9 minuten lezen

 

De titel van dit boek is nogal cryptisch: Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u. De ondertitel maakt de inhoud al wat duidelijker: 30 jaar marktwerking in Nederland. In de epiloog geeft Sander Heijne, historicus en onderzoeksjournalist bij de Volkskrant en de Correspondent, zijn visie op de marktwerking in de publieke sector in Nederland.

 

Na zeven  jaar onderzoek en analyse van de marktwerking in de publieke sector, komt Heijne tot de conclusie dat deze grotendeels mislukt is. De sectoren die hij bespreekt zijn onder andere de spoorwegen, de post, de zorgsector en het onderwijs. Hij noemt het vastlopen van de dienstverlening in deze sectoren de uitwassen van het neoliberalisme waarbij de beloofde kostenbesparing en efficiëntie op het tegenovergestelde zijn uitgelopen, de kwaliteit achteruit is gegaan en de frustratie bij het personeel is toegenomen.

Het boek is vlot geschreven en zeer leesbaar; het blijft echter ingewikkelde materie. Prijzenswaardig is dat er eindelijk een boek geschreven is over de nadelige kanten van het marktdenken in de (semi-) publieke sector. Het werd tijd!

 

De werkvloer als informatiebron

Heijne’ s aanpak is bijzonder te noemen. Bij zijn beschrijvingen gaat hij uit van de ervaringen op de werkvloer. Hij sprak de afgelopen zeven jaar met honderden werknemers van geprivatiseerde publieke diensten, bestuurders en politici. Daarnaast haalt hij verschillende analyses aan om zijn beweringen te onderbouwen.

 

Ideologische luiheid houdt de marktwerking in stand.

 

De invalshoek van de werkvloer is verhelderend en herkenbaar voor iedereen die in een van deze sectoren gewerkt heeft. Veelbetekenend is ook de titel van het  laatste hoofdstuk Laten wij niet langer wachten. Heijne geeft in dit hoofdstuk aan hoe het tij te keren door het formuleren van vier basisvoorwaarden waaraan voldaan moet worden wil marktwerking een succes worden. Maar hij constateert ook dat helaas de marktwerking een politieke ideologie is waar overheden nog steeds in geloven. Hij noemt dit ‘ideologische luiheid’.

 

Een terugblik van 30 jaar

Midden jaren 80 begonnen de politiek en overheden na te denken over het introduceren van marktwerking in de publieke sector. Tussen 1989 en 2010 zijn 186 publieke diensten verzelfstandigd; 63 zijn volledig geprivatiseerd. Een recent voorbeeld, nog niet opgenomen in dit boek, is de sluiting van het MC Slotervaart toen zorgverzekeraar Zilveren Kruis niet langer financieel wilde bijspringen. Een stadsdeel van 130.000 inwoners bleef verweesd achter en andere ziekenhuizen konden maar moeilijk de patiëntenstroom opvangen. De gemeente noch het rijk wilde garant staan voor een plan van zelfbestuur van specialisten.

Heijne noemt de zorg als voorbeeld van één van de publieke sectoren waar de invoering van marktwerking is mislukt. Een tweede sector, het onderwijs, noemt hij zijdelings. Maar ook in die sector zijn voorbeelden te over van investeringen van publiek geld waarop de overheid het zicht verloor en die geen verbeteringen opleverden/opleveren voor de uiteindelijke doelgroep: docenten en studenten. Alleen meer geld pompen in onderwijs en zorg leidt niet automatisch tot grotere doelmatigheid. Diezelfde overheid moet ook meer regie nemen als het gaat om het invoeren van verbeteringen in de structuur van het onderwijs of van de zorg. Daarbij is het van belang om ook te luisteren naar de medewerkers in die sectoren en hun zeggenschap te vergroten. Met het doel perverse prikkels te voorkomen die bijvoorbeeld verhinderen dat medewerkers in de zorg of het onderwijs een behoorlijk salaris verdienen en terecht komen in zzp-achtige constructies, via uitzendbureaus moeten werken of overstappen naar lucratievere beroepen.

 

Friedman als ideoloog van het neoliberalisme

De geschiedenis van marktwerking heeft, volgens Heijne, alles te maken met het neoliberalisme. De neoliberale ideologie is afkomstig van Milton Friedman, een Amerikaanse econoom die in 1976 de Nobelprijs voor de Economie won en hierdoor veel aanzien kreeg. Margaret Thatcher en Ronald Reagan zijn sterk beïnvloed door zijn ideeën en via het Verenigd Koninkrijk kwam het neoliberalisme de Europese Unie en ook Nederland binnen.

 

Foto: Milton Friedman en Ronald Reagan

Milton Friedman (links) met Nancy en Ronald Reagan (Foto: Wikimedia)

 

Adam Smith, de grondlegger van het klassieke liberalisme en moraalfilosoof, stelde sterke ethische randvoorwaarden bij het liberalisme. Volgens Smith mocht eigenbelang niet verworden tot egoïsme. Bij het neoliberalisme zijn die randvoorwaarden losgelaten. De negatieve gevolgen van het neoliberale beleid waren in het Verenigd Koninkrijk al langer zichtbaar, maar dat leidde niet tot voorzichtiger beleid in Nederland.

 

Ontmanteling van PTT en NS

Heijne noemt de ontmanteling van de PTT en de NS als voorbeelden van meer en minder geslaagde vormen van de introductie van marktwerking. Bij de PTT werd de telefonie (KPN) met succes (winstgevend) geprivatiseerd, deels omdat daar sprake is van echte concurrentie. Bij het postgedeelte (PostNL) was men minder succesvol. Dat heeft onder andere te maken met de staatsplicht tot postbezorging. De postbezorging in buitengebieden is bijvoorbeeld minder winstgevend dan in de stedelijke gebieden. Het resultaat is de inzet van deeltijd- en oproepkrachten met minimale arbeidsvoorwaarden, gedwongen zzp-schap bij pakketbezorgers en een inkomen waarvan je een gezin niet kan onderhouden. Overigens is het laatste nieuws dat PostNL de goedkopere concurrent SAND wil overnemen, zodat er een commercieel monopolie dreigt.

