De VVAO viert Internationale Vrouwendag 2018 met een middag- en avondprogramma in de Koninklijke Industrieele Groote Club in Amsterdam. Tijdens het avondprogramma een borrel krijgen zo’n zeventig vrouwen de gelegenheid om kennis te maken met elkaar. Daarna is er een walking dinner van voortreffelijke kwaliteit. Zowel de borrel als het diner bieden geweldige kansen om te netwerken. De Industrieele Groote Club is een prachtige ambiance in Art Deco stijl. Astrid van Heumen, directeur van bureau Corporate Casting en lid van het hoofdbestuur van de VVAO, leidt het avondprogramma.  

Niraï Melis, socioloog, onderzoeker, redacteur en ondernemer begint de avond voortvarend met haar voordracht ‘We are the champions’. Zij haakt in op het recente bericht dat er weer geen quota komt voor vrouwen in topposities. Melis kijkt in haar werk verder dan de top; ze legt de nadruk op het gros van de vrouwen in de samenleving. Ze doet onderzoek naar de disbalans in de deelname van vrouwen in de samenleving. Met een powerpoint presentatie laat zij een spiegel zien met bollen met daarin aspecten in de samenleving waar de mannelijke overmacht nog overheersend is. Dat zijn bijna alle aspecten in de samenleving, behalve, de zorg en het onderwijs. Een niet al te rooskleurig beeld.

Hoewel er veel ten positieve veranderd is - vrouwen kunnen nu bijvoorbeeld studeren tot op het hoogste niveau in allerlei gebieden - blijft hun participatie achter. Maar de economische macht van vrouwen begint wel op te komen al is er nog veel ongelijkheid van betaling bij gelijke functies. Niet de topfuncties zijn het belangrijkste, maar juist de middengroepen. De jongere vrouwen van nu moeten zich nog meer profileren en ruimte opeisen.


Jongere vrouwen moeten zich nog meer profileren


Aan de hand van persoonlijke voorbeelden, ook uit haar eigen leven, laat Melis zien hoe het komt dat vrouwen achterop raken ten opzichte van mannelijke leeftijdgenoten. Zodra er kinderen komen, gaan veel vrouwen parttime werken. De kinderopvang is soms te duur of ontoegankelijk en er zijn vaak geen grootouders als ‘achterwacht’. Dit zijn reële belemmeringen. Er is geen gebrek aan ambitie bij vrouwen. Wel is er die ingebakken kritiek bij vrouwen zelf, dat werken niet goed zou zijn voor het moederschap en de band met de kinderen. Ook worden alleenstaande moeders nogal eens in een hoek gedrukt. Solidariteit van vrouwen onderling houdt ook nog te wensen over. Dat in België de deelname van vrouwen in de samenleving groter is, geeft aan dat er in Nederland nog steeds een stigmatiserende cultuur heerst. 


Ongelijkheid op verschillende fronten

Opvallend is het eigen onderzoek van Melis naar de zichtbaarheid van vrouwen in de media. Vrouwen zijn significant minder te zien en te horen in de media dan mannen en ook komen vrouwen over ander soort onderwerpen aan het woord. Zij worden vaak gevraagd voor ‘zachte’ thema’s zoals zorg en onderwijs, terwijl mannen meer domineren in gebieden van politiek, commercie en wetenschap. In België is het aandeel van vrouwen in de zakelijke sector ruim tweemaal zo groot, net zoals hun stem in politieke partijen, kerk, politiek en cultuur. 

Ook worden vrouwen nog steeds minder betaald voor dezelfde functie dan mannen of ze doen hetzelfde werk in lagere functies. De frustratie hierover zet zich, volgens Melis, om in meer gezondheidsklachten van en zorggebruik door vrouwen: 3x zoveel vrouwen hebben chronische en psychische klachten dan mannen. Bij oudere vrouwen zijn de pensioenen beduidend lager hetgeen ook weer meer ziektes met zich meebrengt. Door minder materiële en financiële middelen, krijgen vrouwen minder goede zorg. Daar komt bij dat het uittesten van medicijnen voor 85% op mannen gebeurt, waardoor de kwaliteit van de zorg voor vrouwen ondermaats kan uitpakken (de boot kan missen). Met meer op vrouwen gericht onderzoek, zouden er op den duur heel wat zorgkosten bespaard kunnen worden.

Wat betreft cultuur, geschiedenis en wetenschap zijn het nog steeds de mannen die het meest naar voren komen. Vrouwen komen bijvoorbeeld veel minder voor in de lesstof van het onderwijs. Hierdoor is er veel beschikbare kennis niet algemeen bekend.

Om verandering te bewerkstelligen is ook een mentaliteitsverandering bij vrouwen zelf belangrijk. Zij moeten zich meer profileren, grotere banen aandurven en zich niet te veel aantrekken van de opvatting dat het combineren van gezin en werk slecht zou zijn voor het moederschap. Daarnaast zijn vrouwelijke rolmodellen belangrijk en langzamerhand komen die er ook gelukkig. Sinds de jaren ’50 is er veel vooruitgang geboekt, maar er zijn nog veel vrouwen die zich (nog) te weinig inzetten. Hiervoor is het zaak dat de samenleving vrouwvriendelijker wordt. Behalve de genoemde mentaliteitsverandering bij vrouwen is het zaak om zaken als werktijden, kinderopvang, maar ook zwangerschapsverlof aan te passen.


