8 minuten lezen

 

Al jong wist Esther de Vries dat zij kinderarts wilde worden. Vastberaden zette zij de koers in om haar wens te realiseren. Net zo vastberaden koos zij, later in haar carrière, voor de wetenschap en twee jaar geleden werd zij lid van de Raad van Toezicht (RvT) bij een grote zorginstelling. Inmiddels is daar een tweede RvT bijgekomen en geniet zij van deze uitdagende functies.

 

De Vries startte haar carrière als kinderarts. Ze specialiseerde zich in ernstige ziekten, met name ziekten van het afweersysteem en immunologie. Daarnaast was ze opleider en deed ze wetenschappelijk onderzoek in het ziekenhuis. Vanuit die rol gaf De Vries het wetenschappelijk beleid van het ziekenhuis mede vorm en vervulde zij diverse beleids- en adviesfuncties op het gebied van onderzoek en innovatie. In 2014 werd zij bijzonder hoogleraar Ketenzorg aan de Tilburg University met als aandachtsgebied downsyndroom en het immuunsysteem.

Door de veelheid aan functies kwam zij minder toe aan de patiëntenzorg. Tijd om te kiezen, vond De Vries. Zij bouwde de patiëntenzorg af en stopte met het opleiden. Zij besloot niet voor de bestuurlijke kant, maar voor de wetenschap te gaan. Toch kroop het bloed waar het niet gaan kan. “Het beleids- en advieswerk vond ik erg leuk en ik vroeg me af hoe ik dat kon blijven doen, zonder daar een groot deel van de dag mee bezig te zijn.”

 

 

Foto toezichthouder Esther de Vries

 

Esther de Vries: "Dit is wat ik zoek."

 

Topvrouwen

Als hoogleraar kwam zij in contact met Topvrouwen, een organisatie die zich ten doel stelt meer vrouwen in de top van het Nederlandse bedrijfsleven te krijgen. Bijvoorbeeld in de Raad van Bestuur (RvB), als lid van een Raad van Toezicht (RvT) of als commissaris. De Vries: “Topvrouwen sprak mij aan omdat ik zelf ervaren heb hoe lastig het is om als hoogopgeleide vrouw verder te komen. Ik zocht altijd naar uitdagend werk en wilde fulltime werken, ook toen ik kinderen had. Toch kreeg ik bij sollicitaties te horen ‘Oh, maar als je straks kinderen krijgt, dan wil je parttime werken’. Daar heb ik echt behoorlijk last van gehad.”

Ze schreef zich in bij Topvrouwen, bezocht de bijeenkomsten, hoorde daar meer over het vak van toezichthouder, las en sprak er veel over en kreeg gaandeweg het gevoel ‘Dit is wat ik zoek.’ 

 

Netwerken

Eenmaal besloten te gaan voor een toezichthoudende functie, viel het Esther de Vries niet mee er ook een te vinden. Ze ging netwerken binnen en buiten het ziekenhuis. Dat vond zij in het begin lastig. “Ik heb netwerken echt moeten leren. Je praat op een receptie misschien wel met 20 mensen voordat je iemand treft waar je iets aan hebt. En dan is het ook niet handig om uit te stralen ‘Ik wil nu iets van jou’. “

Zij besprak haar CV met mensen uit haar netwerk. “Zij maakten me duidelijk dat hoe ik mijn CV weergaf heel geschikt was voor het vinden van een wetenschappelijke baan, maar niet voor een functie in een RvT. Ze lieten me zien waar mijn bestuurlijke en adviseurservaring zat. Ik realiseerde me dat ik mijn ervaring als opleider ook goed kon gebruiken in een toezichthoudende functie. Als opleider ga je elke dag om met professionals. Je geeft feedback en stuurt mensen bij zonder te zeggen ‘Jij moet dit of dat doen’. Je stimuleert iemand het beste uit zichzelf te halen en over grenzen heen te kijken. Je moet ook durven zeggen wanneer je iets niet goed vindt gaan. Ik heb weleens iemand uit de opleiding moeten zetten.”

