4 minuten lezen

 

Op de vooravond van Internationale Vrouwendag 2019, ging ik naar een lezing van Monique Leyenaar, mede-auteur van het boek De hoogste tijd. Een eeuw vrouwenkiesrecht. Leyenaar hield een interessant verhaal waarin ze duidelijk het politieke spel belichtte rondom de kwestie van het algemeen kiesrecht en het vrouwenkiesrecht toentertijd. Tijdens de discussie merkte Barbara Oomen, hoogleraar aan het University College Roosevelt in Middelburg en een van de aanwezigen in het publiek, op dat ‘de kans bestaat dat sommige Colleges van Provinciale Staten volledig uit mannen zullen bestaan, gezien het aantal mannen op verkiesbare plaatsen.’ Ze kreeg alom bijval. Dan toch maar een quotum voor vrouwen in de politiek? Het leek de harmonieuze slotconclusie van deze avond te worden.

 

Hoeveel verder zijn we 100 jaar na 1919? In dit artikel kijk ik naar de stand van zaken nu: hoe is de vertegenwoordiging van vrouwen in de politiek en wat is precies het recente SER-advies? Wat vinden we zelf (achtergrondpoll over een vrouwenquotum, uitgezet onder VVAO-leden en OPZIJ-lezers) en hoe is het nu met ‘Eindhoven’?

 

Politieke partijen aan zet 

Om te beginnen de politiek: inderdaad bestaat de politieke vertegenwoordiging in Nederland voor een derde deel uit vrouwen, terwijl vrouwen toch echt de helft uitmaken van de Nederlandse bevolking. De Tweede Kamer telt momenteel 50 vrouwelijke leden (33,3%). Overigens was dat aantal in 2010 nog 64 (42,7%). Voor de Provinciale Staten ligt het percentage gemiddeld ook op 33% (33,2%) en het aandeel vrouwelijke gemeenteraadsleden ligt op 31,7%. 

Hoe zo’n quotum eruit zou moeten zien, daar gingen we niet over op die avond met Leyenaar. Wel denk ik dat we kunnen stellen dat politieke partijen hierin bepalend zijn. Potentiële volksvertegenwoordigers stellen zich op eigen initiatief kandidaat om op de kieslijst te komen van hun partij. Maar het is de partij die de kieslijsten samenstelt en daarmee dus kan sturen op de meer en minder kansrijke verkiezing van een (mannelijke of vrouwelijke) kandidaat. Op uitgebrachte voorkeursstemmen heeft de partij dan weer geen invloed – de kiezer gelukkig des te meer, zie ook dit artikel in de NRC, maar dus wel op het potentieel waarop die voorkeursstemmen uitgebracht kunnen worden.

 

SER-advies: Stel een ‘ingroeiquotum’ in van 30% vrouwen in de raden van commissarissen van grote beursgenoteerde ondernemingen.

 

Bedrijfsleven, SER-advies 

Tot op heden voldoen slechts 6 van de 88 beursgenoteerde grote ondernemingen aan de wettelijke norm van in totaal 30% vrouwen in raden van commissarissen (rvc’s) en in raden van bestuur (rvb) (Dutch Female Board Index 2019). Dit streefcijfer is in 2013 op basis van vrijwilligheid wettelijk ingesteld. Steeds meer mensen zijn er echter van overtuigd geraakt dat vrijwilligheid niet werkt. Ook in de politiek: D66 heeft bijvoorbeeld haar standpunt gewijzigd en is nu officieel voor een (tijdelijk) vrouwenquotum in de top van beursgenoteerde ondernemingen. Inmiddels is ook het CDA om (d.d. 21 november 2019).

Ook de SER gaat deze kant op met het advies dat ze op 20 september 2019 uitbracht: Kabinet, stel een ‘ingroeiquotum’ in van 30% vrouwen in de raden van commissarissen van grote beursgenoteerde ondernemingen. Zo niet, dan volgt een sanctie.

Met dit SER-advies lijkt de discussie dan ook beslecht te worden in het voordeel van een vrouwenquotum ‘ja!’. Lijkt, want een advies is slechts een advies. Vóór Kerst 2019 beslist minister van Engelshoven wat ze ermee gaat doen.

 

Ook wij als ledenraad grepen de fusie niet aan om meer vrouwen in de raad van bestuur te krijgen.