Bij de spoorwegen leidde de privatisering tot twee bedrijven: NS (reizigersvervoer) en ProRail (infrastructuur). De NS is redelijk succesvol, al signaleert Heijne ook een spanning tussen het ondernemerschap (winst) en het publieke belang. Zo zijn reizigers gediend bij een dekkend landelijk netwerk van spoorlijnen, ook als die lijnen niet rendabel zijn. De NS maakt soms andere keuzes met als resultaat dat onrendabele lijnen opgeheven worden. De NS staat verder alleen onrendabele lijnen af aan andere vervoerders, waardoor er niet echt sprake is van concurrentie en de NS toch een commercieel monopolie houdt. 

De andere geprivatiseerde poot van de spoorwegen, ProRail, is verantwoordelijk voor het onderhoud van de sporen, het aanleggen van nieuwe lijnen en het (ver)bouwen van (nieuwe) stations. ProRail is de enige afnemer van diensten van spoorwegonderhoud en heeft dus een monopoliepositie. De aanbieders concurreren vooral op prijs om opdrachten van ProRail binnen te halen. Hierdoor werd het onderhoud inderdaad goedkoper, maar dit ging ten koste van kwaliteit en veiligheid. Daarnaast verdween, met vertrekkende werknemers, kennis over onderhoud met alle gevolgen van dien zoals uitval van treinen bij slecht weer. Veel werknemers bij het voormalig Staatsbedrijf NS ergeren zich aan de klungelige manier waarop onderhoud wordt gepleegd en de weinig doelmatige inzet van personeel.   

 

 ‘Laten wij niet langer wachten’

Het doel van de publieke sector is algemeen nut en dienstverlening waarbij de overheid regulerend optreedt en in de gaten houdt dat de burger bediend wordt en de samenleving niet ontwricht wordt. Dat kan op gespannen voet staan met het principe van marktwerking.

Heijne noemt vier basisvoorwaarden waarbij marktwerking in de publieke sector wel zou kunnen werken, mits zij allemaal toegepast worden.

  1. Dienen de financiële prikkels het publieke belang? Het ondernemersbelang mag niet botsen met het publieke belang. Heijne noemt de NS als voorbeeld, zie hierboven.
  2. Betaalt de afnemer voor zijn eigen consumptie? Heine noemt als voorbeeld de zorg waarin  bijvoorbeeld van ziekenhuizen verwacht wordt dat zij zoveel mogelijk verkopen. Patiënten willen echter de beste zorg en vragen zich vaak niet af hoeveel het kost. Hier werkt het principe van marktwerking dus niet.
  3. Hebben zowel afnemers als aanbieders de vrijheid elkaar de deur te wijzen? Heijne noemt als voorbeeld ProRail waarbij er maar één afnemer is en de markt zijn werk dus niet doet.
  4. Spelen alle internationale deelnemers het spel volgens dezelfde regels? Of met andere woorden is het internationale speelveld gelijk? Als niet alle spelers streven naar marktwerking, dan is er snel sprake van oneerlijke concurrentie. Heijne noemt het voorbeeld van privatisering van de luchtvaart.

In veel gevallen, zo blijkt uit Heijne’s betoog, zijn niet al deze voorwaarden aanwezig en moet de overheid het publieke belang beschermen en bevorderen. Dan is het verstandig én mogelijk, volgens Heijne, om niet voor privatisering te kiezen en zelfs gerealiseerde privatisering terug te draaien. Bij de laatste ontwikkeling bij KLM-Air/France blijkt dat de Nederlandse overheid terugkeert naar het opeisen van gelijk speelveld. 

Afbouw van onwenselijke marktwerking zal geleidelijk gaan, net zo geleidelijk als hoe het marktdenken er in geslopen is. Nu nog loopt de privatisering in de zorg en de energiesector door. Heijne ziet echter ook al voorbeelden waar voorzichtig de marktwerking wordt teruggedrongen zoals bij Estro waar geprivatiseerde kinderdagverblijven na het faillissement, werden overgenomen door een stichting zonder winstoogmerk. Opeens was er geld beschikbaar voor meer personeel, bijscholing en andere nuttige zaken ten behoeve van de kwaliteit van de zorg. Reden? De rendementseisen van de aandeelhouders vielen weg.

 

Meer actie, meer zeggenschap

Heijne vindt dat er meer actie moet komen van belanghebbenden zoals ouders of werknemers om samen aan verbetering te werken, zeggenschap terug te nemen en overbodige bureaucratie in te dammen. Hij noemt als voorbeelden de actiegroep van huisartsen met hun manifest ‘Het roer gaat om’ of de groep ‘PO in actie’, die strijdt voor betere salarissen en kleinere klassen in het basisonderwijs.

Goed ingewijde beroepsgroepen kunnen politici voeden met concrete plannen, op terreinen waar die zelf de kennis ontberen. Heijne stelt dat het op nationaal niveau vooral ‘ideologische luiheid’ is, die de marktwerking nu nog in gang houdt. Hij geeft in de handleiding Marktwerking. Zo dringen we mislukte marktwerking terug tips om de negatieve gevolgen van marktwerking in de publieke sector terug te dringen. Helaas lijkt Heijne hierbij voorbij te gaan aan de machtsstructuren die deze marktwerking in de publieke sector in hun greep hebben, zoals ook weer bleek bij het omvallen van het MC Slotervaart.