8 minuten lezen

 

Angela Maas is een zeer gedreven cardioloog. Ze is elegant, welbespraakt en gezegend met een flinke dosis humor. Over glazen plafonds zegt ze: “neem een hamer mee”. De afgelopen jaren heeft ze zich met niet aflatend doorzettingsvermogen ingezet voor ‘vrouwenharten’.

 

Vanaf dag één als arts was haar doel de zorg voor vrouwen te verbeteren. Het eerste zaadje voor haar interesse in harten, is waarschijnlijk ontkiemd bij de lezing van Christian Barnard. De chirurg die de eerste succesvolle harttransplantatie ter wereld uitvoerde.

 

Ik was mateloos geïnteresseerd in het hoe en waarom van die harttransplantatie.

 

“Ik weet niet waarom ik vond dat ik naar die lezing moest”, vertelt Maas. “Ik zag in de krant dat Christian Barnard zou komen spreken en ik was mateloos geïnteresseerd in het hoe en waarom van die harttransplantatie. Dus ik kocht een kaartje en ging er op mijn fietsje heen. Ik denk dat ik een jaar of zestien, zeventien was. Voor mij was het een ‘filmster’ op dat podium. Het was een prachtig verhaal. Of ik altijd al arts wilde worden? Mijn vader had een huisartsenpraktijk aan huis dus mijn interesse komt niet helemaal uit de lucht vallen. Het verhaal van Christian Barnard heeft me zeker geïnspireerd.”

 

Traditioneel denken

Maas studeerde medicijnen. Toch had ze niet meteen voor ogen welke richting ze op wilde. Ze liep haar coschappen op Curaçao en daar kwam eindelijk dat gevoel van zekerheid; ze zou zich specialiseren in cardiologie. “Veel van mijn collega’s daar, wilden die kant op. Als cardioloog moet je vrij kordaat optreden, snel beslissingen nemen. Dat past bij mij. Wat ik toen al merkte, is dat vrouwen vaak met ‘gekke’ klachten komen. Althans, zo wordt het gezien. Die klachten passen meestal niet in het algemene plaatje waardoor vrouwen in veel gevallen onterecht naar huis worden gestuurd. Dat schuurde bij mij. Een vrouwenlichaam is niet alleen anatomisch heel anders dan dat van een man, ook hormonen hebben een impact op hart en bloedvaten. En toch blijven ‘we’ ook nu nog, anno 2018, naar vrouwenklachten kijken door een ‘mannenbril’. Ik wist toen al dat ik daar iets mee moest.”

 

Het was nodig dat er iemand zou opstaan en zich het lot van vrouwen zou aantrekken.

 

Het was nodig dat er iemand zou opstaan en zich het lot van vrouwen zou aantrekken. Om maar even wat cijfers te geven: Hart- en vaatziekten zijn wereldwijd al 10 jaar lang doodsoorzaak nummer 1 bij vrouwen. Elke dag overlijden in Nederland 107 mensen aan hart- en vaatziekten. Van hen zijn er 57 vrouw. Uit internationaal onderzoek blijkt dat veel vrouwen met een hartziekte worden onderbehandeld.

Saillant detail: Proefdieren zijn bijna altijd mannelijk. En proefpersonen in medisch onderzoek ook. Daardoor worden belangrijke wetenschappelijke en medische bevindingen van onderzoek naar medicijnen gemist. Al langer is bekend dat mannen en vrouwen verschillend op geneesmiddelen kunnen reageren: er zijn sekseverschillen bekend in bijvoorbeeld farmacokinetiek, farmacodynamiek en geneesmiddelen-interacties. Deze verschillen hebben onder andere te maken met verschillen in de vocht- en vetverdeling, genexpressie en de hormoonhuishouding. ‘(…) om goede zorg te bieden mogen mannen en vrouwen niet over één kam worden geschoren.’ (Bron: Medisch Contact, februari 2016, Medicijnonderzoek blind voor vrouwen).

