Mijn dikke winterjas houd ik aan in de tram. Lekker warm. Bij de universiteit stappen drie jonge vrouwen in. Zie ik het goed? Wat hebben die aan?

Een spijkerbroek die niet korter afgeknipt kan worden. Rafelrandjes aan de pijpen. Of wat daar voor door moet gaan. Daaronder een soort dikke panty of maillot. Zwart. Mooie benen, maar is deze dracht niet wat fris voor de tijd van het jaar? Het is maart.

Gaat het zo goed met de economie? Ooit was er een relatie tussen de roklengte van vrouwen en hoe het met ons land gaat. De jaren zestig en zeventig. Korte rok, stijgende economie. Ik heb vorige week ook al zeer korte rokjes gezien, een soort tricot band om de heupen. Met daaronder weer die maillot. Kennelijk is het mode.

De werkloosheid is nu nog hoog, dat weet ik zeker. We komen net uit een recessie, de economie trekt weer wat aan. Zo goed gaat het toch nog niet? Zouden ze economie studeren en daardoor meer weten dan ik?

Op Wikipedia zie ik dat de relatie hemline index heet en al in 1926 door Taylor is beschreven. In 1920 droegen ze ook korte rokjes, nooit geweten. En in 1929 crashten de beurzen: hems can drop almost overnight. Aan de broekjes die ik nu zie, zitten niet eens zomen.

Moet ik me zorgen maken? Stevenen we af op een beurscrash? Of is het meetmiddel wel leuk, maar moet ik het niet al te serieus nemen? Weet je wat, je weet toch nooit hoe het gaat met de economie. Ik besluit gewoon dat we de goede kant op gaan. Dat we weer veel gaan verdienen en weer veel gaan uitgeven. Mijn jas kan uit.