5 minuten lezen

 

Het Vrouwenpodium, een samenwerkingsverband van zes vrouwenorganisaties, vierde voor de tiende keer Prinsessendag. Dit gebeurde op de tweede maandag van september, in het Huis van Europa in Den Haag. Financiële onafhankelijkheid van vrouwen is het thema van 2018. Aanbevelingen om dit doel te halen zijn samengebracht in een alternatieve troonrede.

 

Wil Portegijs, wetenschappelijk medewerker van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), start de bijeenkomst met een schets van achtergronden vanuit haar SCP-onderzoeken naar de relatie vrouw en werk. Zij is mede-auteur van de tweejaarlijkse emancipatiemonitor. In Nederland werkt ongeveer driekwart van de vrouwen in deeltijd. 'Men' vindt het daarom vaak logisch dat vrouwen niet doorgroeien naar beter betaalde functies en dat ze na een scheiding op een klein flatje terechtkomen met weinig te spenderen. Je zou verwachten dat, nu er meer hoger opgeleide vrouwen dan mannen zijn, deze situatie is veranderd. Dat is niet het geval, aldus Portegijs.

 

 Wil Portegijs op Prinsessendag 2018

 

Arbeidsparticipatie

Portegijs zet nog wat andere cijfers op een rijtje. Zo heeft 65 procent van de Nederlandse vrouwen een baan. In Zweden is dat 78 procent. In Nederland ben je officieel economisch zelfstandig als je € 920,- uit arbeid verdient. Dat is gelijk aan bijstandsniveau, ofwel 70 procent van het minimumloon. Een zeer basaal inkomen dus. Voor financiële onafhankelijkheid geldt een norm van € 1300,- per maand. Slechts 50,7 procent van de vrouwen haalt dat. Meestal verdienen ze minder per uur dan mannen en ze doen zoals gezegd minder uren betaald werk. 73 procent werkt in deeltijd. In geen enkel Europees land is het verschil in arbeidsduur tussen mannen en vrouwen zo groot als bij ons.

Opvallend is dat ook de helft van de jonge vrouwen in deeltijd werkt. Ook als ze (nog) geen kinderen hebben. Deeltijd betekent dan overigens wel 85 procent van fulltime werk. Na de geboorte van kinderen blijven veel vrouwen in deeltijd werken. Hoe komt dit? Uit onderzoek blijkt, volgens Portegijs, dat de zorg voor kinderen en het huishouden nog steeds vooral bij de vrouwen ligt. Vrijwilligerswerk - beter gezegd: onbetaald werk - en het volgen van een opleiding kunnen ook oorzaken zijn. En 20 procent zegt meer te willen werken, maar geen fulltime werk te kunnen vinden.

 

Onbetrouwbaar beleid

De arbeidsduur van mannen en vrouwen is de afgelopen tien jaar nauwelijks veranderd, constateert Portegijs. Het jojo-beleid van achtereenvolgende kabinetten voor regelingen rond het gebruik van de kinderopvang en vooral ook de wisselende hoogte van financiële tegemoetkomingen hiervoor staan verandering in de weg. Een voorziening die zo belangrijk is voor ruimere werkweken en een meer gelijke verdeling van arbeid en zorg, is onbetrouwbaar gebleken. Daarnaast is de geringe kwaliteit van de kinderopvang niet aanlokkelijk. In Zweden werken bijvoorbeeld pedagogen in de opvang, aldus Portegijs.

 

Rol van de overheid

Het lijkt al met al erop dat parttime werken voor vrouwen een 'way of life' is geworden, constateert Portegijs. De overheid dacht altijd dat deeltijdwerk goed was voor de emancipatie. Dus kwam er eerst de Wet verbod onderscheid arbeidsduur in 1996 en in 2000 de Wet aanpassing arbeidsduur. Uiteindelijk moest de Taskforce Deeltijdplus in 2005/6 ertoe leiden dat vrouwen ook konden doorstromen om de emancipatiedoelen te halen. Resultaat in de afgelopen tien jaar:  een vrouw van 35 jaar werkt nu gemiddeld 26,6 uur per week. Dat is slechts 1,5 uur meer dan in 1985. Mannen werken gemiddeld 37,7 uur per week.

Janneke Plantenga, hoogleraar Economie van de Welvaartstaat aan de Universiteit Utrecht, noemde dit verschijnsel in 2017 de deeltijdklem. Nederlandse ouders houden er niet van om kinderen vijf dagen per week naar de crèche te brengen, omdat de kwaliteit vaak matig is. Bovendien zijn de meeste instanties volledig ingericht op deeltijdwerkende moeders. Dat geldt niet alleen voor scholen. Ook verlofregelingen en openingstijden van de kinderopvang zijn op deeltijd ingericht. 