 

Foto Angela Maas, vrouwencardiologie

Angela Maas

 

Drive

Na haar opleiding Cardiologie in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein kwam Maas terecht in ziekenhuis Rijnstate te Arnhem waar ze vier jaar werkte. Daarna sloot ze zich aan bij een maatschap in Zwolle. Ze kreeg daar de mogelijkheid om mooie dingen te ontwikkelen, zoals een speciale vrouwenpoli hart- en vaatziekten. Wat ze het liefste wilde, was promoveren op het vrouwenhart. Ze maakte een tocht langs alle universiteiten maar het lampje ging nergens branden. Inmiddels was ze getrouwd en had ze twee kinderen. “Ik kreeg overal nul op het rekest en uiteindelijk besloot ik om mijn promotieplannen even in de ijskast te zetten. Mijn oudste zoon is autistisch en natuurlijk vroeg dat ook mijn aandacht.

In 1997 vond er een groot, wereldwijd onderzoek plaats onder tienduizend vrouwen in 26 landen, naar hart- en vaatziekten. Ik werd gevraagd de Nederlandse vertegenwoordiger van dit onderzoek te worden. Eindelijk had ik interesse gewekt, mijn haak had ik gevonden en die hield ik stevig vast. Het was frappant dat het onderwerp opeens interessant werd voor een mannelijke collega, maar ik liet me niets meer afpakken. Ik was al acht jaar bezig!

 

Mijn haak had ik gevonden en die hield ik stevig vast.

 

Ik werkte keihard aan mijn proefschrift. Het waren wel tropenjaren. Ik had een fulltime baan, een druk gezin maar ik had een enorme drive. Ook al kreeg ik maar 1 week extra vrij van mijn maatschap voor mijn hele proefschrift. Nog steeds kreeg ik niet overal de volle medewerking. Er waren genoeg artsen die er absoluut het nut niet van inzagen. Nee, ik heb nooit de intentie gehad om maar op te geven. Ik heb veel over me heen gekregen en ik heb het ook niet altijd ‘droog’ gehouden. Maar weet je, ik ben niet alleen maar tegengewerkt. Ik heb ook heel veel hulp gekregen. Ik heb een mooi, internationaal netwerk kunnen opbouwen en elke kans gegrepen die voor mijn voeten kwam. De aanhouder wint. Op mijn vijftigste ben ik gepromoveerd. Drie jaar daarvoor was ik al begonnen met vrouwenspreekuren.

Binnen het vakgebied hebben veel ontwikkelingen plaatsgevonden. Er zijn gewoon keiharde feiten die bewijzen dat er verschillen zijn tussen mannen en vrouwen als het gaat om de diagnose van hart- en vaatziekten. Gelukkig zie je dat de jongere generatie artsen er meer voor open staat en dat stemt me hoopvol. Maar het kan en mag niet zo zijn dat je anno 2018 vrouwen zomaar laat gaan, met het idee dat hun klachten wel zullen overgaan. Ik kan me daar echt over opwinden. Ik hoor soms schrijnende verhalen op mijn spreekuur. Vrouwen worden van het kastje naar de muur gestuurd en voelen zich vaak niet serieus genomen. Ik heb lange wachtlijsten en dat zou niet zo mogen zijn. Vrouwen zouden ook bij hun eigen cardioloog terecht moeten kunnen.”

 

Mondige patiënt

Hoewel de medische wetenschap misschien niet zo snel emancipeert als nodig is in dit geval, de patiënt doet dat wel. “Je merkt dat patiënten veel mondiger zijn geworden en zich niet meer zo makkelijk laten overdonderen. Het is goed dat de ‘revolutie’ van onderen komt, van de patiënten zelf. Ze houden hun artsen een spiegel voor. Ik kan het alleen maar toejuichen dat ze zichzelf informeren.”

 

Patiënten houden hun artsen een spiegel voor.