 

Het SER-advies betreft dus alleen de rvc’s van grote bedrijven en niet de raden van bestuur, noch de lagen daaronder. Waarom? De SER verwacht  dat een raad van commissarissen de leden van een raad van bestuur scherp kan houden. Zij worden tenslotte aangesteld door de commissarissen. Wel stelt het SER-advies dat ook de 5000 andere grote vennootschappen de ambitie opgelegd moet worden diversiteitsbevorderende maatregelen te nemen.

Zelf ben ik lid van de ledenraad van een coöperatieve verzekeraar. De voorzitter van onze rvc is voorstander van de aanstelling van een vrouw voor de vacature die binnenkort bij de raad vrijkomt. Dat zou dan de tweede vrouw van de zeskoppige rvc zijn. De raad van bestuur bestaat uit drie mannen. Een recente fusie waarbij ook de rvb’s zijn samengevoegd, is niet aangegrepen daarin verandering aan te brengen. Ook door ons als ledenraad niet (26% vrouw). Die rvb kon immers samengesteld worden uit de zittende rvb-leden. Immers…?

 

OMSLAGKRACHT: wat vinden we zelf? 

Wat dichter bij ons VVAO-huis ligt de poll van OPZIJ en Astrid van Heumen, bestuurslid Internationaal van de VVAO. Van Heumen is vanuit haar headhuntersbureau Corporate Casting in staat vrouwen voor te dragen in hogere functies en doet dit ook waar zij kan. Toch ziet zij nog steeds barrières voor vrouwen die naar hogere functies willen doorstromen. Barrières die niets te maken hebben met capaciteiten, opleidingsniveau, ervaring enzovoort, maar alles met een dominante mannelijke cultuur. In IJsland zag ze dat het anders kan waarna ze besloot zich in te zetten voor het instellen van een vrouwenquotum in Nederland. Met de hoofdredactie van OPZIJ ontwierp ze de poll OMSLAGKRACHT: Hoe denken Nederlanders over dit onderwerp? Met vragen als ‘Vindt u mannen en vrouwen gelijkwaardig', 'Bent u voor of tegen gelijke betaling?', 'Voor of tegen een vrouwenquotum en indien tegen, voor of tegen een tijdelijk quotum?’ wil de poll bewust mensen iets verder laten doordenken over het waarom van hun standpunt. De poll is uitgezet onder de eigen netwerken van Van Heumen en OPZIJ met de vraag deze breed te delen.

 

Hoe denken we zelf over een vrouwenquotum?

 

De uitslag wordt op 2 december gepresenteerd in Amsterdam. Ook de SER is geïnteresseerd volgens Van Heumen, omdat ‘de SER slagkracht nodig heeft om de minister te overtuigen.’ De vraag is natuurlijk wel hoe representatief het onderzoek uiteindelijk zal zijn en of de uitslag - voor of tegen zonder verdere argumentatie - voor de politiek een factor van belang is. Uitbreiding van de vraagstellingen in een vervolgonderzoek zou Van Heumen graag willen doen, maar voor nu is bewust gekozen voor een open en brede insteek. De enquête is nog in te vullen: OMSLAGKRACHT.

 

Hoe is het nu met …. Eindhoven? 

In juni 2019 kondigde de TU Eindhoven aan vacatures per 1 juli voor hoogleraren en (hoofd)docenten de eerste zes maanden alleen open te stellen voor vrouwen. Ook deze voorgenomen maatregel maakte veel discussie los. Is dit geen discriminatie op de arbeidsmarkt en moeten we dat daarom wel willen? Antidiscriminatiebureau RADAR ontving hierover klachten en heeft de kwestie begin november ter beoordeling aangekaart bij het College voor de Rechten van de Mens. De uitspraak volgt uiterlijk begin januari. Sinds de maatregel van kracht is, zijn 20 vacatures vervuld door vrouwen (16 x UD, 3 x hoogleraar en 1 x UHD) volgens de rector magnificus van de TU Eindhoven in berichtgeving rondom de zitting bij CRM in november 2019.

 

Meer lezen? 

Er is erg veel over dit onderwerp gepubliceerd; mocht je geïnteresseerd zijn, hieronder een kleine greep (tevens deels mijn bronnen):

 

 

Van de redactie:

De VVAO heeft verschillende netwerken voor vrouwen in raden van toezicht en raden van commissarissen. Lees hierover in MAAK! KENNIS: