5 minuten lezen

 

 

In korte interviews vertellen VVAO-vrouwen de komende weken hun verhaal. Allemaal hebben zij te maken met de (gevolgen van) de coronacrisis. Hoe? Dat lees je in onze serie VVAO-vrouwen in coronatijd. Adrie Goudzwaard, VVAO Zeeland, werkt in een organisatie voor verpleeghuis- en thuiszorg. Zij vertelt in deel 10 over haar ervaringen in de coronacrisis.

 

Adrie Goudzwaard, 60 jaar, woont in Middelburg en is bestuurslid van de VVAO-afdeling in Zeeland. Opgeleid als verpleegkundige, werkte ze lang als locatiemanager in de ouderenzorg. Nu is zij Planetree-coördinator bij WVO Zorg, een organisatie voor verpleeghuiszorg en thuiszorg. Zij werkt aan de implementatie van mensgerichte zorg volgens de Planetree-principes.

 

Adrie Goudzwaard VVAO Zeeland VVAO-vrouwen in coronatijd-10Adrie Goudzwaard VVAO Zeeland VVAO-vrouwen in coronatijd-10

Adrie Goudzwaard

 

Adrie: ‘Planetree is een filosofie op zorg en een kwaliteitssysteem in één. Drie vragen staan centraal:

  • Is de cliënt goed geholpen?
  • Doen we het werk efficiënt en effectief?
  • Wat leren we ervan?

Bij mensgerichte zorg gaat het erom dat je de zorg verleent zoals iedere cliënt dat graag wil. Dat betekent geen standaardaanpak, maar je echt richten op persoonlijke zorg en welzijn. Die mensgerichtheid geldt voor de cliënt, maar ook voor de medewerkers.’

 

Mensgerichte zorg in coronatijd

De principes van mensgerichte zorg zijn ook leidend in de aanpak van de coronacrisis, vertelt Adrie. ‘Onze organisatie heeft een week eerder dan door de overheid opgelegd, bezoekers geweerd uit onze locaties, omdat we ervan overtuigd waren dat het besmettingsrisico voor onze kwetsbare bewoners te groot werd. Ook konden onze medewerkers zich al vanaf het begin van de crisis laten testen.

Familieleden reageerden, zeker in het begin, begripvol op de maatregelen. Al vonden ze het moeilijk om niet op bezoek te komen. De eerste week maakten we ook nog wel uitzonderingen, in overleg met de locatiemanager. Ook medewerkers vonden het moeilijk voor de bewoners en familieleden, maar ze waren ook gerustgesteld dat we het besmettingsrisico zo klein mogelijk maakten.’  

Verder kwam er een crisismanagementteam (CMT) met bestuurders en managers die de richtlijnen van de overheid en het RIVM vertaalde in protocollen. Adrie: ‘Vooral in het begin was dat hectisch. De inkt van een protocol was soms nog niet droog of er waren al aanpassingen. Lastig voor de medewerkers, die het toch al zwaar hadden door alle extra maatregelen en de psychologische druk van het risico op besmetting.’

Ook binnen de regio was het ‘schakelen’, vooral in het begin van de crisis. ‘Er was veel afstemming  met overheden, collega-instellingen en crisisdiensten om te komen tot een sluitende, regionale aanpak voor het geval er veel besmettingen zouden komen. We werkten ook met andere zorgorganisaties samen. Concurrentie en schotten vielen weg. Met een andere thuiszorgorganisatie zetten we bijvoorbeeld een apart thuiszorg-coronateam op. Dat hebben we niet hoeven inzetten en inmiddels is het dan ook ontbonden.'

 

Een corona-app voor inspiratie

Om de medewerkers snel te informeren over ontwikkelingen kwam er een ‘corona-app’. Daarop kunnen medewerkers ook zelf initiatieven melden, met filmpjes of foto’s erbij, om elkaar te inspireren. Adrie: ‘Nog elke dag plaatsen medewerkers nieuwe berichten, bijvoorbeeld over hoe we het voor bewoners en cliënten zo gezellig mogelijk kunnen  maken. Alle maatregelen leidden ertoe dat weinig cliënten besmet zijn. Op de aparte corona-afdeling hebben we slechts één bewoner verpleegd.'

 

Meedoen aan landelijke pilot verruiming bezoek

Al snel na het uitbreken van de coronacrisis besloot het kabinet fysiek bezoek aan bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen te verbieden met een uitzondering voor terminale patiënten. Dat leidde in heel Nederland tot grote discussie en tot veel verdriet bij bewoners, familie en medewerkers. Adrie: ‘Ook bij ons belden familieleden huilend naar de verzorgenden of stonden op straat te zwaaien naar hun dierbaren die achter het glas stonden, vaak niet begrijpend waarom hun dochter toch niet naar binnen kwam.'

