3 minuten lezen

 

Op 2 oktober 2019 reikte minister Van Engelshoven de prestigieuze Spinoza- en Stevinpremies 2019 uit. Bedoeld voor excellent en maatschappelijk relevant onderzoek. Andrea Evers, hoogleraar Gezondheidspsychologie aan de Universiteit Leiden en Jack Pronk, hoogleraar Industriële Microbiologie aan de Technische Universiteit Delft zijn de Stevinlaureaten. Zij ontvangen ieder 2,5 miljoen euro voor verder onderzoek en vooral voor de benutting van de kennis die zij vergaarden. Hoe gaan zij het geld inzetten?

 

 

Andrea Evers: psychologie en geneeskunde

Evers onderzoekt de invloed van psychologische factoren op lichamelijke klachten en aandoeningen. Vooral het gebruik van placebo-effecten om mensen zich gezonder te laten voelen heeft haar bijzondere interesse.

 

Het placebo-effect is de positieve verwachting die een patiënt van een behandeling of medicijn heeft.

 

Zij  wil interdisciplinair onderzoek én klinische toepassingen stimuleren. Daarbij vindt zij het belangrijk dat professionals uit de psychologie en de geneeskunde meer samenwerken. Er valt volgens Evers grote (gezondheids)winst te behalen valt wanneer psychologische inzichten meer en beter hun weg vinden in de klinische praktijk. Om dit te bereiken moet nog veel onderzoek gedaan worden. Evers wil het geld van de Stevinpremie inzetten om nieuwe samenwerkingsverbanden aan te gaan om dat interdisciplinaire onderzoek uit te voeren. De nadruk moet daarbij liggen op fundamenteel onderzoek met klinische toepassingen. Samenwerking met niet-wetenschappelijke partijen is hierbij belangrijk. Een voorbeeld daarvan is het project BENEFIT for all, een project over leefstijlcoaching en beloning. Evers is de projectleider. In dit project werken zorgverleners, wetenschappers, ondernemers en patiënten samen bij het bevorderen van een gezonde leefstijl, onder andere door beloningen in te bouwen om mensen te helpen hun leefstijl aan te passen. Een gezonde leefstijl moet tot plezier gemaakt worden, door bijvoorbeeld feedback van coaches of door punten te krijgen voor iedere gezond-gedrag-activiteit. Er is nog echter nog veel onderzoek nodig om te bepalen wat werkt en bij wie.  

 

  

Jack Pronk: creatieve schimmels en gisten

Jack Pronk, hoogleraar Industriële Microbiologie, past gisten en schimmels zo aan, dat ze nuttige stoffen kunnen maken, zoals een aangepast bakkersgist dat suikers, ook xylose, uit niet-eetbare delen van maïs en maïsstengels, kan omzetten in ethanol.

Pronk vindt gisten en schimmels net zo creatief in het vinden van oplossingen als de onderzoekers zelf en hij wil die creativiteit benutten om maatschappelijke problemen op te lossen en duurzaamheid te bevorderen. Zo is hij bezig met reststromen uit de landbouw te gebruiken voor biobrandstoffen, zonder de voedselvoorziening van de mens te schaden. Het omzetten van maïsresten geeft geen CO2 uitstoot en levert wel elektriciteit. Gisten kunnen dit proces van verbranding van glucose, en moeilijker om te zetten suikers zoals xylose, zeer efficiënt uitvoeren. Daarvoor is een bakkersgist omgebouwd, zodat het CO2 kan opnemen. Tijdens het proces van modificatie kwamen snelheidsverschillen in groei in beeld. De snelst groeiende gisten konden daarna verder gekweekt worden.

  

Pronk droomt van een gistcel, die alleen op elektriciteit en CO2 leeft.

 

De Stevinpremie wil Pronk gebruiken voor verder onderzoek aan gisten en schimmels, maar hij wil er nog wat over nadenken om een weloverwogen beslissing te maken. De gereedschapskist voor moleculaire genetica is de laatste vijf jaar zo snel uitgebreid, dat er talloze vernieuwende experimenten mogelijk zijn. Hij droomt van een gistcel die alleen met elektriciteit en CO2 gevoed wordt en daarbij biobrandstoffen en bioplastics fabriceert. 'Om dat met alle expertise die we hier hebben waar te maken, zou fantastisch zijn', vindt hij.

Hoewel Pronk tot de top van de Nederlandse onderzoekers behoort, gaat zijn hart ook uit naar onderwijs en op dit moment doceert hij biotechnologie aan eerstejaars studenten. 'Het is zo prachtig om aan mensen voor wie alles nog nieuw is iets uit te leggen.'  Maar natuurlijk geniet hij ook van het onderwijs aan ouderejaars studenten. De cursus die de universiteit Leiden en TU Delft geven Life Science and Technology is een eveneens een groot plezier omdat hij de studenten kan inleiden in het doen van berekeningen van biotechnologische processen.

  

Het is zo prachtig om aan mensen voor wie alles nog nieuw is iets uit te leggen.

 

Mogelijk heeft zijn liefde voor onderwijs te maken met zijn eigen biologieleraar, die hem met observaties, experimenten en excursies enthousiasme voor het vak bijbracht. Pas tijdens zijn studie biologie ontstond de liefde voor research tijdens het laboratoriumwerk dat hij in het kader van een onderzoeksproject deed. Tijdens zijn PhD studie kwam hij via collega’s in aanraking met onderzoek naar gisten. Inmiddels bewondert hij gisten om hun efficiënte verbrandingsprocessen en vanwege hun creatieve aanpassingen aan moeilijke situaties.

Inhoudelijk kunnen we nog veel van Pronk verwachten, maar misschien blijkt  het enthousiasmeren van de jongere generatie voor zijn vakgebied in de toekomst nog productiever.