Be Bold for Change is het motto van Internationale Vrouwendag 2017. Deze oproep is niet aan dovenmans- of liever gezegd, dovenvrouwsoren gericht. Steeds meer vrouwen slagen erin hun dromen waar te maken, of het nu gaat om gelijke beloning, economische zelfstandigheid, doorstromen naar de top of zichzelf verder te ontwikkelen en onafhankelijker te maken door onderwijs en scholing. Dat betekent niet dat het altijd makkelijk gaat en het gaat zeker niet snel. Op de VVAO-middagbijeenkomst, vertelde een aantal vrouwen over hun dromen en hoe de vaart erin blijft.


Groot dromen

Als een rode draad door de presentaties liep de oproep om groot te (blijven) dromen en die ambitie ook te laten zien. Dat gaat makkelijker wanneer je ook gelooft in jezelf. Theodora Voutsa is actrice, theatermaker, producent en trainer/coach. Zij ontwikkelde een programma voor kansarme meisjes. Met een combinatie van acteren en persoonlijke ontwikkeling helpt zij hen weer te geloven in zichzelf en voor zich zelf op te komen. 

 

 Privilage: it is invisible to the one who has it.

 

 

Voutsa realiseert zich als geen ander hoe bevoorrecht zij zelf is: ‘I was told every day that I could become everthing I wanted.’ En dat het een valkuil kan zijn dat je niet altijd weet hoe bevoorrecht je zelf bent. Het is een blinde vlek, waardoor je ook niet altijd voelt dat je in actie moet komen voor jezelf of voor een ander. Voutsa: ‘Privilage: it is invisable to the one who has it.’

Een vrouw die ook groot droomt, is Peninha Musyimi uit de slums van Nairobi. Als kind zag zij het grote verschil in welvaart tussen de inwoners van de slums en diegenen die daarbuiten woonden. 

 

 If you want to improve yourself,  you can only rely on yourself.

 

 

Zij ontdekte al vroeg dat, wanneer zij voor zichzelf en haar familie betere levensomstandigheden wilde, zij zelf in actie moest komen: ‘If you want to improve yourself, you can only rely on yourself.’


Kleine stappen vooruit zetten

Musyimi droomde groot en verdeelde de weg naar haar einddoel in kleine, overzichtelijke stappen. Eerst naar de lagere school, vervolgens naar de middelbare school, toen naar de universiteit. Daarbij zag zij obstakels als uitdagingen op weg naar haar doel. Kun je alleen een beurs krijgen voor de universiteit als je in een basketbalteam kan spelen, dan ga je op zoek naar iemand die je leert basketballen! 


Aan de voorkant werken

Musyimi studeerde rechten en werkte op een advocatenkantoor. Daar zette zij zich in voor vrouwen en meisjes die slachtoffer waren van (huiselijk) geweld. Toch bleef er iets aan haar knagen. Als advocaat zat zij aan ‘de achterkant’ van het proces: de mishandeling en het geweld waren al een feit. Zij wilde aan ‘de voorkant’ werken. Om zo  meisjes in staat te stellen hun eigen keuzes te maken. Daarbij stimuleert ze de meisjes om niet altijd voor de gebaande paden te kiezen. Waarom kapster worden, als je eigenlijk van techniek houdt en daar goed in bent? Ook als automonteur kun je de leefomstandigheden van jezelf en de gemeenschap waarin je leeft verbeteren.

 

 I want to become a pilot so I can help people [in the  slums] to fly away when there is a fire.

 

 

Met de oprichting van ‘Safe Spaces Nairobi’ realiseerde Musiymi haar eigen droom. In een veilige omgeving in de slums volgen meisjes onderwijs zodat zij hun ambities waar kunnen maken. En die ambities zijn groot: ‘I want to become a pilot so I can help people [in the slums] to fly away when there is a fire.’


