Onlangs moest ik een interview afnemen met een jonge onderneemster. Tweeëntwintig lentes was ze. Ze had een pittig jaar achter de rug waarin haar moeder de diagnose borstkanker had gekregen. Het inspireerde haar tot het opzetten van haar eigen onderneming in Permanente Make Up, gecombineerd met kleding, badmode en lingerie. ‘Er komt heel veel op je af, als je de diagnose borstkanker krijgt’, vertelde ze ernstig. ‘En als je het ‘vonnis’ over je heen hebt gekregen, word je losgelaten.

Maar waar moet je naartoe, wat kun je doen? Wat staat je te wachten en hoe pas je je aan?’ De onderneemster wil een vertrouwd adres worden waar vrouwen terecht kunnen met hun vragen. Zich een nieuwe bh kunnen laten aanmeten waarin rekening is gehouden met hun prothese. Of een shirt of blouse die wat hoger aansluit om de littekens netjes ‘weg te werken’. Waar rekening is gehouden met de gevoeligheid van hun huid. Met zachte stoffen die heerlijk aanvoelen. De onderneemster vertelde vol passie over haar plannen. Ze was nog maar een paar maanden open, maar het ging best goed. Waar ze nog wel eens tegenaan liep, is het vooroordeel over haar leeftijd. Wat weet die snotneus nou, zag ze mensen denken en sommigen zeiden het ook. En dat, terwijl ze een indrukwekkende hoeveelheid kennis in huis had.

Twee weken geleden maakte ik een magazine voor een opdrachtgever rondom het thema pittige plussers. Ik begreep dat het niet meeviel om na een bepaalde leeftijd nog makkelijk een baan te vinden. Het schijnt dat je na je veertigste al bent ‘afgeschreven’ als je niet oppast. Vrouwen in de bloei van hun leven die door een reorganisatie, de crisis of vul maar een reden in, op straat staan. Ze hebben een schat aan kennis en ervaring maar: ‘ze passen (qua leeftijd, maar dit wordt niet hardop gezegd) niet helemaal in de organisatie’.

Wat hebben werkgevers toch met leeftijd? De ene keer vinden ze je te jong, de andere keer te oud. En wanneer ben je dan ‘op leeftijd’? Dat wil zeggen: de ‘juiste’ leeftijd? En wat is juist? Wie bepaalt dat? Leeftijd is niet meer dan een getal en volslagen onbelangrijk. Ik was zelf amper vijfentwintig toen ik mijn bedrijf inschreef bij de Kamer van Koophandel. Ik had al na korte tijd in loondienst ontdekt dat mijn ideeën veel meer kans van slagen hadden als ik zelf de regie kon voeren. Als ik zelf ‘op mijn bek kon gaan’ of zelf kon genieten van mijn succes(sen). We zijn nu heel wat jaren verder en ik voel me geen dag ouder dan vijfentwintig. Ik vind het heerlijk om te werken met enthousiaste, innovatief ingestelde mensen. Of ze nou zestien zijn of negentig.

Ik ken een ondernemer die met opzet jongere en oudere werknemers door elkaar aanneemt. Dat vindt hij niet alleen goed voor de balans, maar ze kunnen ontzettend veel van elkaar leren. Hoezo onervaren. Hoezo niet meegaan met hun tijd. Alle clichés die je maar kunt bedenken over jongere of oudere werknemers, veegt hij zo van tafel. Zijn bedrijf floreert en personeelsverloop is er niet. Zo kan het ook. Wat mis je toch veel als je mensen beoordeelt op hun leeftijd in plaats van op hun waarde. Elk mens heeft waarde. Elk mens heeft iets toe te voegen. Mijn bedrijf, dat ben ik zelf. En ik doe het meer dan uitstekend, al zeg ik het zelf. Ik heb mijn leeftijd niet op mijn curriculum vitae staan. Volstrekt irrelevante informatie. Ik ben waardevol en daar voegt het aantal jaren dat ik op deze aardbol rondloop, niets aan toe!