Het was een miezerige dag; niet echt een dag voor fotograferen in de buitenlucht. En dat was jammer, want de landelijke locatie van de workshop Fotografie van de VVAO, nodigde uit tot struinen, kijken en vastleggen.

 

Wij (vier fotografen en één redactielid van MAAK!KENNIS) waren te gast bij fotograaf Nanda Gilden in Klarenbeek (Gelderland). Nanda en haar collega-fotograaf Daan de Haas van Dorsser namen ons de hele dag mee in de wondere wereld van flitsen, fotobewerking, verhalen fotograferen en portretfotografie. Dit alles met als doel onszelf verder te ontwikkelen als het gaat om fotograferen en vooral ook om plezier te hebben met elkaar.

 

Iedereen kijkt anders, ziet iets anders

We begonnen de dag met het bekijken van onze eigen meegebrachte foto’s. Bij elke foto probeerden we in te schatten waar de fotograaf blij mee zou zijn geweest en wat zij graag anders had gedaan. Al snel hadden we onze eerste les te pakken: iedereen kijkt anders en ziet daarom ook iets anders. Dat geldt voor de fotograaf, maar ook voor het publiek. En dat maakt fotograferen zo uitdagend.

Met die uitdaging konden we meteen aan de slag. Onze volgende opdracht was een fotoverslag (5 foto’s) van de workshop te maken. We kregen even de tijd om een plan van aanpak te maken en oefenden ‘droog’ door een aantal foto’s zo te rangschikken dat zij een interessant verhaal vertelden. Voor ons eigen fotoverhaal hadden we de rest van de workshop de tijd, waarbij we alles wat we leerden meteen in praktijk konden brengen.

 

Tips-and-trics voor mooier licht

Eén van onze leerwensen was om beter te kunnen omgaan met moeilijk licht: te veel of juist te weinig licht. Daan liet ons kennismaken met een scala aan hulpmiddelen/trucs die kunnen helpen om beter/mooier licht in een foto te krijgen.

  • Het reflectiescherm (wit, zilver -of goudkleurig): zorgt voor minder harde schaduw(en) in het gezicht. Handig bij het maken van portretten, zoals je hieronder ziet. Van links naar rechts: zonder reflectiescherm, met een wit reflectiescherm en met een zilver reflectiescherm. 

 

© Daan de Haas van Dorsser

 

  • Indirect flitsen (licht valt op het onderwerp via een reflecterend oppervlak zoals het plafond of een flitsparaplu). Indirect flitsen voorkomt zware schaduwen op de achtergrond.
  • Spelen met de sluitertijd: wil je een goed belicht onderwerp met een donkere achtergrond, kies dan een snelle sluitertijd, bijvoorbeeld 1/125 of sneller. Het omgevingslicht speelt dan   geen rol.Wil je juist een lichte achtergrond, kies dan voor een langzame sluitertijd zoals 1/30 of 1/60. (het omgevingslicht doet meer mee).
  • Flitscompensatie op de camera of flitser. Als het flitslicht te hard is, waardoor je bijvoorbeeld een harde schaduw op de muur krijgt, kun je dit compenseren door op de camera de flitseroutput zachter te zetten via de optie flitscompensatie.
  • Diffusor (omnibounce). Dat is een ondoorzichtig wit plastic kapje voor een externe flitser (een flitser die je los op je camera kunt zetten). Een omnibounce zorgt ervoor dat het flitslicht zachter wordt. Sommige flitsers hebben een klein wit schermpje dat je over de flitser kunt trekken. Dat heeft hetzelfde effect.

 

Hulpmiddelen bij flitsen. Van links naar rechts: reflectiescherm, omnibounce en flitsparaplu

 

 

Reportage- en portretfotografie

Na een heerlijke lunch gingen we verder aan de slag. We stonden stil bij de do’s en don’ts van reportage- en portretfotografie. Nanda en Daan benadrukten dat een groot deel van de impact al bepaald wordt in de voorbereiding: weet wat je wilt laten zien/overbrengen. Denk bijvoorbeeld van tevoren na over:

  • het aantal foto’s;
  • de stijl;
  • de variëteit (overzicht, detail, activiteit, dynamiek enzovoort);
  • de compositie/’leesrichting’ (kijkrichting model, plaatsing in de omgeving);
  • de camera-instellingen;
  • kleurgebruik;
  • de materialen die je nodig hebt (statief, lens, flitser, reflectiescherm enzovoort);
  • waar de foto’s gebruikt worden, te zien zullen zijn (in de familie, in een bedrijf);
  • het doel van de foto’s (PR & reclame, redactioneel, familiefoto).

 


© Nanda Gilden 

 

Fotobewerking

En als het dan – ondanks de goede voorbereiding – toch tegenvalt achteraf? Dan is er gelukkig nog de fotobewerking. Zelfs op een smartphone zit vaak een eenvoudig bewerkingsprogramma waarmee je bijvoorbeeld kleur en licht kunt aanpassen. Wil je meer dan zijn er smartphone apps. Sommige van deze apps zijn gratis; voor andere betaal je. Daar staat tegenover dat je er ook meer mee kunt doen. Bijvoorbeeld de achtergrond aanpassen of dat lelijke pukkeltje wegwerken. Een overzicht van deze apps vind je op de site van de Consumentenbond.

 

         Voor bewerking                                                                                             Na bewerking  

 © Daan de Haas van Dorsser

 

Fotografeer je met een digitale camera, dan kun je naast de apps ook andere bewerkingsprogramma’s gebruiken. GIMP en Google foto’s (heette eerder Picasa) zijn gratis. Voor Adobe (Lightroom, Photoshop en Photoshop Elements) betaal je. Vaak kun je kiezen voor een zgn. ‘stand alone –versie’: je betaalt een keer een bedrag en krijgt geen update’s of je neemt een abonnement en ontvangt ook steeds de laatste versies. En ook hier geldt: hoe meer je wilt kunnen doen, des te duurder het programma. Maar het belangrijkste is natuurlijk, zoals één van de deelnemers opmerkte: "Vergeet niet om tussen het maken van foto's door te genieten van alles om je heen."