Maandagavond, 6 november, een week na Halloween, ben ik op weg naar twee ghostwriters, Annelies Kruse en Petra ter Veer.
Ghostwriter, een fascinerende keuze. De naam van de opdrachtgever staat op de cover van het boek of onder de column of het artikel. De ghostwriter doet het interview- en schrijfwerk en blijft bescheiden op de achtergrond of zelfs onzichtbaar. De meeste schrijvers die ik tegenkom, mijzelf incluis, vinden het leuk om hun naam te zien onder een artikel, column of, helemaal mooi, op de cover van hun boek. En ghostwriters laten dat deel nu juist voor wat het is. Ik ben benieuwd waarom.


Het gaat om de klant en de lezer

Ik val maar meteen met de deur in huis: wat is er zo aantrekkelijk aan het schrijven voor een ander? Kruse en Ter Veer schieten in de lach en begrijpen mijn reactie. Zij verzetten bergen werk en er volgt geen beloning op de cover van het boek. Maar daar schrijven ze helemaal niet voor, blijkt uit het gesprek. Ze vinden de inhoud interessant, genieten van de zoektocht door alle informatie en helpen hun opdrachtgever graag een mooie en leesbare publicatie te realiseren. Dat is de beloning. Als hun teksten ervoor zorgen dat lezers snappen waar het om gaat, is hun dag goed. Maar of deze mensen nu weten dat zíj het hebben geschreven, vinden ze minder belangrijk.

Een voordeel voor een ghostwriter is dat je voor je inkomsten niet afhankelijk bent van de verkoop van het boek. Ze hoeven ook niet zelf te bedenken waar het boek over gaat. Ze laten zich inspireren door het werk van een ander. Specialisatie in een onderwerp is niet nodig. Ghostwriters krijgen juist de kans om zich telkens weer in iets nieuws te verdiepen. De opdrachtgever heeft het laatste woord en kan iets goed- of afkeuren. Het is vaak iemand die geen tijd heeft om te schrijven, er geen zin in heeft of waar het echte schrijftalent bij ontbreekt.


Zelfstandig tekstschrijvers

Dat schrijftalent vind je wel bij tekstschrijvers als Kruse en ter Veer. Twee vrouwen die het vak van tekstschrijver op hun eigen manier inrolden. Kruse via de communicatiekant en Ter Veer via haar vertaalwerk en de pr-kant. De vakken waar ze voor zijn opgeleid, zijn gelinkt aan schrijven en zo kwamen ze erachter dat schrijven hun grootste passie is.

Kruse en ter Veer leerden elkaar kennen bij een communicatie- en adviesbureau, waar ze beiden als tekstschrijver werkten. In 2000 begon Kruse voor zichzelf en een jaar later volgde Ter Veer. Nu werken ze als zelfstandige tekstschrijvers weer regelmatig samen. 

Kruse en Ter Veer schrijven en redigeren artikelen voor bedrijfs- en personeelsbladen, brochures, webteksten en boeken en verzorgen eveneens de conceptontwikkeling, het projectmanagement en de eindredactie. Ze hebben beiden een heel arsenaal aan opdrachtgevers. Ter Veer zit vooral in de hoek van de gezondheidszorg en Kruse zit vaak bij gemeentes en commerciële bedrijven.
 

Het gaat deze tekstschrijvers niet om de eer, maar om de kwaliteit van het werk

 

Ter Veer vertelt een korte anekdote over een column die ze ooit schreef voor een directeur die met vakantie ging en haar toestemming gaf de column ongezien te plaatsen. Na het verschijnen van die column werd de directeur aangesproken op bepaalde ‘pittige’ opmerkingen uit de column, want dat waren ze niet zo van hem gewend. De tekstschrijver was misschien net iets te scherp geweest.


Ook de taal telt

De manier waarop je de boodschap brengt, doet er ook toe. Dit is vaak de reden waarom tekstschrijvers worden ingehuurd. Kruse en Ter Veer weten heel goed hoe je een tekst zo moet schrijven dat hij ook blijft hangen. Een paar tips:

  • Geen wollig taalgebruik.
  • Actief taalgebruik.
  • Vertel niet te veel in een keer.
  • Blijf bij het onderwerp in de inleiding
  • Wees concreet. Wat, hoe, wanneer?
  • En geef voorbeelden.
  • Als laatste tip: gebruik andere woorden dan die je de hele dag al hoort. Het woord proces hoor je heel vaak, maar is zo vaag. Heb het gewoon over werk.