 

 

Hoe doorbreken we de vicieuze cirkel?

 

 

Deze vicieuze cirkel moet volgens Portegijs en het Vrouwenpodium doorbroken worden met gerichte, structurele maatregelen. In de alternatieve troonrede staan zeven aanbevelingen om het tij te keren. De tijd is rijp, overrijp.

Rajae El Mouhandiz, (zangeres en filmmaker), leest de troonrede voor op een vergulde zetel. Stimuleren van financiële onafhankelijkheid, zelfredzaamheid en weerbaarheid is de leidraad. Want afhankelijkheid leidt tot hardnekkige machtsverschillen, die een gelijkwaardig bestaan dwarsbomen.

 

Weg met de deeltijdklem

Niet verrassend staat in de alternatieve troonrede de deeltijdklem op nummer één. Zolang moederschap en zorg een belangrijk argument voor deeltijdwerk blijven, verandert er niets in de traditionele rolpatronen. Een eerlijker verdeling van zorgtaken lukt beter als vrouwen werken in grotere banen. En mannen in kleinere. De overheid én de private sector moeten aantrekkelijke functies met carrièreperspectief voor iedereen realiseren, met een werktijd van vier dagen. Uiteraard is gelijke beloning m/v hierbij een voorwaarde. Zolang werk in de zorg en het onderwijs waarin veel vrouwen werken, minder loont dan werk in de techniek en de industrie, verandert er weinig. Hogere salarissen in zorg en onderwijs zijn onontbeerlijk.

 

Goede, structurele kinderopvang

Vervolgens is een goede, structurele kinderopvang - zoals ook blijkt uit eerder genoemd SCP-onderzoek - onmisbaar. Niet met het onbetrouwbare jo-jobleid, zoals tot nu toe. Een modern land als Nederland verdient kinderdagverblijven van een hoge pedagogische kwaliteit en betaalbaar voor alle ouders. De troonrede bepleit het instellen van een 'taskforce' die een sluitend systeem opbouwt voor kinderopvang van kinderen van 0-12 jaar: "Op basis van de principiële keuze voor overheidsverantwoordelijkheid voor opvang, begeleiding en een deel van de opvoedingstaken voor deze leeftijdsgroep." Met daarbij het dringende advies om gebruik te maken van al eerder uitgebrachte rapporten over dit onderwerp.

 

Bewustwording vooroordelen

Mannen doen 64 procent van het betaalde werk en vrouwen 36 procent. De verdeling van onbetaalde zorgtaken is het spiegelbeeld hiervan: mannen zorgen ongeveer 35 procent en vrouwen 65 procent. Een verklaring voor deze scheve verdeling zijn ook de impliciete patronen in gezinnen en stereotiepe beelden van mannen én vrouwen. Deze - soms onbewuste - vooroordelen zijn inmiddels wel bekend maar zeker niet tot iedereen doorgedrongen. Gerichte bewustwordingscampagnes voor mannen én vrouwen in gemeenten zijn nodig. Betaald vaderschapsverlof opnemen moet meer gestimuleerd worden. Een andere aanbeveling is om structureel te attenderen op de stereotypering van vrouwen en mannen in de media.

 

Onbenut talent

Minister van Engelshoven (Emancipatie en Onderwijs) en minister Koolmees (Sociale zaken en Werkgelegenheid) stuurden onlangs een studie van McKinsey 'Het potentieel pakken' naar de Tweede Kamer. Mede door de huidige krapte op de arbeidsmarkt onderzocht het bureau de economische voordelen van gendergelijkheid. Meer gendergelijkheid zou de economie een extra impuls van maar liefst 114 miljard euro geven. Het kabinet gaat met gerichte maatregelen streven naar een gelijkwaardige arbeidsmarkt, zegt Van Engelshoven bij de in ontvangstname. Zij ziet ook een opgave voor de werkgevers om te investeren in grotere deeltijdbanen in zorg, onderwijs en techniek.

De alternatieve troonrede adviseert het beleid mét vrouwen en hun organisaties te veranderen. Even belangrijk lijkt mij dat meer vrouwen de politiek ingaan. Want daar worden besluiten genomen. Lees hiervoor het recente boek 'De Zijkant van de macht' van Julia Wouters.  

 

Meer lezen over financiële onafhankelijkheid?

Aan de slag; impressie VVAO Internationale Vrouwendag 2018

Opmars van vrouwen in de samenleving