2 minuten lezen

 

Volgens het FD piekeren vier op de tien werkenden uren per dag of ze wel goed genoeg zijn. Ik vraag me af of dat waar is. Uren per dag, dat is veel. Twee uur per dag is al meer dan een dag in de week. Wat een verlies aan arbeidstijd, want in die uren kun je niet effectief werken. Ik kan het haast niet geloven, dat er zoveel gepiekerd wordt.

Zelf hoor ik naar mijn idee bij die andere 60%. Dat wil niet zeggen dat ik vind dat ik mijn werk altijd goed doe. Maar als ik niet tevreden ben, dan doe ik daar wat aan. Als zelfstandig coach heb ik bijvoorbeeld twee intervisiegroepen opgericht. Een voor loopbaancoaches en een voor zelfstandig ondernemers. Daar kan ik mijn vragen kwijt, daar leer ik hoe het beter kan. Vorige week zei een klant dat hij wat structuur miste in onze gesprekken. Dat krijg ik zo eens in het jaar te horen en ik vind dat ik daar wat mee moet doen. Maar wat? Ik denk er over na, maar ik kom er niet uit. Dus ga ik het inbrengen in mijn intervisiegroepen. Misschien horen anderen dat ook wel eens. En dan samen nadenken over hoe ik deze klacht kan verhelpen.

Ik heb het wel moeten leren om hulp te vragen. In mijn eerste baan als chemicus liep mijn onderzoek niet en wist ik niet wat ik daarmee aan moest. Ik had een slechte baas, die vond alles goed wat ik deed. Dat hielp niet. Zelf vond ik dat ik, als pas afgestudeerd chemicus, moest weten hoe ik onderzoek moest doen. Toen piekerde ik wel, ik wist echt niet hoe ik verder moest. Je kon toch niet zomaar om hulp vragen? Dat leek me onprofessioneel.

In mijn tweede baan leerde ik hoe het wel moest. Daar had ik een goede baas, die vroeg hoe het ging, die met me mee dacht.

Na acht jaar werd ik auditor bij een andere organisatie, met een cultuur waar het normaal was om hulp te vragen. Mijn collega's deden hetzelfde werk als ik, soms werkten we samen, meestal werkten we alleen. Als je een probleem had, kon je het kantoor bellen. Daar zaten mensen die echt met je meedachten en begrepen waar je mee zat. Omdat ze het zelf ook wel eens bij de hand hadden gehad. En zo eens in de zes weken hadden we een vergadering, waarbij we vaak de grijze gebieden van ons vak bespraken.

Wat op de universiteit zo normaal was, namelijk een vraag stellen, bleek voor mij in mijn eerste baan plotseling te moeilijk. Ik dacht dat ik het moest weten, legde de lat dus veel te hoog en schaamde me om hulp te vragen.

Inmiddels heb ik de open houding die ik had tijdens mijn studie terug. Als ik een probleem heb, meld ik het. De kans dat iemand met me meedenkt en me helpt is daarmee een stuk groter. En ik hoef niet meer te piekeren.

 

Lees meer 

Stilte, column van Joke Tacoma

Intervisiegroep vvao-zzp regio zuid-west (begeleiding Joke Tacoma)