Onzekerheid is een slechte raadgever

Met ‘F*ck die onzekerheid’ begon Vreneli Stadelmaier, auteur en oprichter van SheConsult [http://sheconsult.nl], uitdagend met haar theatershow. Zij heeft net een boek met deze titel geschreven dat op deze avond ook te koop was. Richt Melis zich vooral op de externe omgeving van vrouwen, Stadelmaier buigt zich vooral over de interne belemmeringen voor vrouwen om voluit voor zichzelf te gaan. Zij doet dat op basis van haar ervaring met het coachen van hoogopgeleide vrouwen. Om haar punt te maken, gaf ze meteen toe dat ze uitgaat van grote generalisaties in de verschillen tussen vrouwelijk en mannelijk handelen. Dit om haar punt beter te kunnen maken. De interne onzekerheid die veel vrouwen ervaren, geldt ook vrouwen die wel hoge posities hebben bereikt zoals Angela Merkel. Maar zij hebben zich daaroverheen weten te zetten.  


Imposter Syndrome

Meteen stelt zij de prangende vraag aan de zaal “Hebben jullie ook te maken (gehad) met interne onzekerheid die je belemmert in je zelfvertrouwen en ambitie?”

Veel vrouwen hebben de intrinsieke overtuiging dat ze niet goed genoeg zijn of als zodanig gezien worden. Stadelmaier noemt dit het ‘Imposter Syndrome’. Door dit syndroom doen we onszelf tekort. Dit uit zich in onze economische positie, onze maatschappelijke rol en in ons geluk. Velen in de zaal blijken aan dit syndroom te lijden. Stadelmaier draagt ook mogelijke strategieën en oplossingen aan.

Onzekerheid wordt volgens Stadelmaier veroorzaakt wordt door stress en angst. Hierbij zijn twee uitingsvormen mogelijk: vechten of vluchten. Aan de hand van praktijkvoorbeelden laat ze zien dat beide strategieën ineffectief zijn. Vrouwen moeten leren te vertrouwen op de eigen competenties. Ze moeten in alle rust eerst een eigen balans vinden voor ze impulsief een (verkeerde) kant uit schieten. Vrouwen moeten verantwoordelijkheid voor zichzelf nemen.


Luisteren naar de verkeerde papagaai die altijd op je schouders zit

 
Ze geeft ook aan dat de hersens bij vrouwen en mannen verschillend werken. Volgens Stadelmaier is het voor vrouwen moeilijker zich af te sluiten en te focussen dan dat het voor mannen is. Vrouwen richten zich nog te veel op zenden en pleasen. Zij noemt dat: luisteren naar die ‘verkeerde papagaai’ die altijd op je schouder zit. Een succesvolle vrouw luistert daar niet naar, maar naar haar innerlijke balans.


Het begint bij de opvoeding

Stadelmaier blijft de zaal uitdagen door verschillende goede voorbeelden te laten zien in videofilmpjes 

Ze geeft de deelnemers de raad dat vooral dochters opgevoed moeten worden zodat ze zich in de masculiene wereld kunnen bewegen. Uiteraard geldt dit ook voor jezelf, maar het begint bij de opvoeding.

Ze geeft aan dat de zogenaamde ‘Bokito-houding’ goed past tijdens je salarisonderhandelingen. Volgens Stadelmaier verhoogt dit je testosteron-gehalte zodat je meer indruk maakt tegenover je baas. Eerlijk gezegd deed dit onderdeel wel denken aan Emiel Ratelband met zijn ‘Tjakka’.

 

Ik verbaas me een beetje over het advies van Stadelmaier om vooral een goede partner te kiezen. Dit klinkt wel erg historisch. Waren niet te veel vrouwen afhankelijk van hun partnerkeuze? Bovendien: moeten vrouwen altijd in een tweeverband worden gezien? Dan zou de ontwikkeling in Scandinavië, waar vrouwen werkelijk economisch zelfstandig kunnen zijn, toch meer voor de hand liggen.

Het belang van netwerken is natuurlijk groot, maar vrouwen moeten hierin hun eigen netwerk ontwikkelen. Niet in de laatste plaats omdat vrouwen kwetsbaar worden als ze te maken krijgen met een echtscheiding.

Overigens geeft Stadelmaier aan dat het beter is als het leven in de samenleving meer om vrouwen gaat draaien, zodat vrouwen zich niet hoeven aan te passen aan de masculiene wereld.
De voordracht wordt afgesloten met zang en dans, als affirmatie: ’Het is moeilijk onzeker te zijn, als je zo goed bent als ik’, ‘Fuck de onzekerheid’ en ‘Weg met de verkeerde papegaai’.

 

Meer informatie over het boek van Stadelmeier is hier te vinden.