Beter voorkomen dan genezen

De inhoud blijft natuurlijk belangrijk, benadrukt Kruse. Als tekstschrijver moet je weten of de inhoud van de boodschap overeenkomt met de werkelijkheid. Voor zover je dat natuurlijk kunt zien. Als je bijvoorbeeld een tekst moet schrijven over de kernwaarden van een bedrijf, zoals klantvriendelijkheid, dan moet die klantvriendelijkheid wel blijken in de praktijk. Als je kernwaarden vermeldt die niet herkend worden, dan verliest het bedrijf geloofwaardigheid en vertrouwen. En zie dat dan maar weer op te bouwen… Dat is geen makkelijk proces, dus de insteek is: beter voorkomen dan genezen. Daarom altijd die vraag om concrete voorbeelden.

Ter Veer voegt daaraan toe dat er soms opdrachtgevers zijn die haar een A4-tje met een paar punten erop geven en dan denken dat zij daar wel een pakkende tekst van kan maken. Zo werkt het gewoon niet. Om een goede, passende tekst te krijgen en deze op de juiste manier binnen de context te plaatsen is meer informatie nodig. Daaruit haal je als tekstschrijver vervolgens de kern.


Puzzelen met een proefschrift

Het laatste boek dat ze samen schreven, was een droomopdracht, vertellen Kruse en Ter Veer. Een boek schrijven met als input een proefschrift klonk heel aantrekkelijk. Een proefschrift is als een puzzel: het gaat erom een schat van wetenschappelijke informatie in een leesbaar geheel te vertalen, zodat de informatie beschikbaar wordt voor een groter publiek in plaats van dat het onderzoek ergens onder in de la verdwijnt.

In dit geval had de opdrachtgever als eis gesteld dat het geen standaard werk mocht worden. Het boek moest opvallen, dus de vormgeving was belangrijk. Kruse en Ter Veer zijn daarom al helemaal in het begin met een vormgever gaan praten. Korte hoofdstukken en het gebruik van kleur was belangrijk om een onderscheidend boek te krijgen. Na de gesprekken met de vormgever zijn ze gaan schrijven. Hierdoor konden ze de inhoud van het boek aanpassen aan de vorm en de structuur waarvoor was gekozen.

Naarmate het boek vorderde en ze dieper in de materie raakten, werden ze steeds losser in hun schrijfstijl. De opdrachtgever was heel tevreden met het resultaat en dit gold ook voor de stukjes ter verheldering die de schrijvers zelf toevoegden.

Het schrijven van het boek was niet het meeste werk, leggen de ghostwriters uit. Het onderzoek naar hoe de opzet en structuur eruit moesten zien en welke vormgeving passend was, was het meeste werk. Tijdens het schrijven van het boek, waren er ook regelmatig gesprekken met de opdrachtgever om de voortgang of eventuele hiaten te bespreken.

Kruse en Ter Veer zijn goed op elkaar ingespeeld en vullen elkaar goed aan. Ter Veer is goed in structuur en zij weet precies op welke bladzijde al eerder iets is gezegd over een bepaald onderwerp. Kruse heeft meer een helikopterview. Ze schreven allebei de helft en toen ze klaar waren, ruilden ze de hoofdstukken om en werden de hoofdstukken van de een overgoten met een sausje van de stijl van de ander, en vice versa. Op deze manier merkt niemand dat er twee ghostwriters aan het boek hebben gewerkt.

Een groot compliment was dat mensen, die de opdrachtgever kenden, zeiden ‘het is net alsof ik hem hoor praten’. 

 

Hoeveel tijd kostte het schrijven van dit boek?

Het schrijven zelf kostte drie of vier maanden. Het onderzoek met betrekking tot de inhoud en de vormgeving kostte ook enige maanden. Daarna heeft het boek nog even gelegen bij de uitgever. Na iets langer dan anderhalf jaar lag het boek gedrukt en wel in de winkel.


Meer boeken schrijven als ghostwriter?

Over deze vraag hoeven ze niet lang na te denken. Heel graag, zeggen ze allebei. Ze kunnen niet wachten tot een volgende berg aan informatie die ze dan weer grotendeels naar eigen inzicht kunnen verwerken en sorteren en invoegen in een structuur.


Zijn er onderwerpen die jullie voorkeur hebben?

Het liefst een onderwerp met een maatschappelijke functie. Maar verder is eigenlijk alles goed, het gaat erom dat ze het onderwerp zelf nog kunnen doorgronden. Een proefschrift voldoet aan al hun eisen. Dat is meestal geschreven in wollig Engels en ook nog in jargon. De meeste mensen zien het niet zitten om zich daarin vast te bijten en dus blijven veel van die onderzoeken ongelezen. Eeuwig zonde, zeggen Kruse en Ter Veer. Laat ons die onderzoeken vertalen naar een leesbaar verhaal en veel meer mensen kunnen er plezier van hebben!