 

Samenwerken met een recruiter

Zij paste haar CV aan en solliciteerde heel bewust op functies waar ze 'feeling' mee had. Via een recruiter reageerde De Vries op een vacature in de RvT bij een grote zorginstelling voor mensen met een verstandelijke en/of psychische beperking. Zij viel op door haar brede ervaring en door haar specifieke kennis die goed aansloot op het profiel zorg-, kwaliteits- en veiligheidsbeleid. Ze werd uitgenodigd voor een gesprek en het klikte goed met haar gesprekspartners. Zij kreeg de functie. Ze is nog steeds een beetje verbaasd: “Ik werd uitgekozen terwijl ik nog niets wist over de praktijk van het toezichthouden!”

 

Ik werd uitgekozen terwijl ik nog niets wist over de praktijk van het toezichthouden!

 

Na een jaar had De Vries het gevoel dat ze het vak van toezichthouden in de vingers kreeg. Tijd voor een volgende functie erbij. Via de VVAO en LinkedIn komt ze in contact met een andere recruiter. Gesterkt door haar eerdere positieve ervaringen, belt ze haar op. “Alleen een brief schrijven is vaak onvoldoende. Ik belde haar om haar beter te leren kennen en te vragen of het zinvol zou zijn om op die vacature te solliciteren. Want ook al denk ik dat die past, toch kunnen er essentiële dingen zijn die niet duidelijk uit de vacaturetekst komen. Bijvoorbeeld, je voldoet op één ding na aan het profiel en dat ene aspect vindt de organisatie juist het belangrijkst.”

Op advies van de recruiter solliciteert Esther de Vries bij een kleine organisatie voor ouderenzorg en sinds begin 2018 is zij daar lid van de RvT. “Ik vind het leuk. Ik heb een belangrijke rol als het gaat om het toezichthouden op de kwaliteit en veiligheid, omdat ik de enige ben in de RvT die dit expliciet in haar pakket heeft. Er is ook maar één bestuurder en dat maakt de lijnen tussen de RvT en de bestuurder kort en direct.”

 

De bril van de toezichthouder

Hoe De Vries haar functies precies invult, hangt af van wat ze tegenkomt. “Bij een van de organisaties zag ik dat de agenda en de stukken voor de vergadering van de RvT heel beknopt waren. Als RvT moet je een gevoel krijgen waarover je je wel of juist niet druk moet maken. Daarvoor heb je duidelijke informatie nodig bijvoorbeeld over wat de zorgpunten zijn van managers en bestuurders. En welke input zij verwachten van de RvT. Daar heb ik in het begin op gestuurd. Soms neem ik zelf het initiatief door bijvoorbeeld de bestuurder te vragen om over bepaalde zaken te rapporteren of een thema op de agenda te zetten. Ik ben er om de organisatie te helpen hun doel te bereiken. Ik ben ondersteunend en ik ben daar niet om mijn eigen ambities te vervullen.”

 

Ik ben daar niet om mijn eigen ambities te vervullen.

 

Om de feeling met de organisatie te krijgen en te houden, komt De Vries regelmatig op de werkvloer. “In beide organisaties hebben we ‘meeloopmomenten’. Daar ga ik naar toe met de bril van de toezichthouder. Ik let vooral op wat ik van de organisatievisie en de kerndoelen terugzie op de werkvloer. Wat hoor ik van de medewerkers?”

Als toezichthouder kijken gaat niet altijd vanzelf. Bij een locatiebezoek aan een medisch kinderdagverblijf bijvoorbeeld, betrapte Esther de Vries zich erop dat ze af en toe ook keek door de bril van de kinderarts. “Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Je moet niet op de stoel van de professional gaan zitten. Gelukkig houden wij elkaar als leden van de RvT scherp op deze zaken. We evalueren elke vergadering en we hebben jaarlijks een evaluatie met ondersteuning van buitenaf.”

