In de zomer van 2017 verscheen de reader ‘The Religious Cultures of Dutch Jewry’, onder redactie van Yosef Kaplan en Dan Michman. Het boek bestaat uit een serie lezingen, waaronder een lezing van Marlene de Vries, socioloog en voormalig senior onderzoeker bij het IMES (Institute for Migration and Ethnic Studies) van de UvA. Haar lezing is getiteld: ‘Vanishing Diaspora? Jews in the Netherlands and Their Ties with Judaism: Facts and Expectations about Their Future’.

In haar lezing gaat De Vries in op de stelling van Bernard Wasserstein, hoogleraar geschiedenis aan de Brandeis University in Massachusetts, dat de Joden, als collectiviteit met een eigen religie en/of cultuur, zullen verdwijnen uit Europa. De Vries analyseert deze stelling voor wat betreft de Joden in Nederland, en baseert zich hierbij op enkele, mede door haar uitgevoerde onderzoeken. In dit interview vertelt zij over deze onderzoeken en haar persoonlijke betrokkenheid bij dit onderwerp.


Hoe is De Vries in het onderzoek terecht gekomen?

De Vries studeerde sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, met als bijvak onderwijssociologie. Omdat ze, na alle theorie, graag praktijkervaring wilde opdoen, benaderde ze de schoolbegeleidingsdienst in Amsterdam met de vraag of ze iets voor hen kon betekenen. Ze vroegen haar onderzoek te doen naar de gevolgen van de gezinshereniging van Turken en Marokkanen op Nederlandse scholen. De scholen waren in die jaren (ca. 1974) nog niet voorbereid op deze gezinshereniging.

Na haar afstuderen werkte De Vries in het welzijnswerk voor buitenlandse werknemers. In die tijd kwam zij weer in contact met André Köbben, hoogleraar antropologie en destijds directeur van het Centrum voor Maatschappelijke Tegenstellingen (het COMT) van de Universiteit van Leiden. Professor Köbben vroeg De Vries of ze voor hem wilde komen werken. De Vries had als student al college bij hem gevolgd. Hier hoefde ze niet lang over na te denken. Ze deed onderzoek naar Turkse meisjes en vrouwen en promoveerde op de leefwereld van jonge Turkse vrouwen in Nederland en de rol van roddel in de Turkse gemeenschap. 
De Vries heeft veel aan professor Köbben te danken. Professor Köbben was niet alleen mijn werkgever, maar ook mijn grote intellectuele stimulator en degene van wie ik leerde schrijven.


Een socioloog en een antropoloog. Twee verschillende takken van sport, hoe werkt dat?

Bij het horen van deze vraag denkt De Vries meteen terug aan toen zij met pensioen ging. Van professor Köbben kreeg ze toen het grootste compliment ooit: “Marlene is dan wel socioloog maar ze had antropoloog kunnen zijn.”

De Vries deed graag kwalitatief onderzoek; dat wil zeggen het voeren van uitvoerige, gesprekken en vervolggesprekken met mensen. Deze manier van onderzoek is minder gangbaar in de sociologie dan in de antropologie.


Waarom wilde De Vries graag onderzoek doen onder Joden in Nederland?

Toen de Stichting Joods Maatschappelijk Werk (JMW) haar vroeg om onderzoek te doen onder Joden in Nederland, hoefde De Vries niet lang na te denken. Ze voelt zich haar hele leven al verbonden met het Jodendom. De Vries is zelf niet Joods van geboorte maar had sinds haar vierde jaar een vriendinnetje met orthodox-joodse ouders. Bij dit vriendinnetje thuis vierde De Vries alle Joodse feestdagen en omdat haar eigen ouders atheïstisch waren, zijn de Joodse feestdagen voor haar veel vertrouwder dan de christelijke.

Op basis van de volgende onderzoeken heeft De Vries zes jaar geleden een gastcollege gegeven aan de Hebrew University in Jeruzalem. Dit college werd onlangs gepubliceerd in de bovengenoemde reader onder redactie van Kaplan en Michman.
Het eerste onderzoek deed De Vries samen met enkele onderzoekers van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Het was een kwantitatief onderzoek onder 1.036 Joden van 18 jaar en ouder om inzicht te krijgen in het demografisch profiel en binding aan het Jodendom van Joden in Nederland.  De resultaten zijn beschreven in het boek ‘De Joden In Nederland anno 2000’.

