Dat was het levensmotto van Johanna Westerdijk, Nederlands eerste vrouwelijke hoogleraar. Op 10 februari 1917 sprak zij haar oratie uit aan de Rijks Universiteit in Utrecht. Daar werd zij buitengewoon hoogleraar in de plantenziektekunde. Westerdijk was van 1918 tot 1931 bestuurslid van de VVAO, de vereniging van vrouwen met een hogere opleiding. 
Westerdijk was een vrouw met vele kanten. Zij was een gedreven onderzoeker, zette zich in voor gelijke kansen voor mannen én vrouwen in de wetenschap, had lef, was warm en hartelijk en hield op z’n tijd ook van een feestje. Ze deed haar eigen motto graag eer aan. Het hing zelfs op de gevel van haar huis.


Inzet voor gelijke rechten in de wetenschap

Sinds haar aanstelling als hoogleraar in 1917 zette Westerdijk zich in voor gelijke kansen voor iedereen binnen de wetenschap. In haar ogen was wetenschap principieel democratisch. Dat betekende dat uitsluiting op welke grond dan ook uit den boze was.
Onder haar leiding nam de International Foundation for University Women (IFUW nu Graduate Women International) in 1934 een resolutie aan die de IFUW de mogelijkheid gaf nationale verenigingen te weren die vrouwen weigerden op grond van ras, godsdienst of politieke overtuiging. Een belangrijke resolutie in een tijd waarin de nationale verenigingen steeds verder onder druk kwamen te staan van de nazistische en fascistische regimes.
Bij haar eigen instituten zette Westerdijk zich in om meer vrouwen op te nemen in haar onderzoeksteam. Dat leidde tot een groot aantal vrouwelijke promovendi en tot belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen door vrouwen. Zo ontdekte onderzoeker Bea Schwarz de oorzaak van de iepziekte (Dutch elm disease). 


Maatschappelijke relevantie

Westerdijk was niet alleen een wetenschapper pur sang, zij zocht ook aansluiting bij maatschappelijk relevante vraagstukken. Zoals de bestrijding van de iepziekte en de aardappelziekte. Deze laatste ziekte, veroorzaakt door een pseudo-schimmel, veroorzaakte in de jaren 1845-1849 nog een grote hongersnood in Ierland. Ook in onze tijd is haar onderzoek aan schimmels relevanter dan ooit. Immers, nog steeds mislukt 25% van de oogsten door plantenziekten, waaronder schimmels.

Biografie Johanna (Hans) Westerdijk

Westerdijk werd op 4 januari 1883 geboren in Nieuwer-Amstel in een familie van artsen. Zij studeerde biologie in Amsterdam en verliet de universiteit met een MO-akte voor plant- en dierkunde. Deed onderzoek naar levermossen in München en promoveerde in 1904 in Zürich op een proefschrift hierover. Westerdijk werd in 1906 directeur van het Phytopathalogisch Laboratorium ‘Willie Commelin Scholten’ in Amsterdam (tot 1952). In 1907 kreeg zij de leiding over de schimmelcollectie van het Centraal Bureau voor Schimmelcultures (CBS). Het CBS werd later ondergebracht bij het Phytopathologisch Laboratorium. De collectie groeide tot 11.000 soorten, de grootste collectie ter wereld.

 

Westerdijk reisde veel onder andere naar Nederlands Oost-Indië, Japan, de Verenigde Staten, Portugal en Zuid-Afrika. In 1917 werd zij benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de plantenziektekunde aan de Rijks Universiteit Utrecht. Hiermee was Westerdijk de eerste Nederlandse vrouwelijke hoogleraar. Zij deed veel onderzoek naar de iepziekte en toonde met haar team aan dat een schimmel de ziekte veroorzaakt (Dutch elm disease). Werd in 1930 buitengewoon hoogleraar plantenziektekunde aan de Universiteit van Amsterdam.Tussen 1922 en 1952 promoveerden 56 onderzoekers bij haar waarvan de helft vrouwen. Tussen 1918 en 1931 bestuurslid van de VVAO de vereniging van vrouwen met een hogere opleiding. In 1940 werd zij het eerste ere-lid van de VVAO. Westerdijk werd in 1951 lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Zij overleed op 15 november 1961 in Baarn.

Geraadpleegde bronnen
Wikipedia, lemma Johanna Westerdijk
Website Johanna Westerdijkjaar Universiteit Utrecht