aan gezelligheid, op landelijk niveau zijn de ambities groter. Hoe verzoen je het een met het ander? Er is in Jeannes voorzittersperiode hard gewerkt aan een visiedocument en dat ligt er nu, maar de toepassing en uitwerking moeten nog komen. Jeanne geeft een paar tips.      

Gezelligheid en inhoud zouden moeten worden gecombineerd. Eigenlijk kan dat ook niet anders, want een ongezellige vereniging bloedt snel dood, een vereniging zonder inhoud trouwens ook. Er is een belangrijke taak weggelegd voor de afdelingsbesturen, constateert ze. Die zouden de gezamenlijk vastgestelde visie dienen te vertalen naar de eigen afdeling, die visie daar met overtuiging moeten uitdragen en concretiseren. Toen ze als VVAO-voorzitter aantrad, sprak Jeanne in haar speech over de 'minimale standaard’ waaraan elke afdeling inhoudelijk zou moeten voldoen. Een spelletjesmiddag kan oergezellig zijn, maar daar mag een VVAO-afdeling het niet bij laten. Er zijn zo veel ervaringen uit te wisselen, zo veel vragen aan elkaar te stellen, er is zo veel kennis te verwerven en over te dragen. Jongeren kunnen veel leren van ouderen, zolang die ouderen maar niet komen met betweterige stellingnames als 'Je moet geen kunstgeschiedenis gaan studeren, in die sector is nauwelijks werk, neem dat van mij aan.’ Ervaringen moeten we oprecht delen. Jongeren hebben vaak niet genoeg tijd voor bijvoorbeeld een lees- of wandelkring, maar een algemene bijeenkomst, met een lezing van iemand met een klinkende naam over een interessant thema bezoeken ze graag. Ze hoeven dan niet meteen lid te worden, maar op den duur kan het toch een lidmaatschap opleveren. Gezelligheidsgroepjes hebben vrouwen toch al wel, de VVAO zou iets extra’s moeten bieden in de vorm van een inhoudelijke lijn. De bedoeling is dat de nieuwsgierigheid wordt geprikkeld, dat er kennis wordt gedeeld, dat aan vrouwen met een migratieachtergrond hulp wordt geboden bij het inburgeren: wat zijn hier de mores, welke waarden en normen gelden er in ons land? Een universitair diploma geeft nog geen antwoord op die vragen. En dan is er de taak van de VVAO naar buiten toe: een Internationale Vrouwendag stevig neerzetten, een substantieel artikel publiceren, deelnemen aan het overleg in grotere organisaties. Ideeën genoeg, en als ze het over de uitwerking daarvan heeft, neemt Jeanne zelfs de term 'morele plicht’ in de mond.

 Is Jeanne een feministe? Toen Astrid Joosten haar tijdens de lustrumviering die vraag stelde, was haar antwoord: 'Ik heb geen idee.’ Waar het haar om gaat is dat vrouwen gelijke kansen krijgen, dezelfde mogelijkheden, onder dezelfde voorwaarden. En die situatie is nog steeds niet bereikt. Nog steeds hebben te weinig vrouwen een topfunctie, krijgen ze te vaak voor hetzelfde werk minder betaald dan mannen, wordt het als te vanzelfsprekend beschouwd dat een vrouw die moeder wordt in deeltijd gaat werken, krijgen vrouwen minder gemakkelijk de financiering van een project rond, worden ze soms gekwalificeerd als 'te ambitieus’, enzovoort. Natuurlijk, niet iedere vrouw hoeft door te groeien naar de top, maar vrouwen moeten wel voldoende vertegenwoordigd zijn in het middenmanagement opdat er uit die middenlaag vrouwen naar de top kunnen doorstoten. Jeanne vindt het bemoedigend dat er steun komt van mannen, ook van mannen in topfuncties. Vaak worden juist die mannen de grootste voorvechters van de vrouwenemancipatie, wanneer ze de obstakels zien waar hun dochters op stuiten.

En nu is er ruimte voor een nieuw bestuur. Jeanne blijft betrokken bij het wel en wee van de VVAO, ze heeft zich zelfs alweer lichtelijk bemoeid met zaken in haar eigen afdeling Den Bosch-Tilburg. Maar ze is niet van plan over haar eigen graf te gaan regeren. Als er een beroep op haar wordt gedaan zal ze daar welwillend op reageren. Voorlopig lonkt echter een andere gebeurtenis: op 11 september zal ze haar proefschrift verdedigen in de aula van de VU, voor een publiek van maximaal 30 personen. De promotieplechtigheid zal ook digitaal te volgen zijn.

We wensen Jeanne Martens toe dat die elfde september een mooie, feestelijke dag zal worden, ondanks de speciale omstandigheden. Hopelijk ontmoeten we haar nu en dan nog op een landelijke bijeenkomst. Zijzelf voorziet al hoe over een aantal jaren de reacties zullen zijn: `Wie is die mevrouw en wat komt ze hier doen?’ Toch zullen er zeker leden zijn die zich dan nog met dankbaarheid herinneren dat Jeanne Martens vriendelijk maar vasthoudend heeft gewrikt aan de fundamenten van de VVAO, om er een toekomstbestendige organisatie van te maken.

Jeanne Holierhoek en Margreet de Pater, afdeling Delft