4 minuten lezen

 

Meisjes kiezen op school minder voor bèta en techniek. Op 12 oktober 2018 vond het seminar Vrouwen en technologie plaats van Graduate Women International Netherlands "GWI-NL". Aanleiding om over dit onderwerp te praten, is het feit dat vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd zijn in de zogeheten STEM-opleidingen en -sectoren (Science, Technology, Engineering en Mathematics).

 

Het feit dat maar weinig meisjes een bèta of technische richting op gaan, werd nader toegelicht door Cocky Booij, directeur van VHTO, het Landelijk Expertisebureau voor meisjes/vrouwen en bèta/techniek. Dit bureau stimuleert de participatie van meisjes en vrouwen in de bètawetenschap, techniek en ICT in Nederland. Het organiseert allerlei activiteiten, waaronder techniek-zomerkampen voor meisjes en kennismakingsdagen met bedrijven.

 

foto Zomerkamp techniek & meisjes

DigiVita Zomerkamp van VHTO 

 

Dat die participatie niet vanzelfsprekend is, blijkt wel uit de cijfers die Booij presenteerde. In 2016/17 koos 27% van de jongens en slechts 10% van de meisjes op de HAVO voor het profiel Natuur en Techniek. Dit profiel geeft toegang tot bèta- en technische studies en beroepen. Op het VWO was dat 45% van de jongens en 29% van de meisjes. Doordat leerlingen al rond hun 14e jaar (aan het eind van het derde jaar) een profiel moeten kiezen, gaan er veel meisjes verloren voor de bèta- en technische vakken. Kortom: er is in Nederland sprake van een gender-onbalans in het onderwijs die zich voortzet op de arbeidsmarkt.

 

De ongelijke verdeling van betaald werk en onbetaalde zorg

Waar komt die ontbrekende genderbalans nu vandaan? Uit recent onderzoek van McKinsey blijkt dat Nederland maatschappelijk gezien goed scoort op een aantal indicatoren van gendergelijkheid. Zo doen meisjes het goed in het onderwijs. Er is dus veel vrouwelijk potentieel. Het probleem is dat dit zich niet door vertaalt naar de arbeidsmarkt. Nederland scoort het laagst in West-Europa als het gaat om het aantal betaalde arbeidsuren, het gemiddelde maandinkomen en de vertegenwoordiging in managementposities en bèta-opleidingen. Typisch voor Nederland is de ongelijke verdeling van betaald werk en onbetaalde zorg. Kortom: een aanzienlijk deel van het aantal uren dat vrouwen werken, is onbetaald, wat gevolgen heeft voor het inkomen en de doorstroming van vrouwen naar hogere posities op de arbeidsmarkt.

 

Laag zelfbeeld

VHTO heeft haar inzichten die de gender-onbalans in het hoger onderwijs verklaren, gebundeld en gepubliceerd. Een belangrijk inzicht is dat meisjes een laag zelfbeeld hebben ten aanzien van bèta en techniek. Ze onderschatten hun capaciteiten. Hier speelt een rol dat jonge meisjes over het algemeen niet gestimuleerd worden om technische dingen te ontdekken. Uit een proef met volwassen vrijwilligers die met kinderen spelen, blijkt dat de volwassenen consistent de meisjes poppen en knuffels aanreiken om mee te spelen en de jongetjes auto’s en lego. Daarnaast denken meisjes zelf vaak dat je voor bèta en techniek een aangeboren talent moet hebben (fixed mindset), terwijl je bepaalde vaardigheden kunt ontwikkelen (growth mindset).

 

Hoe kan het anders?

De inzichten van VHTO zijn ook gericht op het oplossen van de onbalans. Zo wordt aangeraden om genderstereotiepe associaties met STEM te doorbreken. Die associaties, zoals het idee dat techniek meer iets voor jongens dan voor meisjes is, zijn in Nederland heel sterk aanwezig en beïnvloeden onze keuzes en gedrag. Ze leiden ertoe dat meisjes denken dat STEM-opleidingen en -beroepen een ‘jongensding’ is.

Verder kunnen STEM-opleidingen aantrekkelijker voor meisjes worden als de bijdrage aan maatschappelijke doelen en innovatie beter zichtbaar is. Het is namelijk gebleken dat jongens vaak interesse hebben in techniek vanwege de techniek zelf, terwijl meisjes geïnteresseerd zijn in de toepassingen daarvan. Daarnaast kunnen vrouwelijke rolmodellen een cruciale rol spelen: contact met rolmodellen geeft meisjes zelfvertrouwen.

Een laatste advies is om ouders en docenten nauw te betrekken bij het keuzeproces van meisjes. Zij zijn belangrijke beïnvloeders. Ouders in Nederland hebben de neiging om de ontwikkeling van verschillende talenten bij zonen en dochters te stimuleren. Door ook ouders te betrekken bij STEM-voorlichting, zijn we in Nederland op termijn beter in staat om de gender-onbalans in het hoger onderwijs het hoofd te bieden.

 

Samen sterk

De huidige situatie kan alleen veranderen met een geïntegreerde aanpak waarbij de overheid, sociale partners, bedrijven en maatschappelijke organisaties zoals het onderwijs samenwerken. De verwachting van onderzoekers is dat als Nederland de arbeidsparticipatie van vrouwen, het aantal betaalde arbeidsuren en een meer gelijke verdeling over verschillende sectoren in lijn zou brengen met de best presterende landen van West-Europa, het bruto binnenlands product (bbp) met meer dan 100 miljard euro zal toenemen. Zo zal het aanpakken van de gender-onbalans in het hoger onderwijs niet alleen leiden tot een kwalitatieve groei op de arbeidsmarkt, maar ook tot kwantitatieve groei van de economie.

 

Lees ook

Het glazen plafond staat op knappen. Vrouwen ontvangen prestigieuze wetenschapsprijzen.

foto laureaten Spinoza- en Stevinpremies 2018