Ambitie laten zien

Als het over dromen en ambitie gaat, benadrukt Monic Zents, Director Diversity & Inclusiveness BeNe bij Ernst & Young (EY) dat vrouwen niet minder ambitie hebben dan mannen. Jonge vrouwen al helemaal niet. En vrouwen doen ook – net zoals mannen – aan kansberekening. Vrouwen schatten hun kansen om door te groeien naar de top van de organisatie echter minder hoog in dan mannen én ze stemmen hun ambities daarop af. Zents roept vrouwen op hun ambities ook te laten zien. Daarbij is het haar ervaring dat wanneer mannen en vrouwen gelijke kansen hebben om door te stromen naar een hogere positie, dat leidt tot hogere ambities bij vrouwen.

Uit de evaluatie van het programma van EY Women Fast Forwardbleek dat teams die divers zijn ingericht (gelijke verdeling mannen en vrouwen, diverse culturele achtergrond enzovoort) beter scoren op kwaliteit en hogere marges halen.

 

Van Maasdijk, Vinkenburg en Zents tijdens paneldiscussie

 
Wat kan helpen

Toch leiden bovenstaande gegevens niet automatisch tot ander beleid. Wat wel kan helpen bij het creëren van gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen, is volgens Zents:

  • promoten van flexibel werken bij mannen;
  • in teams de posities tussen mannen en vrouwen evenwichtiger verdelen;
  • proportioneel bevorderen (net zoveel mannen als vrouwen);
  • instroom van mannen en vrouwen gelijk verdelen: ieder 50%.
     

Ze maakt korte mette met de tegenwerping van sommige mannen uit haar organisatie dat zij nu minder kansen krijgen dan vrouwen. ‘Mannen hebben bij EY nog net zo veel kans om hoger op te komen als vroeger. Vrouwen hebben nu een gelijkwaardige kans.’


Liever een ‘excuustruus’ dan 170 jaar wachten

Om een versnelling in de gelijkwaardige verdeling van (top)posities tussen mannen en vrouwen te krijgen, is Zents een voorstander van het instellen van quota. ‘Ik dacht eerst quota’s zijn voor vissen, niet voor mensen. Maar nu niet meer. We moeten kiezen: doen we er nog 170 jaar over zoals het World Economic Forum voorspelt of gaan we voor een quotum. Met het risico dat we een ‘excuustruus’ worden genoemd. Het zou helpen wanneer de minister het voortouw neemt bij het stellen van quota.’

Pia Dijkstra (Lid Tweede Kamer voor D66) aarzelde eerder ook als het gaat om het instellen van quota voor vrouwen. ‘Ik verzette me tegen een vrouwenquotum, maar nu niet meer. Het schiet niet op, nu denk ik dat het een vliegwielfunctie kan hebben. We zijn er al zolang meebezig.'


Verbindingen aangaan

In haar eigen partij zet Dijkstra zich in om vrouwen te stimuleren in de politiek te gaan. Zij is bestuurslid van het Els Borst Netwerk van D66. Het doel van dit netwerk is om vrouwen te ondersteunen en te empoweren om zo hun inzet binnen de politiek en de partij duurzaam te vergroten. Want, om met Els Borst te spreken: ‘Politiek is te belangrijk om alleen aan mannen over te laten.’

 

Bold betekent ook de verbinding durven aangaan: naar het gemeenschappelijke zoeken, het eens worden over het doel en dan compromissen kunnen sluiten over de weg er naar toe.

 

Tussen haar werk als fractielid en de empowerment van vrouwen ziet Dijkstra belangrijke parallellen. Dat merkte zij bijvoorbeeld bij de voorbereiding van en het debat over het wetsvoorstel Donorregistratie. Beide trajecten vragen doorzettingsvermogen, een lange adem, samenwerken, persoonlijk contact en lef. Dijkstra: ’Bold betekent ook de verbinding durven aangaan: naar het gemeenschappelijke zoeken, het eens worden over het doel en dan compromissen kunnen sluiten over de weg er naar toe.’


