‘Ging dat echt over mij?’ Ruth Oldenziel is erdoor overdonderd en wordt er zelfs verlegen van. Ze vroeg in 1981 een reisbeurs bij het fonds aan. Bij het archiefonderzoek voor dit boek bleek bij haar naam ‘briljante studente – origineel’ te staan, waarschijnlijk geschreven door secretaris Let de Stigter-Hulsing. ‘Het was een heel avontuur toen, een beurs aanvragen en naar het buitenland gaan,’ herinnert Oldenziel zich nog levendig.'

 

Ruth Oldenziel (1958) studeerde Geschiedenis aan de UvA. Met een beurs van 1500 gulden trok zij in 1981 naar de Verenigde Staten. Daar bracht ze ruim tien jaar door. Ze behaalde haar master Amerikanistiek op Smith College en de University of Massachusetts. Daarna promoveerde ze aan Yale University en doceerde daar Amerikaanse politieke, culturele en sociale geschiedenis.

Inmiddels is zij als hoogleraar Amerikaans-Europese techniekgeschiedenis al tien jaar een boegbeeld voor vrouwen op de Technische Universiteit Eindhoven. ‘Eindhoven heeft steeds de laagste score op de monitor van vrouwelijke hoogleraren en dat willen ze graag veranderen. De rector keek naar de tv, zag mij iets over de Amerikaanse verkiezingen vertellen en dacht: die is van ons.’

 

Er studeren nu meer vrouwen, maar bij de overgang van postdoc naar universitair docent loopt het mis, daar zie je de vrouwen uit de statistieken verdwijnen.

 

Zowel haar joodse als niet-joodse voorouders trokken rond 1900 van het verarmde platteland naar Amsterdam voor een beter leven. ‘Mijn moeder is als alleenstaande ouder op latere leeftijd nog gepromoveerd. Wij behoorden misschien wel tot de culturele elite van Amsterdam, maar zeker niet tot het establishment.’ 

Oldenziel verdiepte zich tijdens haar studie in vrouwengeschiedenis. ‘Veel belangrijke boeken op dat gebied kwamen uit de VS, dus daar wilde ik heen. Eind jaren zeventig was de sfeer in Nederland dat je niet moest excelleren. Men trok een vies gezicht bij het woord ambitieus. Tegen de tijdgeest in was ik een serieuze student. Ik wilde ook graag beter Engels leren, maar in de UK was toen zo’n depressieve sfeer. Een medestudent tipte mij over Smith College, een vrouwencollege waar je een mastersdiploma kon halen. Ik moest naar Amerikanistiek voor een aanbevelingsbrief. Ook de geschiedenisprofessor wilde een handtekening zetten, hoewel hij me als vrouw niet helemaal serieus nam. Hier moest je fluisteren dat je vrouwengeschiedenis deed. In de VS werd de benadering op waarde geschat.’

Op de vraag of het fonds nog steeds nodig is antwoordt ze volmondig: ‘Ja!’ Met 17% vrouwelijke hoogleraren blijft Nederland binnen de EU sterk achter.

 

 

Ruth Oldenziel

 

Met dank aan het Fonds Dr. Catharine van Tussenbroek, Uitgeverij Verloren, de auteurs en de geïnterviewde vrouwen voor hun toestemming voor overname van de interviews.