Dr. Miko Flohr van het Instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Leiden vertelt op Bessensap hoe de Romeinse overheid tabernae (huidige winkel) ontdekte.

De winkel is waarschijnlijk een Romeinse uitvinding, oude Griekse steden hadden geen winkels, maar handelden op het marktplein, waar kraampjes werden neergezet. Romeinse steden staan vol met winkels. De winkel bleek een succesvolle innovatie: latere Europese steden ontwikkelden ook dichte, organisch gegroeide winkellandschappen.

Hoe belangrijk zijn overheden in de huidige tijd voor innovatie?

Mike Flohr doet onderzoek naar deze vraag door te kijken naar de geschiedenis. 
De Romeinse overheid heeft een sleutelrol gespeeld bij de totstandkoming van de tabernae. Innovatie werd in die tijd in Rome vaak door de bestuurlijke elite gefaciliteerd.
In de Griekse tijd, zo rond 3e eeuw voor Christus, werden de tabernae nog aan het forum, het plein in de stad, geplaatst. Het Griekse model was nog gangbaar. In 150 voor Christus komt hier verandering in en winkels (tabernae) komen in snel tempo op. Van Rossum heeft het over een tabernae boom. Vooral in Pompei en Ostia.

De tabernae werden gebruikt voor het verkopen van voedsel of als werkplaats. In ieder geval was het een plek waar mensen geld verdienden. Overblijfselen van muren onthullen de bouwgeschiedenis. De snelle opkomst van deze tabernae had te maken met de Romeinse overheersing van het Midden Oosten. Deze bracht grote rijkdom, waardoor een grote opmars van winkels plaats kon vinden. Tabernae werden nooit alleen gebouwd, maar als onderdeel van een groter geheel, bijvoorbeeld aan beide kanten van het huis van de handelsman. Het grote voordeel van deze manier was dat de handelsman nergens naar toe hoefde en klanten niet hoeven te bedenken waar ze vandaag naar toe moeten om iets te kopen. 

Ook straten werden omgeven door winkels

Hoe kwam men op het idee om bij het bouwen van het huis winkels te incorporeren?
Flohr vertelt dat de Romeinse overheid hierbij een centrale rol speelde. Dit begon in Centraal Italië. De overheid zorgde ervoor dat de uitvindingen van particulieren werden uitgewerkt. Als een particulier een goed idee had, nam de overheid het idee over en zorgde ervoor dat het werd gerealiseerd. Dit deed de overheid omdat ze via de belastingen veel extra inkomsten kon vergaren. Deze lucratieve werkvorm werd na de Hellenistische tijd door de keizers overgenomen.

De uitvinding van de baksteen zorgt ervoor dat de Romeinse overheid stenen publieke gebouwen kon bouwen. De goede infrastructuur, ook verzorgd door de Romeinse overheid, zorgt ervoor dat de productie van bakstenen op grote schaal kan plaatsvinden. Het wegennet dat ook door Europa loopt was al in opdracht van de overheid aangelegd. Dit wegennet betekende een stabiele basis voor verdere innovatie. 

De Romeinen zijn zeer waarschijnlijk niet de enigen geweest met stenen tabernae. Er zijn aanwijzingen dat de Incas en Azteken dit ook hadden. Het oude China dat technologisch op een hoger niveau stond dan de Romeinen hebben rond die tijd ook stenen tabernae gehad.
Tabernae kwamen niet in Griekenland voor. Daar zijn ze nog heel lang door gegaan met de marktverkoop op pleinen. In de laatste eeuw voor christus zag je dat het economische systeem steeds groter werd, en daarmee ook het verschil tussen arm en rijk.

Terugkomend op de vraag of  de overheid nodig is bij innovatie?
Flohr vindt dat het verhaal over de tabernae laat zien dat er kritisch nagedacht moet worden over de overheid en innovatie. Hij waarschuwt voor het te vroeg afschuiven van overheden. De uitvindingen waren weliswaar van particulieren maar de overheid heeft de uitvindingen praktisch uitgewerkt. Het is de vraag of de particuliere uitvinders zonder deze hulp ooit tot uitvoering waren gekomen.

Flohr eindigt zijn verhaal met de opmerking dat dit type verhalen heel geschikt is om het denken te scherpen.