2 minuten lezen

 

Het is 27 februari 2019. Buiten is het twintig graden. Heerlijk warm, ik zit op mijn balkon en geniet van de zon.

Totdat ik denk: ik zit hier wel te genieten, maar moet ik me eigenlijk niet schamen, omdat ik ook een bijdrage lever aan de opwarming van de aarde? Zo op mijn balkon met een boek valt het wel mee, maar gisteren ben ik bijvoorbeeld van Rotterdam naar Assen en Groningen gereisd, omdat ik bepaalde tentoonstellingen wilde zien. Maar ja, die treinen rijden toch, denk ik dan, dus kan het wel.

Ooit had ik werk waarbij ik heel veel in de auto reed. Als auditor had ik klanten in het hele land en ook in het buitenland. Toen heb ik veel bijgedragen aan de CO2-uitstoot, maar dat hoorde bij mijn werk. Ik heb me daar nooit schuldig over gevoeld. Al dan niet terecht. Nu heb ik geen auto meer, en doe zoveel mogelijk op de fiets.

Als ik na ga wat ik in huis heb, dan scoor ik niet best. Veel boeken, dat waren dus veel bomen. De kerststerren hebben de kerst ruim overleefd, die staan er nog fleurig bij. Maar waar komen die vandaan? En dan mijn fruitschaal. De appels zullen hoop ik wel uit Nederland komen, maar de avocado's? En de sinaasappels? Die zullen wel een vlieg- of bootreis achter de rug hebben.

Eerlijk gezegd ben ik niet zo bezig met mijn ecologische voetafdruk. Te weinig. Ik mag dan hoog opgeleid zijn, maar ook bij mij wint het korte termijn plezier het vaak van de lange termijn ellende. Zin in sinaasappels, dus kopen. Vooral in de winter, want dan zijn ze lekker. Stom. Ik heb geen auto meer, maar dat is omdat ik hem niet nodig heb. En toevallig zit ik in een wijk met stadsverwarming, de haven van Rotterdam levert genoeg warmte voor de halve stad. Heel ecologisch allemaal, maar geen bewuste keuze.

Schuldig voelen helpt niet. Als ik mijn ecologische voetafdruk op internet laat berekenen op de site van WNF, blijkt mijn afdruk driekwart te zijn van de score van de gemiddelde Nederlander. Dan doe ik het nog niet zo slecht. Eigenlijk best goed, de opwarming van de aarde komt voor een groot deel niet door mij. Ik koester me nog maar eens in het zonnetje.