 

Kwetsbare positie

De Vries realiseert zich goed dat de buitenwereld kritisch kijkt naar een RvT. Zeker in de zorg. “Het is een kwetsbare positie. Als RvT ben je eindverantwoordelijk, maar je zit niet aan de knoppen. Sommige dingen kun je niet voorkomen, maar het is wel belangrijk elke keer toch weer te zoeken naar wat je van een incident kunt leren. Bijvoorbeeld, iemand laat per ongeluk de deur van een gesloten afdeling open, een demente oudere loopt naar buiten, valt en overlijdt aan de complicaties. Dat gebeurt. Ook als de organisatie de kwaliteit en veiligheid op orde heeft; ook als je scherp toezicht houdt.”

Het is belangrijk je bewust te zijn van die kwetsbare positie, vindt De Vries. Het helpt niet om de boel dicht te timmeren of bovenop de bestuurder te gaan zitten. Wat wel helpt is je als RvT af te vragen hoe je om gaat met calamiteiten. Hoe je de communicatie in- en extern aanpakt. De Vries: “Ik heb het voordeel dat ik in het ziekenhuis ervaring opdeed met calamiteitenmanagement. Daarnaast is er de verplichte scholing voor toezichthouders in het kader van de Governance Code. Daar komen dit soort vraagstukken ook ter sprake.

Als ik als toezichthouder te maken krijg met een calamiteit, weet ik dat het mij zal raken. En ook dat de buitenwereld snel een oordeel heeft, ook over mij. Daarom vind ik het belangrijk een persoonlijk netwerk te hebben met mensen die mij als mens ondersteunen, die mij accepteren zoals ik ben en die me niet afwijzen omdat er bij de uitvoering van mijn functie iets misging.”

 

Continu leren

De Vries is nu twee jaar toezichthouder, uitgeleerd is ze echter nog lang niet. “Ik wil me blijven ontwikkelen. Dat is vereist voor de Governance Code, maar ik zou ook niet anders willen. Ik doe 1 à2 cursussen per jaar. Ik begon met de cursus voor beginnend toezichthouder van de NVTZ, toezichthouders in zorg & welzijn. Daarna volgde ik een cursus over financiën voor de niet-financiële toezichthouder en een verdiepingscursus Kwaliteit & Veiligheid. Op dit moment is er veel te doen over de privacywetgeving (AVG) en daar verdiep ik mij nu in.

 

Het kan een lastige positie zijn, meer nog dan ik me realiseerde toen ik eraan begon.

 

Naast deze cursussen, zit ik ook in een intervisiegroep met andere toezichthouders. We ontmoetten elkaar op de cursus van de NVTZ en het klikte direct. We leren veel van elkaar in een veilige omgeving. Dat laatste is belangrijk. Je kunt immers niet zomaar met iedereen praten over de problemen die je tegenkomt als toezichthouder. In onze intervisiegroep weet iedereen dat wat we elkaar vertellen niet verder komt. We steunen elkaar en zijn soms ook hard tegen elkaar, bijvoorbeeld als iemand toch op de stoel van de bestuurder gaat zitten. Die onderlinge steun is belangrijk. Want het kan een lastige positie zijn, meer nog dan ik me realiseerde toen ik eraan begon. Ik weet niet of ik het had gekund toen ik 25-30 jaar was. Maar ook niet of ik het leuk had gevonden. Toen wilde ik alles graag zelf doen. Nu vind ik het een uitdaging om de organisaties te helpen om dat wat zij willen bereiken, ook echt te bereiken.”

 

 

Kijk mee door de bril van de recruiter naar de functie van toezichthouder en lees wat de competenties zijn, hoe je vacatures vindt en succesvol solliciteert in 'Wacht niet met toezichthouden tot je pensioen'.