Aan het woord is Nora Kasrioui, oprichter van Stichting Brood en Rozen, een maatschappelijk initiatief uit Breda dat bijstandsvrouwen ondersteunt in hun persoonlijke groei en netwerk zodat zij, na afronding van het programma, met zelfvertrouwen hun leven kunnen vormgeven en hun plek op de arbeidsmarkt kunnen innemen.

 Het gaat om het versterken van de innerlijke kracht van bijstandsvrouwen.

 

Nora Kasrioui studeerde in 2011 af als bestuurskundige aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Een jaar eerder kreeg zij verschillende uitnodigingen voor Internationale Vrouwendag onder ogen. Het viel haar op dat de entreeprijzen hoog waren. Samen met werkzoekende vrouwen bekeek ze het programma. Een uitgelezen kans om met andere vrouwen te netwerken, dachten zij. Echter, het programma leek niet bij te dragen aan dat wat, in het dagelijks leven, van belang is voor vrouwen in kansarme situaties die op zoek zijn naar vooruitgang. Dat zette haar aan het denken: ”Ik ging me verdiepen in de betekenis van Internationale Vrouwendag. Ik kwam erachter dat de slogan ‘Brood en Rozen’ voor het eerst op 8 maart 1908 geroepen werd door Amerikaanse textielarbeidsters. Tijdens een staking gingen zij de straat op en riepen: ‘Wij willen Brood en Rozen’. Zij vroegen om goede arbeidsomstandigheden en een goed leven. Deze conclusies besprak ik met andere vrouwen.”


Vertrouwen en kracht

Voor Nora Kasrioui, naast trainer ook programmaverantwoordelijke bij Brood en Rozen, en de bijstandsvrouwen gaat het daar ook om: met vertrouwen en kracht het leven én de arbeidsmarkt tegemoet treden. En wel in die volgorde: eerst het persoonlijke leven meer op orde, om vervolgens vanuit het gegroeide zelfvertrouwen te kunnen netwerken, solliciteren, een opleiding volgen of misschien een eigen bedrijf te kunnen beginnen.

“In mijn contacten met bijstandsvrouwen merkte ik dat er vrouwen zijn die nog niet direct bemiddeld kunnen worden. Vaak zijn dat vrouwen die het een en ander hebben meegemaakt. Alleenstaande moeders, vrouwen zonder relevant sociaal netwerk die plotseling hun baan verliezen of vrouwen die hun opleiding moeten afbreken door privéomstandigheden. Instanties als het UWV of de Sociale Dienst hebben vaak nog geen aanbod voor deze vrouwen. Brood en Rozen sprong, geïnspireerd door de eigen praktijkervaring, in dat gat en biedt vrouwen de gelegenheid te werken aan hun persoonlijke en zakelijke vaardigheden. Dat doen we vanuit de kernwaarden zingeving, spiritualiteit en maatschappelijke verbinding. We noemen dat de warme aanpak, de aanpak van het hart.”


Brood en Rozen Leergang

Nora Kasrioui ontwikkelde een Brood en Rozen Leergang, gericht op bewustzijnsontwikkeling en legde die aanpak voor aan de bijstandsvrouwen. De eerste groep die het programma volgde, bestond uit vrouwen met een kleinere afstand tot de arbeidsmarkt. Op basis van deze ervaringen vond, onder leiding van Nora Kasrioui, een doorontwikkeling van het programma plaats, gericht op bijstandsvrouwen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Nora Kasrioui: “We hebben lange en korte trajecten ontwikkeld. De bijstandsvrouwen komen gedurende een half jaar, twee tot drie dagen per week bij elkaar. In de bijeenkomsten stimuleren we de vrouwen om vanuit nieuwe invalshoeken naar hun eigen problemen te kijken. Daarbij richten we ons op de verbinding tussen het hoofd (verstand), de handen (doen) en het hart (gevoel). We werken in de natuur, met overgangsrituelen en symboliek. Ik heb de vrouwen en hun klantmanagers ook getraind aan de hand van de training Geweldloze Communicatie, de traditionele Maya-Kalender en de symboliek rondom de maan. Ook systemisch werk is onderdeel van de methode. Alle ervaringen en kennis die de bijstandsvrouwen opdoen, monden uit in een persoonlijke missie en die presenteren ze op verschillende ‘out of the box’ netwerkbijeenkomsten waaronder Internationale Vrouwendag.”