 

Maas is niet te beroerd om haar kennis te delen. In  2017 verscheen de  Engelstalige  Manual Gynecardiology: female -specific Cardiology’, met daarin de meest recente kennis over vrouwspecifieke aspecten van de cardiologische zorg. Co-auteur is prof. C. Noel Bairey Merz, een vrouwelijke collega cardioloog van Maas in de Verenigde Staten en Director of het ‘Barbra Streisand Women’s Heart Center’ in Los Angeles.

Daarnaast is ze bezig met het schrijven van een populair wetenschappelijk boek over dit onderwerp. “Het publiek moet geïnformeerd worden en geen enkele vrouw hoeft zich te laten wegsturen met: ‘het zal wel de overgang zijn’ of ‘ga maar een paar nachten vroeg naar bed en maak je niet druk’ zonder enige vorm van onderzoek en passende diagnose.”

 

‘Je ziet het pas als je het doorhebt’

Wat zijn nou die verschillen tussen een mannen- en een vrouwenhart? “Bij mannen gaat het veel eerder en vaker om een vernauwing in een of meer kransvaten. Dit is met een dotter- of bypass-operatie goed te behandelen. Op deze diagnose en behandeling heeft de geneeskunde zich altijd gericht. Bij vrouwen zie je die vernauwingen veel minder en pas op latere leeftijd.

Bij vrouwen zijn vernauwingen ook minder duidelijk zichtbaar en dus worden ze minder makkelijk herkend bij een inspannings-ECG of nucleaire scan. De hele hartfilmdiagnostiek (hartcatheterisaties) is gebaseerd op een slanke man van in de vijftig. Gelukkig heeft het soort hartinfarcten waar vrouwen vatbaarder voor zijn nu een naam: MINOCA. Dit staat voor myocardiaal infarct met niet obstructieve kransslagaders. Het vereist een heel andere manier van diagnosticeren.

De oorzaken van klachten zijn bij vrouwen ook niet altijd duidelijk. Het kan bijvoorbeeld zijn oorsprong vinden in een hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap, een vroege menopauze. Hoge bloeddruk kan gepaard gaan met vermoeidheid, kortademigheid, pijn in de kaken, de rug of tussen de schouderbladen."

 

I will survive

Maas heeft zich vaak eenzaam gevoeld maar ze liet zich door niets of niemand van haar pad afbrengen. “Toen ik zes jaar geleden werd aangesteld als hoogleraar Vrouwencardiologie bij het RadboudUMC, kreeg ik notabene van een collega te horen, dat ik maar bij de Efteling moest gaan werken omdat ik nog in sprookjes geloofde.”

Hoe overleef je in die soms keiharde medische wereld? Maas: “Ik kreeg ook steun op vaak cruciale momenten. En die steun moet je aanpakken. Ik heb daarnaast veel gehad aan een coach waar ik flink heb uitgehuild en ballast overboord heb kunnen gooien.

 

Gendercardiologie is inmiddels een vast onderdeel van de opleiding cardiologie.

 

Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor gendercardiologie. Het is inmiddels een vast onderdeel van de opleiding cardiologie. We zien samenwerkingen met cardiologen in binnen- en buitenland. We kunnen veel leren van elkaar. Zo organiseren we in april 2019 de ‘First Conference on Women’s Health in the Caribbean’ op Curaçao, met name bedoeld om Caribische vrouwen beter te informeren. Waar ik ook blij mee ben, is dat de Europese beroepsgroep voor Cardiologie zijn eerste vrouwelijke voorzitter heeft. Kortom: mooie ontwikkelingen.”

 

Perfectionisme is een dodelijke ‘ziekte’

Vrouwen kunnen zelf ook iets doen om het risico op een infarct te verkleinen. “Perfectionisme is een dodelijke ‘ziekte’. Je kunt stress als risicofactor niet uitvlakken. Vrouwen eisen te veel van zichzelf en willen te veel ballen tegelijkertijd in de lucht houden. Wat geeft het dat je niet op alle verjaardagen kunt zijn. Ik heb ook wel eens een ouderavond gemist en je huis hoeft echt niet zeven dagen per week spic en span te zijn. Je moet leren loslaten. Is een stuk gezonder!”