Een kleinschalig, kwalitatief vervolgonderzoek: diepte-interviews en vervolggesprekken met (uiteindelijk) dertig na de oorlog geboren, seculiere Joden in Nederland. In 2004 heeft De Vries de resultaten van dit onderzoek beschreven in ‘Een blijvende band? Niet-religieuze joden en hun binding aan het Jodendom’

Hanna van Solinge en Carlo van Praag hebben in 2009 een kleinschalig vervolgonderzoek gedaan op het eerdere onderzoek van 2000. De resultaten zijn beschreven in ‘De Joden in Nederland anno 2009’.

De joodse wet (halacha) zegt dat iemand Joods is als je een Joodse moeder hebt. De onderzoekers zijn afgeweken van deze definitie. In bovenstaande onderzoeken is iedereen met tenminste één Joodse ouder meegenomen.

 

Ook de vader-Joden zijn in de onderzoeken meegenomen


Deze onderzoeken geven een breder beeld van Joden in Nederland

De onderzoeken en dan met name het kwalitatieve onderzoek gaven De Vries inzicht in de ontwikkeling van het Jodendom in Nederland na WOII. En dan vooral in de beleving van na de oorlog geboren Joden, van hun Joods-zijn, de plaats die de oorlog en in het bijzonder de oorlogsgeschiedenis van hun familie daarbij innemen en de invloed van het bestaan van de staat Israël. Ook gaf dit onderzoek inzicht in hoe algemene maatschappelijke tendensen, zoals de toegenomen secularisatie en het toegenomen individualisme, de beleving van het Joods-zijn hebben beïnvloed.

Ten gevolge van de oorlog is het aantal Joden dramatisch gedaald. 75-80% van de Joden in Nederland is vermoord (een van de hoogste percentages in Europa). Van de Joden die de oorlog wel overleefden, zijn er veel naar Israël en Amerika vertrokken. Er was vanaf het begin wel sprake van retourmigratie, zeker uit Israël.

Verder duurde het lang voordat Joden die de oorlog hadden overleefd, wat meer ontspannen konden staan tegenover niet-Joden. De Vries noemt als voorbeeld haar oudere vriendin Betty, die als jongvolwassene de oorlog als naaister van SS-kostuums overleefde. Na de oorlog bleek geen enkel familielid de oorlog te hebben overleefd: haar ouders, broers, zussen, neven, nichten, tantes, ooms; iedereen was vergast.

De Vries vervolgt: “Betty vertelde ook dat zij veel razzia’s in Amsterdam heeft meegemaakt. Ze benadrukte altijd: ‘Daar zat geen Duitser tussen, het waren allemaal Nederlanders: Nederlandse politieagenten die de mensen uit hun huis haalden, Nederlandse trambestuurders die de Joden naar de Hollandsche Schouwburg brachten.”

Betty heeft grote moeite gehad met het vertrouwen in niet-Joodse mensen (behalve in haar onderduikgevers). Als Betty sprak met een niet-Joodse Nederlander, vroeg ze zich regelmatig af ‘wat deed jouw vader in de oorlog?’

De generatie die dit heeft meegemaakt, maar ook de kinderen van die generatie: sommigen hebben er een leven lang last van gehad, anderen konden betrekkelijk snel weer functioneren. Weer anderen werden pas op latere leeftijd met de gevolgen geconfronteerd. Er zijn veel coping-mechanismen om met trauma’s om te gaan! Dit laat onverlet dat de impact die dit op Joodse families heeft gehad zeer groot is. Misschien beseft niet iedere niet-Joodse Nederlander dit voldoende. 
Die soms gespannen verhouding met niet-Joodse Nederlanders ziet de Vries nu ook nog.

Volgens de Vries balen veel Joden buiten Israël ervan dat ze worden aangesproken op de Israëlische politiek. Jood en zionist is niet hetzelfde. Joden in Nederland vinden dat ze niet verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor de Israëlische politiek. De Vries: “Het bestaan van Israël heeft een psychologische functie voor Joden in Nederland. Niet omdat alle Joden uit Nederland graag naar Israël toe zouden willen, maar er moet wél een plek zijn om naar toe te gaan, als het hier niet meer zou gaan. Israël is ook ontstaan uit deze nood. Zonder WOII was Israël er zeer waarschijnlijk niet geweest.”


Wie is een Jood?