De vrouwen met een kleinere afstand tot de arbeidsmarkt lopen een netwerkstage en worden begeleid door ervaren coaches. Deze coaches zijn maatschappelijk geslaagde vrouwen. “We koppelen vrouwen met veel kennis aan vrouwen zonder die kennis. Dat brengt mooie, niet vanzelfsprekende verbindingen tot stand en heeft meerwaarde voor iedereen. Voor de bijstandsvrouwen zijn de vaak hoger opgeleide en succesvolle coaches een voorbeeld. En de coaches leren een kant van de samenleving kennen waar zij voordien nauwelijks mee te maken hadden. Als VVAO lid weet ik dat VVAO vrouwen over veel kennis en ervaring beschikken, ik wilde ook graag enkele van deze vrouwen als coach koppelen aan onze bijstandsvrouwen. Dat is jammer genoeg nog niet gelukt. Misschien was het te nieuw, te onbekend.”

Een aantal bijstandsvrouwen is ook betrokken bij de organisatie van Brood en Rozen. Die betrokkenheid varieert van het organiseren van een netwerkbijeenkomst tot het coördineren van de coaching of het geven van een workshop. Nora Kasrioui: “Er zijn ook vrouwen die andere bijstandsvrouwen begeleiden. Dat programma noemen we ‘Bijstandsvrouwen als lichtend voorbeeld’. Zo laten ze hun talenten en kwaliteiten zien. En dat draagt niet alleen bij aan een positiever zelfbeeld, maar corrigeert ook het - soms negatieve - beeld van vrouwen in de bijstand.”


Samenwerking met de gemeente

Er zijn veel partners met wie de Stichting Brood en Rozen samenwerkt, waaronder de gemeente Breda, de Konferentie Nederlandse Religieuzen KNR, het Oranje Fonds, het Skanfonds en de Haëlla Stichting. Voor de trainingen in Breda maakt Brood en Rozen bijvoorbeeld gebruik van een mooi trainingslokaal dat ter beschikking is gesteld door de Sociale Dienst van de gemeente Breda. Dat heeft verschillende voordelen aldus Roger Speck, manager van de Sociale Dienst: “Het huisvesten van Brood en Rozen binnen onze locatie is een goede keuze gebleken. Hierdoor ontstond een andere interactie met de bijstandsvrouwen binnen het programma en de medewerkers op de afdeling. Dat heeft er toe bijgedragen dat er vanuit meer mildheid en compassie naar de doelgroep gekeken wordt. Ook de inrichting van het lokaal van Brood en Rozen heeft een aantal medewerkers geïnspireerd ook hun werkplek te verfraaien. Ogenschijnlijk kleine zaken, maar wel gericht op bewustwording en daarmee op veel positieve verandering.” (Bron: Bureauklapper).

Ook op andere punten liet de gemeente zich inspireren door Brood en Rozen. Roger Speck noemt het programma zelfs kader doorbrekend: “De scherpe conclusie van het Brood en Rozenprogramma dat klantmanagers hun klanten niet kunnen coachen indien ze ook over hun uitkering gaan, heeft er aan bijgedragen dat we die functies zijn gaan opdelen.” (Bron: Bureauklapper)


Bekroning

Op 8 maart 2015, Internationale Vrouwendag, kregen de deelneemsters aan de Brood en Rozen Leergang hun certificaat uit handen van loco-burgemeester van Breda, Bob Bergkamp en Leida Rasing (bestuurder van Divosa, vereniging van gemeentelijke managers op het gebied van werk en inkomen). In Brood en Rozenstijl was er, naast aandacht voor het vieren van het behalen van de finish, ook ruimte om verder te leren en de bijstandsvrouwen kansen te geven om te netwerken met kansrijke mensen. Zo gaven Monique Dirven (een van de deelneemsters aan de Leergang) en Roger Speck een workshop over netwerken.

