5 minuten lezen

 

Op 3 oktober 2019 werd de derde Rosa Manuslezing gehouden in de Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA). Deze jaarlijkse lezing, georganiseerd door Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, is een eerbetoon aan Rosa Manus. Manus, feministe en pacifiste was voor de (inter) nationale vrouwenbeweging misschien wel belangrijker dan Aletta Jacobs. Met de lezing wil Atria wetenschappelijke ontwikkelingen relevant voor de vrouwen- en gendergeschiedenis vanuit een internationaal perspectief kritisch belichten en zo de herinnering aan Rosa Manus en de historische betekenis van haar werk levend houden.

 

Prof. dr. Mineke Bosch, hoogleraar Moderne Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, sprak de lezing uit. Als co-referent trad op dr. Mari Takayanagi, historicus en archivaris van de Parliament Archives in Londen. Bosch is breed georiënteerd in politieke cultuur, burgerschap en vrouwengeschiedenis. Zij schreef onder andere een biografie over Aletta Jacobs (2005) en een rijk geïllustreerd boek over de vrouwenkiesrechtbeweging (2019). Dit laatste boek verscheen tegelijk met de opening van de, door Bosch en Egge Knol samengestelde, tentoonstelling in het Groninger Museum ‘Strijd! 100 jaar Vrouwenkiesrecht’. De lezingen werden in het Engels gehouden, wat de begrijpelijkheid voor een overwegend Nederlands publiek niet altijd ten goede kwam. Zeker omdat veel termen, titels en namen wel in het Nederlands waren.

 

Mineke Bosch bij Rosa Manuslezing 2019Mineke Bosch spreekt Rosa Manuslezing uit 

 

Actueel historisch debat

Bosch refereerde in haar lezing aan een actueel debat onder historici: gaat het in het historisch onderzoek alleen om rationele, objectiverende geschiedschrijving of heeft subjectieve geschiedschrijving, gebruikmakend van meer emotioneel geladen herinneringen, ‘memories’, ook een plaats? De rationale benadering is feitelijker, methodischer en meer gedisciplineerd, maar soms ook saaier. De subjectieve geschiedschrijving gebruikt herinneringen, foto’s, herdenkingen, monumenten en rituelen als bronnen. Zij dringt vaak dieper door in de ervaringen en getuigenissen van het verleden. De emotie en herinnering, ook de collectieve, zijn dan belangrijker dan alleen ‘droge’ feiten en het methodisch onderzoek. ‘Het persoonlijke is politiek’, de spreuk gebruikt in de tweede feministische golf, is onderdeel van deze subjectiverende benadering.

 

Het persoonlijke is politiek.

 

Niet alleen de elite

Bosch is er gaandeweg van overtuigd geraakt dat de subjectieve geschiedschrijving van groot belang is voor het historisch onderzoek naar de vrouwenbeweging. Zij noemt de grote aandacht voor de herdenkingen van de suffragettebeweging in het Verenigd Koninkrijk als voorbeeld. In Nederland was er tot voor kort veel minder aandacht voor de vrouwenstrijd in het traditionele historisch onderzoek, aldus Bosch. En in de aandacht die er was, werd die beweging vaak neergezet als een beweging van elitevrouwen die hun positie in de klassenmaatschappij  zeker wilden stellen.

Bij het onderzoek voor haar boek en de tentoonstelling, ontdekte Bosch dat er veel persoonlijke documentatie en persoonlijke voorwerpen over de vrouwenstrijd bestaan. Te vinden bijvoorbeeld in de archieven van Rosa Manus en Aletta Jacobs, maar ook in archieven en op zolders van minder bekende vrouwen.

Haar onderzoek leerde dat de beweging van het vrouwenkiesrecht breed gedragen werd in Nederland. Er waren afdelingen in dorpen en steden. Hiervan getuigen nog foto’s, artikelen, cartoons, posters, petities en vooral de vaandels. In Groningen liep men voorop door de Groningse arts Aletta Jacobs (1854-1929), de eerste gestudeerde vrouw in een medisch beroep.

Of er echter sprake was van een echte arbeidersbeweging onder de strijdsters zoals in Engeland, is de vraag. In Nederland bleef er een spanningsveld tussen de vrouwenstrijd en de arbeidersstrijd. Zo was Suze Groeneweg, die in 1918 als eerste socialiste in de Tweede Kamer kwam, in eerste instantie helemaal geen voorstander van de vrouwenstrijd maar van de arbeidersstrijd die voorrang had in de SDAP.

 

Suffragette Literacy

Bosch sloot haar bijdrage af met de conclusie dat, als gevolg van de publiciteit rond de herdenking van 100 jaar vrouwenkiesrecht, de ’suffragette literacy’ in Nederland is toegenomen, zowel bij professionele historici als bij het brede publiek. Zij roept professionele historici op om hun aarzeling te overwinnen en meer gebruik te maken van subjectieve en persoonlijke geschiedschrijving. Het onderzoek naar het Nederlandse slavernijverleden leent zich hier bijvoorbeeld voor met de emotie-oproepende standbeelden en schilderijen over gebeurtenissen uit die tijd. En dat geldt ook voor de geschiedschrijving van de vrouwenstrijd in bijvoorbeeld Suriname en de Nederlandse Antillen.

 

Vrouwenstrijd in Verenigd Koninkrijk

Uit de lezing van dr. Mari Takayanagi bleek een groot verschil met de Nederlandse situatie, 100 jaar geleden en nu. In het Verenigd Koninkrijk (VK) was de kiesrechtbeweging veel uitgebreider en heftiger dan in Nederland. Daar was ook de belangstelling in 2018 voor de viering 100 jaar algemeen kiesrecht erg groot. (In het VK werd in 1918 het kiesrecht voor mannen en vrouwen tegelijk ingevoerd). De Britse overheid trok 15 miljoen pond uit voor de viering. Overal waren tentoonstellingen, groot en klein, zelfs in het hart van de democratie: Westminster Hall. Ook staan er diverse standbeelden van suffragettes door het land en vlakbij de Houses of Parliament.

Duidelijk is dat ook in de Labourmovement de vrouwen opkwamen voor hun rechten. Het lijkt er dus op dat de honderdjarige herdenking, er breed gedragen werd onder alle lagen van de bevolking. Daar moet wel aan toegevoegd worden dat in de VK sowieso veel meer aandacht is voor de eigen geschiedenis.

 

Mari Takayanagi bij Rosa Manuslezing 2019Mari Takayanagi

 

In Nederland kwam de herdenking moeizamer tot stand en heeft veel minder aandacht gekregen in de reguliere media. Daarom is het een goed initiatief van Atria de Rosa Manuslezing te wijden aan het herdenken waarin beide stromingen in de geschiedschrijving elkaar tegenkomen: de historische discipline en de persoonlijke herinnering.

 

De straat op! 

In de OBA is tot 5 januari 2020 de tentoonstelling te zien ‘De straat op! 100 jaar vrouwenkiesrecht en activisme’. De expositie, die creatief en levendig is opgezet als een demonstratie, gaat over het het vrouwenkiesrecht en activisme in Amsterdam tijdens de eerste feministische golf. Daarnaast kijken Amsterdamse activisten van nu naar de activisten van toen en maken duidelijk wat hen vandaag de dag aanzet tot actie en waarvoor we in de toekomst actie moeten voeren. Die dubbele insteek komt de duidelijkheid niet altijd ten goede.

 

 

Tentoonstelling De straat op! Atria

 

 

Lees meer over de strijd voor vrouwenkiesrecht: