Mijn vader is de beste vader die je maar kunt hebben. En ongetwijfeld zijn er meer dochters die zo over hun vader denken. Hij vertelt nog steeds graag het verhaal van mijn geboorte. Toen ik de wereld inkwam, had ik een bos gitzwart steil haar, felblauwe ogen met een vorm die mijn Chinese voorouders verraadde. Daddy’s blue eyed China Doll, noemde hij me.

Mijn ouders hadden het niet gemakkelijk rondom en kort na mijn geboorte en als ze het even niet meer zagen zitten, dan wist ik ze altijd weer op te fleuren. Ik was een vrolijke baby en kon echt schateren van het lachen, waardoor niemand in mijn omgeving lang verdrietig of chagrijnig kon blijven. Daar weet ik uiteraard niets meer van, maar het is een verhaal dat nog steeds leuk is om te horen.
Als je klein bent, kijk je natuurlijk enorm tegen je vader op. Vaders kunnen immers alles. Ze kunnen het hardste lopen, zijn de allergrootste, de allerliefste en een onoverwinnelijke held. Later, als ik groot was, wilde ik net zo goed kunnen autorijden als mijn vader, net zo veel algemene kennis hebben, net zo goed Engels kunnen spreken, net zo… net zo…

En dan word je groter, je wereld verruimt zich en je komt erachter dat er ook dingen zijn die je vader niet weet of niet kan. Dingen die jij wel automatisch leert, omdat je ermee opgroeit. En ik had weliswaar de liefste vader, maar ook de meest strenge vader (overigens beweerden mijn vriendinnen precies het zelfde). Een vader wier missie was te zorgen dat zijn ‘kleine meid’ niets overkwam. Ook al woonden we in een piepklein rotgat waar het hoogtepunt de jaarlijkse kermis en het Carnaval was. Waar (bijna) iedereen elke zondag naar de kerk ging. Mijn vaders missie stond soms lijnrecht tegenover mijn plannen. Ik was niet zo’n heel makkelijke puber (sprak zij eufemistisch) en ik heb het mijn vader dan ook niet gemakkelijk gemaakt. Ik herinner mij de botsingen, maar als ik het er nu met hem over heb, houdt hij stug vol dat ik helemaal niet moeilijk was. Wat een vader, die alleen de goede dingen onthoudt..

Die zorg om zijn dochter is niet afgenomen, ook al ben ik nu volwassen en heb ik twee grote zonen van 22 en 24. Werk je niet te hard? Zorg dat je voldoende rust neemt. Eet je wel voldoende, doe je voorzichtig op de weg? Heb je geld nodig (bij de opbouw van mijn nieuwe winkel). Ja, pa ik ben een volwassen vrouw, je hoeft je geen zorgen meer te maken. Maar ik weet, dat hij dat wel doet. En dat hij daarom ook een pannetje soep kwam brengen op zaterdag, in de tijd dat ik nog alleen in mijn winkel stond..vriendin van mij is onlangs weer bij haar ouders gaan wonen, in afwachting van een nieuwe flat. Ze vertelde hoe haar ouders genoten van het feit dat ze hun dochter weer even konden vertroetelen. Hoe haar vader haar fiets opknapte omdat hij niet wilde dat ze op een ‘oud barrel’ rondreed. Terwijl krakkemikkig voor een stationsfiets juist een voordeel was. Dat was nog tot daar aan toe maar toen, vertelde ze bijna verontwaardigd, ging hij echt een grens over toen hij zei: ‘Zou je niet eens naar bed gaan, je moet morgen weer vroeg naar je werk…’

Ik was dus niet de enige. Want dit had die van mij ook kunnen zeggen en ik durf te wedden dat veel dochters nu moeten glimlachen. Vaders willen zorgen voor hun ‘kleine meisjes’, dat zal wel nooit veranderen…