Nora Kasrioui is vooral blij met wat de vrouwen voor zichzelf bereikt hebben. “De vrouwen, maar ook hun klantmanagers bij de Sociale Dienst, geven aan dat ze zien dat de vrouwen onherroepelijk veranderd zijn. Krachtiger, sterker, veerkrachtiger en ze hebben vaak ook een doel voor ogen. Daarbij raakt het ook hun kinderen op een positieve manier. Meer dan drie bijstandsvrouwen hebben al een baan gevonden of zijn uitgestroomd in andere trajecten, terwijl wij niet opgericht zijn om banen voor de bijstandsvrouwen te zoeken. De vrouwen waar wij ons met het eerste programma op richtten, hadden een afstand tot de arbeidsmarkt. Met een crowdfundingactie die ik bedacht heb - binnen de Sociale Dienst is dit een nieuw instrument - hebben we één van onze bijstandsvrouwen gesteund met het betalen van een opleiding. Via haar stage vond ze vier maanden later een baan. Groot succes! Zo gebeuren er vaker kleine wonderen.”

Landelijke uitstraling

Wat begon als een Bredaas project, groeide uit tot een initiatief met een landelijke uitstraling. En dat maakt dat ook na afloop van de officiële projectperiode het gedachtengoed van Brood en Rozen zijn weg vindt in het land. Nora Kasrioui: “We merken dat onze aanpak aanslaat en anderen inspireert. Zo nodigde een gemeente ons uit om te bespreken of we ook daar het Brood en Rozenprogramma kunnen uitvoeren. In november 2015 werden we genomineerd voor onze bezieling door de Konferentie Nederlandse Religieuzen NKR en werden we uitgenodigd voor de Nieuwjaarsreceptie van de Koning, we wonnen € 2500,-bij de publieksverkiezing van de Appeltjes van Oranje van het Oranje Fonds. Dat is waardering voor het zware werk van de coaches en trainers, maar vooral heel belangrijk voor onze vrouwen! Nooit gedacht dat we zo ver zouden komen.”

 

Nooit gedacht dat we zover zouden komen.

 

Gouden Lessen

De lessen die in de afgelopen jaren geleerd werden, kwamen niet alleen terecht in de reguliere projectrapportage, maar ook in een creatieve bureauklapper met als titel Gouden Lessen.
Bedoeld voor iedereen die met en voor bijstandsvrouwen werkt. In de plenaire vergadering van het Divosa Congres 2015 (het jaarlijkse congres van managers en directeuren van Sociale Diensten) presenteerden de bijstandsvrouwen van Brood en Rozen hun Gouden Lessen. Bijna 400 sociale diensten hebben deze klapper al in huis. Volgens Nora Kasrioui is voor sociale diensten (en eigenlijk voor heel veel mensen) een belangrijke les: ‘Wees bereid het goede in het NIEUWE te zien. Vaar als Sociale Dienst niet te veel op oude ervaringen.’


Toekomst: werken waar je hart ligt

Nora Kasrioui startte met Brood en Rozen omdat zij met haar talenten een bijdrage wil leveren voor kwetsbare vrouwen en hen wil verbinden met kansrijke mensen. Ook voor de toekomst is werken vanuit het hart belangrijk voor haar. “Ik weet steeds meer waar ik gelukkig van word. Dat is onder andere kwetsbare mensen dienen, nieuwe, niet vanzelfsprekende verbindingen leggen en op mijn manier bijdragen aan vooruitgang en de ander rechtdoen. 

 

Bijstandsvrouwen versterken en mensen bij hun hart brengen, maakt ook mij gelukkig.

 

 Uit onwetendheid kun je de ander onrecht aandoen. Dat is mij een aantal maal overkomen. Bijstandsvrouwen versterken en mensen bij hun hart brengen en bewust maken, maakt ook mij gelukkig. Als je weet waar je gelukkig van wordt, wordt je focus ook sterker. Als het werk waar je hart ligt, roept, is het onherroepelijk. De rest noem ik tijdverslinders. Ik laat me niet meer zo snel afleiden van waar het voor mij om gaat.”