Volgens de joodse wet (halacha) ben je Joods als je uit een Joodse moeder bent geboren. Dus als je twee Joodse ouders hebt of als je een Joodse moeder en een niet-Joodse vader hebt.
Zowel de liberaal-religieuzen als de orthodoxen laten zich leiden door de halacha.

Als je geen Joodse moeder hebt maar wel als Jood erkend wil worden, moet je je bekeren tot het Jodendom om je volgens de halacha Joods te mogen noemen. Hiervoor moet je een zwaar traject doorlopen. Aan het eind van dat traject moet je voor een Joodse rechtbank verschijnen die over je toelating (of niet) beslist: het Beth Din. Mannen en vrouwen moeten aan het eind van het traject in het mikwe bad. Dit bad staat symbool voor de wedergeboorte. Mannen moeten besneden worden en je moet een koosjere huishouding voeren. Hiervoor heb je twee serviezen, twee soorten bestek en koelkasten nodig, één voor vlees (vleeskost) en één voor zuivel (melkkost). Het hebben van één aanrecht is niet voldoende.

De liberalen interpreteren de halacha op onderdelen soepeler: het traject voor bekering is minder zwaar en het voeren van een koosjere huishouding is minder strikt.

In Nederland voert maar een zeer klein gedeelte (paar procent) van de Joden een strikt koosjer huishouden. Als een familie die zich aan de spijswetten houdt op bezoek komt, kijk dan niet vreemd op als zij eigen eten, servies en bestek bij zich hebben. Koosjer zijn betekent dat je je aan de spijswetten houdt en alleen consumeert wat door het rabbinaal toezicht is goedgekeurd.

Op veel ruimere schaal zie je het zogenaamde ‘koosjer light’, ook wel ‘kosher-style’ genoemd. Dan eet je bijvoorbeeld geen varkensvlees en schelpdieren, maar neem je het verder niet zo nauw.

De overgrote meerderheid van Joden is seculier. Daarnaast zijn er veel kleinere aantallen liberaal-religieuzen, orthodox-religieuzen en ultraorthodoxen, allemaal ook weer met deelgroepjes die zich op onderdelen van elkaar onderscheiden.


Wat kan De Vries zeggen over het aantal Joden in Nederland?

Onderstaande tabel laat een lichte stijging van het aantal Joden in Nederland zien in de laatste decennia. In 2010 woonden er naar schatting bijna 53.000 Joden (dit is inclusief vader-Joden) in Nederland.

Deze lichte stijging heeft te maken met de toegenomen gemengde huwelijken. Deze stijging is echter maar tijdelijk, omdat kinderen uit gemengde huwelijken in grote meerderheid met niet-Joden trouwen, zodat de spoeling steeds dunner wordt.

 

 

2000

2010

2020

Halachische Joden

35.665 (70%)

36.924 (70%)

38.255

2 Joodse ouders

47%

45%

 

Joodse moeder

24%

25%

 

Joodse vader

15.060 (30%)

15.727 (30%)

15.970

Totaal

50.725

52.651

54.225

 

Bron: Van Solinge en van Praag, 2010.


Onder deze bijna 53.000 Joden bevinden zich circa 10.000 immigranten met een overwegend Israëlische achtergrond. Reken je de vader-Joden niet mee, zijn het er veel minder: ongeveer 37.000. In de genoemde onderzoeken van De Vries en anderen onder Joden in Nederland zijn de vader-Joden wel meegenomen.


De partnerkeuze is van invloed

Uit de onderzoeken blijkt ook dat gemengde huwelijken de volgende generaties predisponeren tot huwelijken met niet-Joden. Hierdoor verwatert het Joodszijn met iedere generatie. Onderstaande tabel laat deze ontwikkeling zien. 

Partnerkeuze in drie generaties

Respondenten met twee Joodse ouders (52%)

Respondenten met een Joodse ouder (48%)

Respondenten zelf: Joodse partner (53%)

Respondenten zelf: niet-Joodse partner (47%)

Respondenten zelf: Joodse partner (21%)

Respondenten zelf: niet-Joodse partner (79%)

Kinderen van respondenten: Joodse partner (als ze een partner hadden) (56%)

Kinderen van respondenten: Joodse partner

(als ze een partner hadden) (12%)

Kinderen van respondenten: Joodse partner (als ze een partner hadden) (29%)

Kinderen van respondenten: Joodse partner

(als ze een partner hadden) (3%)

Bron: Van Solinge en van Praag, 2010.


