Sinds vijf weken heb ik een nieuwe knie. De oude knie was door artrose zo scheef gaan staan dat revisie noodzakelijk werd.

Mijn zus hielp me door de eerste week. Ze kan goed observeren en denkt mee over hoe je iets handig kunt aanpakken. Een vriendin met een auto met hoge instap bracht me thuis vanuit het ziekenhuis. De rest van de sociale omgeving had ik gemeld dat ik, als ik eenmaal thuis was, ziekenbezoek op prijs stelde.

Van te voren had ik alle niet bederfelijke waar gehamsterd, maar de verse waar moest regelmatig aangevoerd worden. Dat liet ik iedereen doen die op bezoek kwam: zuivel, fruit en groente. Grappig om te zien hoe iedereen zorgvuldig de boodschappen op het aanrecht uitstalt en me het bonnetje overhandigt. Voor mij was het een feest: o, heerlijk, spinazie, melk, yoghurt, appels, peren! Precies wat ik wenste.

Na drie weken kreeg ik een dip: pijn, moe, huilen. En hoewel ik coach ben en mijn klanten met een dip altijd troost met: 'hoort erbij, gaat wel weer over', was het voor mij toch te moeilijk om mezelf zo toe te spreken. Het gevoel overheerste: ik wil dat het nú over is, het heeft lang genoeg geduurd, het doet pijn. Het bezoek zei: 'Hoort erbij, gaat wel weer over.' Maar de enige die invloed had op mijn gemoed was de fysiotherapeut: 'Hoort erbij, gaat wel weer over. Je hebt iets teveel gedaan, je moet wat meer paracetamol slikken.' Dat hielp.

De dip is weer over, ik kan inmiddels met één kruk lopen en ik hoef alleen nog voor het slapengaan twee paracetamol te slikken. Ook mentaal begin ik op te knappen, ik heb tot nu toe alleen 'domme dingen' gedaan. Moeilijke dingen bleven liggen.

Een sociale omgeving is geweldig. Het is sociaal kapitaal. Alle hulpstukken heb ik kunnen lenen: krukken van de buurman, rollator en icepack van een vriendin, hometrainer van een andere buurman. En er zijn altijd wel mensen die me willen rijden: naar de supermarkt nu ik beter kan lopen en naar het ziekenhuis voor controle. Verder is de mentale ondersteuning is van onschatbare waarde.

Ik realiseer me hoe rijk ik ben met deze vrienden en vriendinnen. En dat ik ze vrijwel allemaal nog hèb. Zodat ze me kunnen helpen. Mijn moeder is 92, en ziet haar omgeving uitsterven. Steeds minder mensen kunnen boodschappen voor haar doen en haar ergens naar toe rijden. Te oud of overleden. Haar sociale kapitaal wordt met de dag minder. Als zij hulp nodig heeft, is ze aangewezen op professionals. Misschien is dit ook mijn toekomst, maar voorlopig geniet ik van alle mensen om me heen.