Boekbespreking Buitengewone vrouwen, In de voetsporen van Aletta Jacobs van Alies Pegtel

Dit jaar bestaat de VVAO 100 jaar en ter gelegenheid van dit jubileum is het boek Buitengewone vrouwen verschenen. Ik vroeg mij af of de buitengewone vrouwen die in het boek de revue passeren verschillen van onze huidige leden? Hoe is de vereniging tot stand gekomen? Waarom heb ik mij eind jaren 80 bij de VVAO aangesloten? Is dat nu zo nodig zo’n clubje met alleen academische vrouwen? Allemaal vragen waar ik graag een antwoord op wilde hebben en die ik vond in het jubileumboek.

De basis voor de VVAO werd gelegd bij de tentoonstelling De vrouw 1813-1913, waar ongeveer 50 jonge, afgestudeerde vrouwen elkaar ontmoetten. Aan het eind van de 1ste wereldoorlog werd de Vereniging van Gestudeerde Vrouwen opgericht, de latere VVAO. In de beginjaren van de vereniging waren de meeste vrouwen gepromoveerd, zij waren excellente academica’s en ongehuwd. Op de tentoonstelling ‘De vrouw 1813-1913’ werden o.a. de proefschriften van deze Nederlandse vrouwen tentoongesteld. Biologe Johanna Westerdijk, cum laude gepromoveerd, was een van de oprichters. Op ons afdelingslustrum van 2018 sprak José van Dijck gloedvol over haar, de eerste vrouwelijk hoogleraar in Nederland. “Luxe-dametjes”, die studeren omdat ze op zoek zijn naar een goede partij of vanwege het leuke studentenleven, werden zo veel mogelijk geweerd.

Het boek staat vol met grappige anekdotes, over zaken waar we nu niet meer bij stilstaan. Zoals dat Aletta Jacobs een brief schreef aan minister Thorbecke van Binnenlandse Zaken of “Uwe Excellentie” haar toestemming wilde geven medicijnen te studeren. Uit de briefwisseling tussen de minister en haar vader blijkt dat Thorbecke aan haar vader de keuze liet. Aletta lag niet zo goed in de vereniging omdat ze een nogal radicaal imago had; zij was een voorstander van voorbehoedsmiddelen en had een duidelijke opvatting over de vrouwelijke seksualiteit. In 1927 werd zij uiteindelijk gevraagd om lid te worden, wegens haar grote verdiensten voor de IFUW-bijeenkomst in Amsterdam.

Na het binnenhalen van het vrouwenkiesrecht zagen velen dit als het einde van het feminisme. Men dacht dat met de erkenning van de Nederlandse vrouw als staatsburgeres het doel van de vrouwenbeweging bereikt was. Niets was minder waar. Waar de één geen goede baan kon vinden omdat de voorkeur nu eenmaal naar een man ging, werd de ander naar huis geroepen omdat haar broer weduwnaar was geworden en iemand toch zijn huishouden moest doen. Vrouwen kregen regelmatig alleen maar een baan omdat een man bedankte voor de eer. Een kwestie die al jaren speelde was de vraag wat de bedoeling was van het onderwijs aan meisjes. Hadden vrouwen als zelfstandig wezen ook recht op een eigen leven en werkkring? Of waren ze alleen bestemd om echtgenotes en moeder te worden?

Vrouwelijke hersenarbeid leidde immers tot onvruchtbaarheid volgens hoogleraar psychiatrie Winkler: ‘Een vrouw heeft maar een beperkte hoeveelheid energie en als die te veel naar het hoofd gaat, wordt de menstruatie onregelmatig en stopt vervolgens geheel.’ De overtuiging van ARP-voorman Abraham Kuypers dat vrouwen te emotioneel zijn om politiek te bedrijven werd breed gedeeld. Tevens werd er actie ondernomen tegen vrouwenarbeid in de crisisjarendertig om de schaarse banen van mannelijke kostwinners te beschermen. Vaders zaten werkloos thuis omdat goedkope vrouwelijke arbeidskrachten hun werk hadden ingepikt, werd beweerd. Dit terwijl slecht 2 procent van de gehuwde vrouwen in Nederland werkte.

In het rijtje van vooraanstaande VVAO-sters mag Marga Klompé niet ontbreken. Zij zat van 1945 tot 1952 in het bestuur van de VVAO. Een van haar grootste politieke prestaties was het tot stand brengen van de Algemene Bijstandswet, die in 1965 werd ingevoerd. De bijstand zorgde ervoor dat vrouwen hun man konden verlaten zonder in armoede te vervallen.

In 1956 hield juriste Corry Tendeloo, bestuurslid van de VVAO tussen 1933 en 1939, een vurig pleidooi in de Tweede Kamer over haar bezwaren tegen de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw.  Tot die tijd stonden gehuwde vrouwen gelijk aan onmondigen of geesteszieken. Een jaar eerder kreeg Tendeloo het met alle acht vrouwelijke Kamerleden voor elkaar dat de regel dat huwende ambtenaressen verplicht ontslagen werden, geschrapt werd. De VVAO was een emancipatieplatform voor vrouwelijk academici. De emancipatie is voor een belangrijk deel uitgevoerd, hoewel er nog veel te doen is. Denk daarbij aan economische zelfstandigheid, gelijke betaling en het glazen plafond. Uit het boek komt naar voren dat de VVAO in het verleden een springplank was naar een prachtige carrière, nu sluit een vrouw haar carrière er mee af.

In het boek worden dertien prominente VVAO-leden uit het heden en verleden beschreven, wat een mooi beeld geeft van de VVAO-geschiedenis. Maar ook krijgt de lezer een mooi overzicht van 100 jaar vrouwenemancipatie. Ik beveel het boek van harte aan. Het boek is voor € 19,99 verkrijgbaar via kantoor@vvao.nl (excl. verzendkosten). Als je geïnteresseerd bent kan ook de afdeling het boek bestellen, dat scheelt verzendkosten. Zie hiervoor
https://www.vvao.nl/lustrum/boek-buitengewone-vrouwen/

Margreet Nool