3 minuten lezen

 

In korte interviews vertellen VVAO-vrouwen de komende weken hun verhaal. Allemaal hebben zij nu te maken met (de gevolgen van) de coronacrisis. Hoe? Dat lees je in onze serie VVAO-vrouwen in coronatijd. In dit tweede deel is Esther de Vries aan het woord, lid van de VVAO afdeling Den Bosch-Tilburg.

 

Esther de Vries (kinderarts) is bijzonder hoogleraar Ketenzorg aan de Tilburg University, onderzoeker in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg en coördinator Data Science in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in ‘s-Hertogenbosch. Zij is lid van de Raad van Toezicht (RvT) bij een ouderenorganisatie in Brabant en bij een organisatie voor hulp bij een verstandelijke of psychische beperking in het noorden van het land. In beide RvT’s is zij lid van de commissie Kwaliteit en Veiligheid; in Brabant is zij ook voorzitter van die commissie. In dit gesprek gaat het vooral over haar rol als toezichthouder.

 

Esther de Vries, toezichthouderEsther de Vries, toezichthouder 

 

Samen de balans vinden

Esther de Vries: "De Raad van Toezicht en de commissie Kwaliteit en Veiligheid in het bijzonder, houdt de vinger aan de pols als het gaat om kwalitatief goede en veilige zorg. Ook in deze coronacrisis. Nog meer dan anders zoeken we naar de balans tussen inhoudelijke betrokkenheid en toezichthouder zijn: enerzijds hulp aanbieden en klankbord zijn en anderzijds de bestuurders niet in de weg zitten.

Die balans vind je samen met de collega’s in de RvT en met de bestuurders in de organisatie. Dat kan lastig zijn omdat binnen de RvT de ideeën over die balans tussen afstand en betrokkenheid kunnen verschillen. Maar ook naar de bestuurders toe is het een precair evenwicht: als je je iets meer terugtrekt kun je horen ‘Ik voel me alleen staan’ en als je er meer op afstapt, kan de reactie zijn ‘We hebben het heus op orde.’ "

 

In contact blijven

'Wat helpt is in contact blijven. Dat is nu moeilijker, omdat we elkaar niet fysiek zien. Normaal zijn we regelmatig bij de organisaties, voor de vergaderingen, voor een locatiebezoek of als er iets gevierd wordt. Dan regel je veel dingen informeel. Dat doen we nu anders. We (video)bellen en hebben een groepsapp voor de RvT. We zijn extra alert op de juiste toon in apps en e-mails. Als je elkaar ziet, let je op elkaars reactie en reageer je daar weer op; dat kan in apps en e-mails niet.’

 

Leren van elkaar

‘In het begin van de coronacrisis deed ik een literatuurstudie over corona en COVID-19 voor het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Die informatie deelde ik ook met de organisaties waar ik in de RvT zit. Op de universiteit en in het ziekenhuis krijg ik tips voor medewerkers; die deel ik ook. En omgekeerd geef ik de lessen uit mijn RvT organisaties door aan mensen in de universiteit en het ziekenhuis. Het zijn geen gescheiden werelden voor mij.’

 

'De meeste mensen deugen'. Ik las dat boek vlak voor de coronacrisis en ik zie op alle plekken waar ik bezig ben dat het klopt.

 

Incasseringsvermogen

‘Wat ik bewonder is het incasseringsvermogen van mensen, hun flexibiliteit en de bereidheid zich aan te passen. Het is waanzinnig wat er gebeurt en toch leren mensen nieuwe dingen. Bijvoorbeeld het gebruiken van digitale hulpmiddelen. En ik hoor mensen zeggen dat we moeten vasthouden wat we nu leren, ook als het straks weer ‘normaal’ is.’

 

Wat leer je?

‘Ik heb gemerkt hoe kwetsbaar we zijn. De organisaties waar ik toezichthouder ben, zijn financieel gezond en het werk loopt goed. Toch kan de coronacrisis tot problemen leiden in deze organisaties. We staan voor grote (financiële) vraagstukken.

Ik leer ook dat ik mijn talenten op nieuwe terreinen kan inzetten. Als arts wil ik in zo’n crisis het liefst direct met patiënten werken. Dat kan niet omdat ik tot een hoog-risicogroep behoor. Maar met het verzamelen en duiden van de informatie over corona en COVID-19 heb ik mijn collega’s ook geholpen.'