Alweer heel wat jaren geleden schreef ik een column over spoken. En dan niet de vriendelijke Caspers in deze wereld. Zelfs niet de boehoe exemplaren onder je bed of in je kast. Nee, deze spoken waren nog veel erger. Het waren de spoken die ik zelf had opgeroepen en die me soms belemmerden in mijn doen en laten…

Het waren de spoken die me op de meest onmogelijke momenten vertelden dat ik ‘het toch niet kon en ook nooit zou kunnen’. Of de spoken die me vertelden dat ik alleen zou worden gewaardeerd als alles perfect was. Of dat supervervelende spook dat me voorhield dat ik alles onder controle moest houden…

Spoken zaten me vaak in de weg. Ze draaiden veel spontante momenten de nek om en weerhielden me van springen in het diepe. Niet dat ik dat nooit deed. Veelvuldig zelfs. Dan lukte het me om die spoken uit mijn hoofd te zetten. Onder het motto: ‘een-twee-drie in godsnaam’ deed ik ondoordachte dingen, dook ik spontaan in iets nieuws. Maar zeker weten dat de spoken er weer als de kippen bij waren als het mis ging. Als ik een flater sloeg, iets volledig in de soep liep, fluisterden ze mij pesterig in mijn oor: zie je wel, je kunt het niet. Houd nu maar op met proberen, want het lukt toch niet.

Op zulke momenten viel het niet mee om mijn oren voor die spoken te sluiten. Ook al wist ik dat het grote onzin was en het negen van de tien keer wel goed ging. Toch zijn spoken niet alleen maar lastig, ontdekte ik. Want op bepaalde momenten zorgen ze er ook voor dat je ‘bezint, voordat je begint’ en dat is niet per se verkeerd. Ze laten je nadenken, confronteren je ook met je grootste angsten.

Als ik terugkijk naar die spoken van vroeger vraag ik me wel eens af hoe ik me ooit heb kunnen laten koeioneren door die vervelende gedachten. Want toen ik eenmaal de spoken bij de horens had gepakt en ze actief ging verjagen, was er niets meer wat me in de weg stond. Sterker nog als ik weer een spook had overwonnen, dan voelde ik me geweldig. Je doet veel dingen zonder dat je er bij stil staat. Neemt zaken als vanzelfsprekend aan. Af en toe naar je spoken luisteren, al is het alleen om ze te onderkennen en jezelf ermee te confronteren, kan ook helend werken. En iets wat je onderkent, kun je ook aanpakken.

Ik moet zeggen dat er nog maar heel weinig echt vervelende spoken over zijn. Ik heb geleerd dat het totaal geen nut heeft om te wachten tot iets perfecter dan perfect is. Gaat ook niet lukken, is ook niet erg. Dat wil niet zeggen dat je niet naar het beste kunt streven, maar dat is alleen om alles uit jezelf te halen, wat erin zit. Ik weet ook dat er af en toe nog echt wel een heel vervelend spook de kop op zal steken. Die zal ik met hand en tand bestrijden. Want elke spook dat je verjaagt, laat je groeien en maakt je sterker. En zo zijn die overwonnen spoken toch nog ergens goed voor.