VVAO heeft het proefschrift gesponsord van Christine Rustenburg (lid afdeling Amsterdam), getiteld ‘Degeneration of the lumbar spine: preclinical concepts for clinical questions’. Hieronder een korte samenvatting van de inhoud. 
Een link naar het proefschrift vind je hier.

Slijtage van het onderste deel van de ruggengraat, ook wel degeneratie van de lumbale wervelkolom genoemd, is een van de grootste veroorzakers van chronische lage rugpijn. Er wordt aangenomen dat het proces begint met slijtage van de tussenwervelschijven. Gezien het een progressief proces is, kan dit uiteindelijk tot de novo degeneratieve lumbale scoliose leiden. Er zijn momenteel geen effectieve therapieën beschikbaar die dit proces kunnen vertragen, stoppen of omkeren. Gezien de gemiddelde levensverwachting van de bevolking steeds verder oploopt, is degeneratie van de lumbale wervelkolom een belangrijk gezondheidsprobleem. Mijn proefschrift bevat een preklinische basis voor een beter begrip van het degeneratieproces en voor de ontwikkeling en implementatie van therapieën voor de degeneratieve lumbale wervelkolom. De huidige therapieën en manier waarop degeneratie wordt vastgesteld worden geëvalueerd en er wordt een opstap naar toekomstige therapieën gegeven.

De studies die worden beschreven in mijn proefschrift leiden tot de volgende conclusies:

  • De novo degeneratieve lumbale scoliose lijkt, in vergelijking tot lumbale wervelkolommen van de dezelfde leeftijd zonder degeneratieve scoliose, tot een stijvere en minder flexibele lumbale wervelkolom te leiden.
  • De huidige chirurgische behandeling van degeneratieve scoliose is niet optimaal. Laminectomie op het niveau van de apex lijkt de flexibiliteit van de lumbale wervelkolom te vergroten terwijl deze binnen fysiologische grenzen blijft. De opvolgende achterste fixatie resulteert echter in veel stijvere en minder flexibele lumbale wervelkolommen, vergeleken met zowel hun natieve toestand als lumbale wervelkolommen van de dezelfde leeftijd zonder degeneratieve scoliose.
  • Een duidelijke, uniforme definitie en betrouwbaar classificatiesysteem voor discusdegeneratie ontbreken in zowel onderzoek als klinische praktijk, wat resulteert in heterogeniteit van onderzoeksdeterminanten.
  • De injectie van collagenase en cABC in tussenwervelschijven van geiten is een betrouwbare ex vivo methode om mild gedegenereerde tussenwervelschijven te reproduceren. Dit model kan gebruikt worden om het effect en de veiligheid van huidige en toekomstige therapieën voor discusdegeneratie te testen.
  • Een klinisch algoritme voor de behandeling van discusdegeneratie bestaat niet, maar zou kunnen worden opgesteld naar aanleiding van het klinisch algoritme van artrose, omdat beide aandoeningen opmerkelijk vergelijkbaar zijn. Er bestaan echter grote verschillen tussen de aandoeningen in hun reputaties onder zowel clinici als patiënten en de samenleving.

Voor meer informatie aangaande mijn proefschrift kunt u contact met mij opnemen via c.rustenburg@amsterdamumc.nl.