De PRIDE Study (PRegnancy and Infant DEvelopment) moet informatie moet opleveren over het ontstaan van ziekten bij moeder en kind in relatie tot risicofactoren vooral bij de moeder, vóór, tijdens en na de zwangerschap.

 

De PRIDE Study is een unieke studie door zijn omvang (100.000 zwangere vrouwen en hun baby’s gaan meedoen) en tijdsduur (21 jaar). Marleen van Gelder, epidemioloog, Radboud UMC Nijmegen, voert met haar team dit onderzoek uit. Het betreft een nationaal geboortecohort. Onder een cohort verstond men oorspronkelijk een groep mannen die in militaire dienst kwam op hetzelfde moment in dezelfde plaats. In de Romeinse tijd was een cohort een deelgroep van een legioen. In dit onderzoek bestaat het cohort uit 100.000 zwangere moeders en hun kinderen, waarvan de gezondheid 21 jaar lang zal worden gevolgd.

 

Wat is epidemiologie?
Epidemiologie is de wetenschap die het vóórkomen en de verspreiding van ziekten onder de bevolking bestudeert. Een veel voorkomend misverstand is dat het alleen over onderzoek naar epidemieën zou gaan en dat is een onjuiste inperking van het onderzoeksgebied, omdat dit slechts een klein deel van de epidemiologie vormt. Het meeste epidemiologische onderzoek is veel breder en heeft niets met infectieziekten van doen, zoals ook bij deze studie het geval is.

Wat is een prospectieve studie?
In de epidemiologie zijn veel verschillende onderzoeksmethoden mogelijk, afhankelijk van wat en hoe men wil onderzoeken en op basis van de hoeveelheid gegevens die verzameld kunnen worden. De grootste en belangrijkste methode om een relatie tussen een bepaalde risicofactor en het ontstaan van een ziekte te vinden, is de prospectieve studie. Uit de naam is al af te leiden dat het een studie is die vooruitkijkt naar toekomstige ontwikkelingen betreffende de gezondheid van de deelnemers.

Wat willen de onderzoekers uitzoeken?

Met de gegevens die verzameld worden in deze studie zal men verbanden kunnen leggen tussen risicofactoren en ziekten. Bijvoorbeeld: het effect van het gebruik van bepaalde medicijnen op de gezondheid van de baby en het opgroeiende kind.

Het onderzoek in Nederland is een unieke studie, omdat nergens ter wereld op dit moment deelnemers geworven worden voor een dergelijk prospectief onderzoek. Tot 1991 was er in Nederland nog nooit een prospectieve studie onder vrouwen verricht. De “van wieg tot graf” studie, met de naam PRIDE Study laat dus ook zien dat vrouwen, gezondheid en ziekte inmiddels wel de terechte aandacht van onderzoekers hebben.

21 jaar lang achtereen onderzoek uitvoeren heeft alleen zin als je weet wat je wilt onderzoeken en welke gegevens je wilt vastleggen. In deze PRIDE Study wordt de zwangere vrouw op diverse momenten tijdens en na de zwangerschap gevraagd naar o.a. leefwijze, voeding en gezondheidssituatie middels gestandaardiseerde vragenlijsten. Er wordt bloed en speeksel afgenomen. Ook de aanstaande vader wordt gevraagd om eenmalig een vragenlijst in te vullen. Van moeder en kind worden de medische en consultatiebureaugegevens vastgelegd vanaf de eerste zwangerschapscontrole, indien zij daar toestemming voor geeft. Verder wordt gebruik gemaakt van apps en wearables (bijvoorbeeld via polsbandjes, kleding etc. meten van bijvoorbeeld: hartslag, bloeddruk, inspanning, calorieverbruik etc) om aanvullende gegevens te verzamelen. Maar ook sociaal-economische status, de woonsituatie en omgeving en zelfs het gebruik van een mobiele telefoon wordt vastgelegd: er is immers zoveel waarvan je wilt weten of het gezondheidsrisico’s voor het kind (en de moeder) kan opleveren.

 

Deelonderzoeken

Tijdens de “Bessensap” presentatie werd gesproken over een deelonderzoek naar depressieve symptomen, maar het onderzoek gaat veel breder. Omdat er zoveel gegevens verzameld worden, kunnen honderden (onderzoeks)vragen binnen de PRIDE Study beantwoord worden. Het zou jammer zijn om daar 21 jaar mee te wachten en daarom worden er op dit moment al tientallen studies binnen dit onderzoek uitgevoerd, waarbij er met passende statistische methoden gewerkt wordt. Daarnaast is het onderzoek flexibel, zodat er, wanneer daar aanleiding voor is op basis van nieuwe wetenschappelijke literatuur, aanvullende gegevens verzameld kunnen worden van deelneemsters die nu of in de toekomst gaan meedoen aan de PRIDE Study.

 

Wat kan zo’n studie opleveren?

Na 21 jaar kun je degelijke verbanden leggen tussen gezondheid en leefstijl van de moeder (mogelijk ook de vader, die eenmalig een vragenlijst invult) en de ziekten die zich op latere leeftijd bij het kind voordoen. De onderzoekers zijn met name geïnteresseerd in het ontstaan van zwangerschapscomplicaties, luchtwegaandoeningen, ADHD, autisme en diabetes. Maar de vele andere hypothesen die zij opstelden willen ze natuurlijk ook toetsen, vaak in deelonderzoeken die de periode van 21 jaar zullen gaan vullen.

Ik ben zeer benieuwd welke verbanden dit onderzoek zal vinden en hoezeer dit onderzoek meer helderheid kan creëren over het ontstaan van aandoeningen die over de voorbije jaren zijn toegenomen, maar waarvan we niet weten wat daaraan ten grondslag ligt, zoals bijvoorbeeld ADHD en autisme. Deze studie kan een fantastische bron van nieuwe kennis worden over het ontstaan van allerlei aandoeningen en de verbanden met de moeder en de vader.

Op dit moment is het cohort in opbouw en worden de 100.000 vrouwen nog lang niet gehaald. Er wordt hard gewerkt aan de opbouw van het cohort.

Jammer dat het nog zo lang gaat duren voor het cohort de beoogde omvang heeft en vooral, dat het daarmee ook lang duurt voordat de volledige resultaten van dit onderzoek bekend zullen worden. Maar in de tussentijd zullen de onderzoekers ook zeker al resultaten uit de PRIDE Study naar buiten brengen; de eerste wetenschappelijke publicaties zijn al beschikbaar. 

Dit artikel kwam tot stand met medewerking met Marleen van Gelder, onderzoeker bij het Radboud UMC Nijmegen.