2 minuten lezen

 

Geluid doet gekke dingen met me. Als ik in de stiltecoupé van een trein zit en ik hoor gefluister, dan kan ik me niet meer concentreren op mijn krant, zo erger ik me. Je moet hier je mond houden, denk ik dan. Maar als ik in een andere coupé zit en mensen praten hardop, dan lees ik er gewoon doorheen.

Dat is toch raar? Het gaat blijkbaar niet om het volume. Eigenlijk weet ik dat wel zeker, want dat merk ik in de Stopera als ik een opera bezoek. Ik zit bij voorkeur op rij 1, zodat ik niet alleen zie wat er op toneel gebeurt, maar ook in het orkest. En vrij zicht, hooguit de dirigent voor mijn neus. Soms is de muziek zo mooi, dat ik mijn ogen sluit. En in slaap val. Terwijl het volume enorm is, ik zit tenslotte maar een paar meter van de instrumenten af.

Het is dus eerder ergernis. Ik erger me dood als mensen zitten te praten in de stiltecoupé. Als ze fluisteren dat ze stil moeten zijn omdat ze in de stiltecoupé zitten, denk ik: laat maar, die doen het expres. Maar als ze hardop praten en ze zien er niet al te bedreigend uit, dan ga ik erop af.

'Bent u bewust in de stiltecoupé gaan zitten?'

'Uh, nee.'

'Ik wel.'

En dan laat ik een stilte vallen. Meestal werkt het, soms niet. Dan praten ze gewoon door en ga ik maar in een andere coupé zitten als ik mijn krant wil lezen. Waar, zoals gezegd, de herrie meestal groter is, maar waar ik me wel kan concentreren op mijn krant.

Ik vind vooral mijn eigen gedrag vreemd. Waarom kan ik niet gewoon denken: ik doe nu net alsof ik niet in de stiltecoupé zit. Wat maakt het uit, als mensen met elkaar praten? Het heeft iets te maken met je aan de regels houden. Zij houden zich niet aan de regels en daar erger ik me aan. En geluid is indringend, je kunt er je oren niet voor sluiten. Als iemand in zijn neus zit te peuteren, kan ik een andere kant op kijken. Bij geluid kan zoiets niet.

Misschien moet ik gewoon stiltecoupés vermijden. En genieten van de stilte in de overige coupés.

 

Lees meer columns van Joke Tacoma