Stel we zijn twintig jaar verder. Dan ben ik tachtig en heb ik mijn beste tijd gehad. Robots zijn normaal geworden en moeten hun beste tijd nog krijgen.

Misschien ben ik op mijn tachtigste niet meer zo best ter been. Dat verval is nu al ingetreden, dus het zal wel doorzetten. Een robot kan me dan helpen door... Ja, wat eigenlijk? Boodschappen worden nu al aan huis bezorgd, dus dat hoeft hij niet meer voor me te doen. Brief posten? We mailen nu al alles. Iets oprapen wat ik heb laten vallen? Daar heb je grijpstokken voor. Een robot kan me dus op dit gebied niet helpen. Bovendien: ik loop nu al meer dan strikt noodzakelijk is, om 'in beweging' te blijven, om niet vast te roesten.

Misschien ben ik op mijn tachtigste eenzaam. Ik kan het me nu niet voorstellen, ik vind het heerlijk om alleen te zijn en de basis van een goed contact is luisteren naar mijn idee. De laatste decennia voel ik me nooit meer eenzaam. Maar goed, stel ik ben over twintig jaar wel eenzaam. Ga ik dan converseren met een robot? Uiteraard stelt hij open vragen: 'Hoe gaat het met je?' 'Wat kan ik voor je doen?' 'Waar heb je vandaag behoefte aan?' Als ik hieraan denk voel ik me heel eenzaam. Nee, daar kan een robot me ook niet in helpen.

Misschien zit ik op mijn tachtigste in een verpleeghuis. Na een beroerte, het intreden van alzheimer, of erger. Kijk, zo'n verpleeghuis kan wel robots gebruiken. Ze koken het eten, ze voeren me, ze brengen me weer naar mijn kamer, helpen me op de wc, douchen me, wekken me, praten zachtjes met me als ik 's nachts wakker lig. Geen levende medewerker meer te bekennen. Robots doen de boekhouding, communiceren met zorgverzekeraars en belastingdienst, alles is gestandaardiseerd. Het verpleeghuis is een soort legbatterij geworden, maar dan omgekeerd. Het gaat niet om nieuw leven, maar om het afsluiten van leven. Volledig geautomatiseerd.

In de aula van het crematorium zitten alleen robots.