Wassersteins stelling “De Joden verdwijnen uit Europa”

Als collectiviteit zijn de Joden uit Europa aan het verdwijnen, aldus Wasserstein. Hij bedoelt daarmee Joden als onderscheiden groep, met een eigen religie en/of cultuur. De uitzondering die hij opmaakt is de ultraorthodoxie: voor hen voorziet hij wel een voortbestaan. Hij geeft voor het verdwijnen van Joden als collectiviteit twee redenen:

Demografisch: vergrijzing, een laag geboortecijfer, en een steeds verdere toename van gemengde huwelijken. 

Voortgaande assimilatie en secularisatie maken dat de Joodse cultuur verwatert, waardoor het doorgeven van deze cultuur aan de volgende generatie moeilijker wordt.

De Vries: “De eerste reden, daar is geen speld tussen te krijgen. Die klopt als een bus.” Bij de tweede plaatst ze wel vraagtekens. Die voortgaande assimilatie en secularisatie kloppen natuurlijk, maar dat neemt niet weg dat De Vries in haar onderzoek onder seculiere Joden die na de oorlog zijn geboren zag dat er enkele subgroepen bij hen te onderscheiden zijn, en dat bij iedere subgroep het voortbestaan van enigerlei vorm van Jodendom over de generaties heen verschilt. Dit varieert van weinig of geen kans tot redelijk gewaarborgd. Het gaat bij deze laatste vorm om, zoals een van de respondenten in haar onderzoek beschreef, ‘de meest kwetsbare vorm van Jodendom die heden ten dage bestaat.’

De Vries onderbouwt haar stelling verder door te wijzen op de toename van het aantal Joden uit Israël dat hier komt wonen. De Vries beweert niet dat dit de continuïteit van het Jodendom als religie en/of cultuur zal garanderen, maar wél dat de Israëlische immigratie in ieder geval in demografische zin een bijdrage levert aan het aantal Joden in Nederland. Of de omvang van de Israëlische immigratie zo blijft is afhankelijk van economische omstandigheden in Nederland en Israël, en ook van de politieke situatie in Israël en de immigratievoorwaarden die in Nederland gelden.


Verdwijnen de Joden als onderscheiden groep uit Nederland?

Uit al het onderzoek tot nu toe kan, volgens De Vries, geen gebalanceerde conclusie voor wat betreft de toekomst worden getrokken. Haar grootste punt van kritiek op het werk van Wasserstein is, dat hij seculiere Joden beschouwt als een homogene groep. Wasserstein maakt alleen onderscheid tussen ultraorthodoxe en seculiere Joden. Terwijl, aldus De Vries, de seculiere Joden niet over één kam geschoren kunnen worden. Er bestaat een grote diversiteit in termen van religie en cultuur. Joden vormen een heterogene groep zowel in termen van religie als in andere opzichten.

De vraag of de Joden als collectief uit Nederland verdwijnen is, volgens De Vries, heel moeilijk te beantwoorden: de Joodse identiteit kan zowel religieus als etnisch zijn. Volledige assimilatie is een feit voor een onbepaald aantal mensen en neemt waarschijnlijk toe in de komende generaties. Maar dit gegeven alleen is niet voldoende om te concluderen dat de Joodse identiteit in Nederland ophoudt te bestaan. Dit hang af van de manier waarop de seculiere identiteit zich op termijn gaat ontwikkelen.


Literatuurlijst

Hanna van Solinge & Marlene de Vries (redactie) De Joden in Nederland anno 2000. Demografisch profiel en binding aan het Jodendom, 2001, Aksant Amsterdam

Marlene de Vries Een blijvende band? Niet-religieuze joden en hun binding aan het Jodendom, Marlene de Vries, 2004, Het Spinhuis, Amsterdam

Hanna van Solinge en Carlo van Praag ‘De Joden in Nederland anno 2009. Continuiteit en verandering’. 2010 AMB Diemen

Yosef Kaplan and Dan Michman eds ‘The Religious Cultures of Dutch Jewry’. 2017 BRILL  Leiden/Boston. Hierin: Marlene de Vries: ‘Vanishing Diaspora? Jews in the Netherlands and Their Ties with Judaism: Facts and Expectations about Their Future’  pp. 342-353