7 minuten lezen

 

Je bent vrouw, goed opgeleid en hebt een baan waar je al je kennis en kwaliteiten in kwijt kunt. Of je bent net aan een studie begonnen. En dan verandert de situatie in je land: oorlog of vervolging. Je vlucht en laat alles achter. In Nederland krijg je een verblijfstatus en je probeert je leven weer op te pakken. Nederlands leren, een baan zoeken of verder met je studie. En dan merk je, tot je grote frustratie, dat je vastloopt. VVAO Gouda ondersteunt hoger opgeleide vrouwelijke vluchtelingen en studenten bij hun studiekeuze en (vervolg)opleiding en biedt taalondersteuning in Engels en Nederlands. Koppeling aan VVAO-leden met gelijke expertise in een informele setting vormen de kern van hun aanpak.

 

In het Huis van de Stad in Gouda ontmoet ik Tiny Geelhoed-Mieras, Marian Bosch- van Valkenhoef en Trudy de Jonge-Bijl. Allen lid van de VVAO afdeling Gouda en betrokken bij de werkgroep Vluchtelingenvrouwen. Tiny en Marian als werkgroeplid/stuurgroeplid en Marian en Trudy als begeleider van vrouwelijke vluchtelingen. Hoe is het allemaal begonnen en wat is het resultaat?

 

Aanvullend, kleinschalig en individueel

In 2016 werden de eerste stappen gezet. Tiny: ‘In de VVAO liep de discussie over internationale samenwerking. Die discussie zette ons aan het denken en we besloten dat we in Gouda ook iets voor buitenlandse vrouwen wilden doen; voor vrouwen die gevlucht zijn bijvoorbeeld. We richtten een werkgroep Vluchtelingenvrouwen op. Ons uitgangspunt is dat leden hun expertise en werkervaring inzetten om hoger opgeleide vrouwelijke vluchtelingen in Gouda en omgeving te ondersteunen. Bij het beter leren van de taal bijvoorbeeld of het vinden van een vervolgopleiding.’

 


VVAO Vluchtelingenvrouwen

Trudy de Jonge-Bijl en Tiny Geelhoed-Mieras 

 

'We zijn aanvullend op andere initiatieven van bijvoorbeeld de gemeente of van Vluchtelingenwerk. Zij richten zich vaak op een bredere doelgroep: mannen/vrouwen en vaak ook op lager opgeleide mensen. Wij hebben als VVAO het voordeel dat we niet geassocieerd worden met de overheid, welzijnsorganisaties of de kerk. De kracht van onze benadering is dat het kleinschalig is. We doen het stap voor stap. Vanaf 2016 hebben we meer dan tien vrouwen begeleid. Daarnaast is onze ondersteuning individueel; er is dus een directe binding en een intens contact tussen de vrouwen en de vrijwilligers. En omdat onze vrijwilligers over verschillende expertise beschikken, zijn we flexibel en kunnen we maatwerk leveren. Een docent Engels begeleidt bijvoorbeeld een vrouw die ook docent Engels wil worden bij haar studie en een apotheker is gekoppeld aan een vrouw die in Syrië ook apotheker was. Zij begeleidde haar bij het vinden van een stageplek en wees op de inhoudelijke verschillen van het vak in Nederland en Syrië.’

 

Voorwerk

Bij de start van hun initiatief inventariseerde de werkgroep de expertise van de leden en wie als vrijwilliger vrouwen wilde begeleiden. De respons was groot. Er is nu een pool van tien vrijwilligers. Na de inventarisatie, beschreef de werkgroep de aanpak. Van de aanmelding en het intakegesprek tot het vastleggen van afspraken over privacy en het zorgvuldig afronden van het contact. Er kwam een informatiefolder vooral bedoeld voor andere organisaties zoals Vluchtelingenwerk, Humanitas, de gemeente en de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF.

 

Netwerk opbouwen en versterken

Vervolgens benaderden de werkgroepleden die andere organisaties. Tiny: ‘We hebben contacten met taalbureau’s, coaches van de gemeenten, Vluchtelingenwerk Gouda enzovoort. Zij brengen ons in contact met de vrouwen. Zo verwees een taalbureau een paar vrouwen door omdat zij voorlagen op hun groep als het ging om het leren van Nederlands. De vrouwen hadden behoefte aan een ander soort begeleiding bij het verder leren van de taal. Wij konden hen koppelen aan onze vrijwilligers.’

 

Aanpak in vogelvlucht

  • Vrouwelijke vluchteling wordt doorverwezen naar VVAO-werkgroep.
  • In een intakegesprek wordt de hulpvraag uitgediept.
  • Werkgroep bekijkt of er ondersteuning mogelijk is. (Is het een vraag voor de VVAO en is er een match met een vrijwilliger mogelijk?)
  • Werkgroep vraagt vrijwilliger ondersteuning te verlenen.
  • Vrijwilliger en vrouw maken kennis en nemen besluit wel/niet samen verder te gaan
  • Start begeleiding.
  • Werkgroepleden begeleiden de vrijwilligers: door persoonlijk contact en door vragen te bespreken in werkgroepvergaderingen (eens per 6 weken). Vrijwilligers kunnen ook zelf vragen inbrengen via de mail.
  • Adviseurs uit de VVAO en daarbuiten worden op verzoek van de vrijwilliger ingeschakeld als extra kennis of ondersteuning nodig is. Zo kunnen vrouwen een beroepskeuzetest doen bij een VVAO-lid die professioneel coach is.
  • Eens per jaar is er een bijeenkomst met de werkgroep en alle vrijwilligers om ervaringen te delen en zo nodig de werkwijze aan te passen. In 2020 komt er ook een bijeenkomst voor de vluchtelingenvrouwen.
  • Ondersteuning is gratis.