De overheid startte een landelijke pilot om na te gaan op welke manier en onder welke voorwaarden bezoek wel weer mogelijk was. Adrie: ‘Eén van onze locaties deed mee aan deze pilot. Ons uitgangspunt was dat de veiligheid van alle betrokkenen voorop staat. Daarnaast wilden we dat de menswaardigheid van de bewoners ook zichtbaar zou zijn in het contact met hun naasten en de familie. Verder moest de druk op de reguliere zorg beheersbaar zijn en tot slot wilden we dat het aantal besmettingen elke dag werd bijgehouden.

We bespraken de uitgangspunten met de cliëntenraad en de ondernemingsraad en met hun instemming vertaalden we ze in een praktische bezoekregeling. We gebruikten een recreatieruimte met een eigen ingang. Daar richtten we drie gezellige hoekjes in met een koffie- en theevoorziening en we maakten een duidelijke bewegwijzering. We informeerden de bezoekers en medewerkers over wat wel en niet kon. Zo hadden we de afspraak dat er elke dag bezoek mocht komen van één vaste bezoeker per bewoner. Dat bezoek moest van tevoren worden aangemeld. Een gastvrouw of -heer ontving het bezoek, stelde vragen over de gezondheid en nam de temperatuur op. Bezoekers hoefden geen mondkapje op. Elk bezoek duurde een half uur en tussen door werden de tafels schoongemaakt en brachten we de bewoners weer naar hun kamer of afdeling. In een uitzending van Omroep Zeeland zei een bezoeker hierover:

 

Je kunt elkaar niet voelen, maar je kunt wel elkaars aanwezigheid voelen.

 

De pilot werd geëvalueerd door de Academische Werkplaatsen Ouderenzorg. Adrie: ‘Op onze locatie waren 185 bezoeken. De agenda was steeds bijna vol. We zagen veel blijdschap en ook veel emoties bij bewoners en hun dierbaren. Zij hadden elkaar heel lang alleen via de telefoon of via raamvisites gesproken. Dat er maar één vaste bezoeker mocht komen, leverde bijna nooit problemen op en ook voor de hygiënemaatregelen was begrip. De bezoekers en de bewoners voelden zich veilig en op hun gemak en de meeste mensen waren blij dat ze geen mondkapje hoefde te dragen. Het goede nieuws is ook dat er geen besmettingen zijn geweest, bij ons niet en ook op de andere pilotlocaties niet.’

 

Wat leerde je?

‘Ik vind het bijzonder dat we onder druk zo snel konden schakelen. Iedereen was overtuigd van de ernst van de situatie en de noodzaak om snel tot een sluitende werkwijze te komen. En dat plotseling concurrentie geen rol meer speelde, heel bijzonder. We hebben ook intern vlot nieuwe zaken opgezet, zoals die corona-app.

We hebben allemaal geleerd om te vergaderen via beeldbellen. De meeste collega’s zien daar de voordelen van, vooral voor vergaderingen waarvoor we ver moeten reizen. Ik vermoed dat digitaal vergaderen echt een blijvertje is.

Naast alle nadelen heeft het bezoekverbod ook voordelen. We zijn altijd heel gastvrij en de deur staat altijd open. Veel bezoek geeft veel gezelligheid, maar soms ook onrust. Vooral bewoners met dementiële ziektebeelden zijn gevoelig voor verstoring van het gewone ritme. We wisten natuurlijk wel dat deze mensen beter gedijen in rust en voorspelbaarheid. Door de ervaring die we nu hebben, denken we na over hoe we de voor- en nadelen van bezoek beter in balans kunnen brengen. We overwegen of we meer structuur in het bezoek aan kwetsbare groepen kunnen brengen, bijvoorbeeld door met een planningssysteem het bezoek beter over de dag te verdelen.

Over mijzelf heb ik geleerd dat ik niet echt floreer bij thuiswerken. Ik dacht altijd dat ik prima alleen kon werken. Dat is deels ook waar, als Planetree-coördinator heb ik een solopost en dat gaat uitstekend. Tot mijn verrassing ontdekte ik echter dat ik veel creatiever ben als ik door de locaties loop, mensen zie en spreek, met collega’s kan sparren over nieuwe ideeën en oplossingen. Hetzelfde hoor ik van collega’s. De meeste mensenbreinen lijken beter te werken als je in verbinding bent met anderen. Het mijne in elk geval!'