2 minuten lezen

 

Op 1 februari 1990 trok ik de stoute schoenen aan en schreef me in bij de Kamer van Koophandel. Op aanraden van een vriendin van mijn moeder, zelf al jaren zelfstandig, had ik een naam met een A gekozen. Een naam die opeens in me opkwam terwijl ik met een vriend aan de telefoon was. Ik vertelde hem over mijn zoektocht naar een bedrijfsnaam met een A. Maar het moest niet zomaar een naam zijn, hij moest ook nog betekenis hebben. Terwijl we aan het brainstormen waren, zei de commentator op televisie dat een van de spelers een Ace had geslagen. Eureka, by jove I had got it: ACE it was! Met de toevoeging Productions. Een tekst- en communicatiebureau, waarbij ik als hoogste doel had om altijd een ACE te slaan voor de opdrachtgever. Destijds was ik, samen met een Canadees bedrijf de enige met die naam. In de afgelopen dertig jaar hebben helaas meer mensen het idee gekregen, zij het in andere combinaties. Maar ik troost me met de gedachte dat ik nog steeds de eerste in Nederland was.

 

Nu is het heel gewoon om al op jonge leeftijd ondernemer te zijn. Zoals de Amerikaanse Ryan die op zijn zesde een eigen YouTube kanaal begon waarop hij filmpjes vertoonde met speelgoedreviews. Een zeer lucratieve bezigheid waarmee hij, inmiddels 8, een slordige 22 miljoen dollar per jaar verdient. Maar we kunnen het ook dichter bij huis zoeken. Op dit moment hebben zich zo’n 1308 jonge ondernemers tussen 13 en 18 jaar ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De drempel om een eigen onderneming te starten is gelukkig ook heel laag. Bovendien zijn er allerlei creatieve manieren om geld op te halen om je onderneming te financieren.

 

Mijn kosten waren laag toen ik destijds begon. Meer dan een typemachine en papier had ik niet nodig. Jawel, ik ben ooit begonnen op een typemachine. Wat was ik blij toen ik van mijn broer zijn elektrische typemachine mocht lenen. Dat was al zoveel makkelijker. Je kon bijna een hele zin intikken en verbeteren, voordat hij op papier werd gedrukt. Veel makkelijker dan dat gedoe met Tipp-ex. Ik stuurde mijn artikelen per post naar mijn opdrachtgevers, waar ze werden overgetikt en naar de drukker verstuurd. Zodra een computer enigszins betaalbaar was, schafte ik er eentje aan. Mijn artikelen gingen nog steeds per post op een enorme floppydisk. Dat werd later een kleine floppydisk totdat internet zijn intrede deed voor het zakelijke verkeer. Toen ik Planet Internet installeerde, was ik de koningin te rijk. Destijds moesten we nog inbellen waardoor je telefonisch onbereikbaar was. Dus had ik op een gegeven moment twee telefoonnummers.

 

Journalist zijn, zeker als zelfstandige, is het mooiste dat er is. Je komt op plaatsen waar je normaal gesproken niet zo snel zou komen. Je spreekt met mensen, bekende en minder bekende, die je anders nooit zou hebben ontmoet. Ik heb het altijd een voorrecht gevonden. Zeker in de tijd dat ik als reisjournalist hele mooie en avontuurlijke verhalen mocht optekenen over bijzondere plekjes in bijzondere landen. Ik kijk met plezier terug op dertig jaar ACE Productions maar ik kijk met evenveel plezier vooruit. Ik plak er zo nog dertig jaar aan vast, misschien nog wel meer. Want als je van je liefde, in mijn geval schrijven, je beroep maakt, hoef je nooit meer te werken. Dus zolang mijn geest nog helder is en mijn vingers nog over de toetsen kunnen dansen, zal ik blijven schrijven. En dat kan ik nog heel, heel lang volhouden…

 

 

Lees ook andere columns van Mariëlle van den Donk zoals:  Schrijven: denken en doen.