Zichtbaar zijn

Ook Musyimi breekt een lans voor het aangaan van verbindingen: met communityleiders, lokale politici, de kerk, fondsenwervers, met vaders, broers, ooms. Daarnaast benadrukt zij het belang van laten zien wat je doet. Dat draagt bij aan het beklijven van resultaten en het starten van nieuwe initiatieven. Musyimi: ‘Increase visibility and help them understand your joint objectives.’ 

 

 Each one, teach one.

 

 

Ook voor de meisjes in Safe Spaces is zichtbaarheid belangrijk. Door naar elkaar te kijken en te luisteren, leren zij van elkaar en trekken zij zich op aan elkaar. Daarom zet Musyimi peer education bewust in als strategie of zoals zij het zelf zegt: ‘each one, teach one.’


Anders praten 

Maar met zichtbaar zijn, ben je er nog niet, aldus Claartje Vinkenburg. Het gaat er ook om op welke manier je zichtbaar bent. Welk beeld krijgen lezers en kijkers van vrouwen in de media? Vinkenburg is universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en adviseur op het gebied van diversiteit in loopbanen. Zij stelt dat er in Nederland nog heel wat gedaan kan worden om te komen tot een gelijke verdeling tussen mannen en vrouwen bijvoorbeeld als het gaat om inkomen of de verdeling van zorg en werk. 

Ons taalgebruik bevestigt en versterkt die ongelijkheid, aldus Vinkenburg. Daarom moeten we anders gaan praten, want: ‘taal maakt het verschil.’ Zo hebben we wel ‘papadagen’ en geen ‘mamadagen’. Papadagen zijn de uitzondering, mamadagen de regel. 

 

 Zeg nooit meer ‘meisje’ als je een vrouw van 25 bedoelt.

 

 

Ons taalgebruik bevestigt ook de impliciete norm in onze  maatschappij. Zo wordt aan vrouwen vaak gevraagd hoe zij zorg en werk combineren; aan mannen wordt die vraag nauwelijks gesteld. De impliciete norm is blijkbaar dat vrouwen werken én zorgen; mannen niet.

Vinkenburg heeft wel een paar adviezen als het gaat om ons taalgebruik:

  • stel andere vragen: vraag bijvoorbeeld aan je (schoon)zoon of buurman hoe hij werk en zorg combineert;
  • laat je woorden tellen: door stereotypen te vermijden (zeg geen ‘meisje’ als je een vrouw van 25+ bedoelt);
  • benoem de norm: zeg ‘de oververtegenwoordiging van mannen’;
  • voorkom ‘Othering’ (het bepalen van de eigen positie door te definiëren wat deze niet is. De ‘other’ wordt negatief neergezet.) Nooit meer ‘papadag’ dus.


Tempo maken door investeren

Over tempo maken heeft Diana van Maasdijk ook nog een paar ideeën. Zij werkte onder andere bij Mama Cash en ABN AMRO MeesPierson (hoofd Filantropie Advies.) In 2016 was zij mede-oprichter van Equileap; een stichting die zich inzet om de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen in het arbeidsproces te versnellen.

 

 Investing in women is not only the right thing to do, it’s the financially smart thing to do.

 

 

Individuen én organisaties (pensioenfondsen bijvoorbeeld) kunnen, volgens van Maasdijk, het tempo van verandering versnellen door met een ‘genderbril’ te investeren. Bijvoorbeeld door te beleggen in fondsen of bedrijven waar diversiteit en gelijkwaardigheid ook daadwerkelijk ingebed is in de bedrijfscultuur. Investeerders kunnen, bij het bepalen van hun investeringskeuze, gebruikmaken van een benchmark: de Gender Impact Index. Equileap ontwikkelde deze index samen met de Universiteit van Maastricht. 

Volgens van Maasdijk is het ook financieel gezien slim om in diversiteit te investeren. Immers, onderzoek laat zien dat bedrijven waar aandacht is voor diversiteit beter presteren: ‘Investing in women is not only the right thing to do, its the financially smart thing to do.’