2 minuten lezen

 

Ik ben een doener. Natuurlijk denk ik wel na, maar denken en doen moeten bij voorkeur zo dicht mogelijk bij elkaar zitten. Als ik iets in mijn hoofd heb, dan wil ik er liefst gisteren mee beginnen. Dat heeft te maken met het feit dat ik het mooiste vak ter wereld heb: schrijven. Maar soms heb ik zo veel ideeën, dat ik gewoonweg niet weet, waar ik moet beginnen.

 

Zoals bijvoorbeeld bij het schrijven van mijn column. Het ene na het andere idee komt in me op. Zo had ik een column bedacht over de kracht van denken. En hoe je gedachten omzet in dingen. Dit, naar aanleiding van het boek dat ik aan het lezen ben: Infinite possibilities van Mike Dooley. Het lijkt op het principe van the Secret maar wat me in dit boek zo aanspreekt, is het optimisme dat de schrijver heeft. Hij zegt ook dat het niet alleen een kwestie is van visualiseren wat je zou willen maar vooral geloven dat het ook gebeurt. Sterker nog, doen alsof het al zover is. Want waar je aan denkt, is zo krachtig dat het kan worden omgezet in werkelijkheid: Thoughts become things. De dagen gingen voorbij, maar het idee in mijn hoofd verwerkte ik niet in een column.

 

In de tussentijd had ik al een ander onderwerp bedacht: ‘De kunst van het ‘nee’ zeggen. Ja zeggen is erg gemakkelijk, maar als je overal ‘ja’ tegen zegt, dan kom je op een gegeven moment tot de ontdekking dat 24 uur wel erg weinig is in een dag. Nee zeggen is het moeilijkste wat er is. Het is iets dat je moet leren. Ik dacht altijd heel stoer dat ik heel gemakkelijk ‘nee’ kon zeggen. Tot ik in een vragenlijst, bedoeld om mijn gedrag en drijfveren te meten, de vraag tegenkwam hoe goed ik was in ‘nee’ zeggen. Ik ging optellen waar ik allemaal ‘ja’ tegen had gezegd en dat was schrikbarend veel.

 

De afgelopen weken had ik een hoop veren ontvangen. Daar was ik natuurlijk erg trots op. Nu loop ik niet snel naast mijn schoenen maar ik was al wel een beetje aan het zweven. Dus had ik bedacht dat ik iets kon schrijven over de motiverende werking van schouderklopjes. En passant zou ik noemen hoe veel veren ik mocht ontvangen de laatste tijd. Tot het ongezouten commentaar van een opdrachtgever mij vanaf mijn roze verenwolk keihard naar beneden deed tuimelen. Het was heel erg lang geleden dat iemand niet helemaal tevreden was geweest. Veren voelen zo heerlijk zacht. Maar commentaar, zeker als het terecht is, laat je wel groeien. Het werkt ontnuchterend en louterend. En je leert er verschrikkelijk veel van.

 

Het deed me denken aan het praatje van Jos Burgers, de Brabantse marketinggoeroe. Die zei dat je aan elke opdrachtgever eens moest vragen waar hij niet tevreden over was. Want dat waren de punten die jou de kans gaven jezelf te verbeteren. Geweldige man, die Burgers. Zou ik ook columns vol over kunnen schrijven. Eén anekdote wil ik je niet onthouden. Het gaat over de manager die aan hem vroeg waarom hij voor zijn bedrijf X wilde werken. Het antwoord van Burgers: ‘U heeft euro’s en die spaar ik.’ Onbetaalbaar. Ik heb van mijn hobby mijn beroep gemaakt zodat ik nooit meer hoef te werken. Dat neemt niet weg, dat ik geniet van het feit dat ik er ook nog eens voor word betaald.

 

Schrijven is een vak. Mijn vak. Een heerlijke bezigheid. En denken is goed. Maar niet te lang. Dat levert namelijk veel ideeën op, maar geen column…

 

 

Lees ook de andere columns van Mariëlle van den Donk:

Persoonlijk onderhoud

Trots