 

De praktijk: doorzetten en omdenken

Inmiddels zijn meer dan tien vrouwen geholpen met het leren van Nederlands op een hoger niveau en/of het vinden van een (vervolg)opleiding. Trudy de Jonge-Bijl is sinds twee jaar lid van de VVAO in Gouda en sinds eind maart begeleidt ze Carine (niet haar echte naam).

Na haar laborantenopleiding studeerde Trudy biochemie in Leiden en haalde ze haar lesbevoegdheid. Ze werkte bij TNO en gaf meer dan 25 jaar scheikundeles op een kleine MAVO en een groot Lyceum. Carine werd in Armenië geboren en verhuisde op jonge leeftijd met haar ouders (beiden natuurkundigen) naar Rusland. Daar studeerde zij chemie.  Op familiebezoek in Armenië ontmoette zij haar man, een apotheker die vanuit Syrië naar Nederland gevlucht was vanwege de oorlog daar. Zij is ook naar Nederland gekomen na hun huwelijk. Trudy: ‘Carine wil aan het werk als chemicus. Zij leert voortvarend Nederlands en solliciteert waar ze maar kan. Zonder succes. Ze loopt tegen zoveel barrières aan. Om te beginnen is haar diploma in het Russisch en wordt het door werkgevers en opleidingsinstituten niet erkend. Ze krijgt ook tegenstrijdige adviezen: sommige werkgevers zeggen dat ze te hoog opgeleid is; anderen geven aan dat haar diploma niets waard is en dat ze maar beter opnieuw kan gaan studeren. Maar bij een HBO-opleiding voor analisten kreeg ze te horen dat ze niet wordt toegelaten omdat ze geen werk heeft. Een vicieuze cirkel.’

Trudy zucht wanneer ze dit vertelt, om even daarna strijdbaar verder te gaan. ‘Ik ben een doordouwer en tegelijkertijd ook creatief. Ik verzin altijd weer een andere route. Ik heb Carine geadviseerd om meerdere sporen te volgen: solliciteren naar een baan op haar niveau, een aanvullende opleiding volgen én aan de slag gaan op een lager niveau om werkervaring op te doen, de taal beter te leren en vooral om haar netwerk uit te breiden. Het is zo belangrijk om in contact te komen met andere Nederlanders.’

 

Carine: Ik ben heel blij dat ik in mijn leven Trudy heb ontmoet. Omdat ze is een engel. Ze staat altijd klaar om mij te helpen. Ze heeft altijd heel veel voor mij gedaan. Ze gelooft in mij, heeft altijd nieuwe ideeën en steunt die van mij. Ze geeft nooit op en leert me verder te gaan en met hoop vooruit te kijken. Hartelijk dank Trudy!

 

Trudy zette haar netwerk in en vond bij haar oude school gehoor. Carine helpt sinds kort de technisch onderwijsassistent bij de voorbereiding en uitvoering van de scheikundelessen. En toen Carine nul op het rekest kreeg op haar verzoek een HBO-opleiding voor analist te volgen, belde Trudy de studiebegeleider en gingen ze samen naar de Hogeschool om uit te zoeken wat wel mogelijk was. Trudy, zo zegt zij nadrukkelijk, als steuntje in de rug. Er is een voorzichtige opening. Russische documenten worden door een VVAO-lid die tolk/vertaalster is, in het Engels vertaald. En de studiebegeleider wil zich inzetten om vrijstellingen te krijgen. Trudy, door ervaring wijs geworden: ’Het is afwachten maar niet te lang en dan weer zelf initiatief nemen.’

 

Lessen

De werkgroep is nu bijna vier jaar aan de slag en leerde veel in deze tijd. Marian: ‘Een goede voorbereiding is het halve werk. En begin dan gewoon, ondersteun vrouwen die hun positie willen versterken, ook met het leren van de Nederlandse of Engelse taal. Dat helpt hen enorm. De intakegesprekken zijn ook belangrijk. Je komt erachter wat vrouwen echt willen en ziet soms ook mogelijkheden bij andere organisaties die ze beter kunnen helpen. Als ze al een coach hebben bij de gemeente, dan nemen we contact op om afspraken te maken over de taakverdeling. Je leert ook over hun sociaal netwerk: staan ze er alleen voor of kunnen ze op steun rekenen van bijvoorbeeld hun man of familie, van een kerk of de moskee?

Je moet goed op de hoogte zijn en veel opzoeken wat betreft de regelgeving in Nederland. Hebben ze recht op studiefinanciering, wat zijn de toelatingseisen van de opleidingen die ze mogelijk willen en kunnen gaan doen? Om dat allemaal uit te zoeken is voor ons al ingewikkeld, laat staan voor de vluchtelingen!’

 

Je hebt echt mooie gesprekken.

Tiny gaat verder: ‘Het is zo bijzonder: de ontmoeting met vrouwen die zo veel ellende hebben meegemaakt en die dan toch weer de kracht vinden om hier hun leven op te bouwen. Daar heb je echt mooie gesprekken over. Ze denken dat Nederland een goed land is en dat het wel gaat lukken om een baan te vinden op hun eigen niveau of een vervolgopleiding te gaan doen. Het is zo moeilijk om niet ontmoedigd te raken. Wij kunnen die vrouwen helpen, verder brengen door onze kennis en ervaring te koppelen aan die van hen. Dat is toch waar de VVAO voor staat: empowerment van vrouwen en het delen van kennis. En je krijgt er zelf ook heel erg veel voor terug.’