Kas di shon (het huis van de plantage-eigenaar) lijkt op het eerste gezicht een mooi koffietafelboek, met prachtige illustraties, restauratie- en architectuurfoto's, veel oude en recente foto’s van het eiland, en verwijzingen naar literatuur over dit onderwerp. Zo verschillend als de illustraties zijn, zo verschillend zijn de onderwerpen die per hoofdstuk worden besproken en als je begint te lezen blijkt het boek veel meer te zijn dan een mooi koffietafelboek.
Ieder hoofdstuk heeft een eigen onderwerp en wordt door een andere specialist geschreven. De verschillende onderwerpen vind je hieronder.


Architectuur en restauratie

Over de architectuur schrijft Michael A. Newton, die al ruim 30 jaar rondleidingen geeft door oud Willemstad, aan de hand van de kenmerkende bijzonderheden van het landhuis Ascencion, een van de oudste huizen van het eiland.

Over de vele vragen die opkomen bij de restauratie van Klein Martha, het landhuis dat van de ondergang gered moet worden, schrijft Arko van der Woude, senior architect en oprichter van old City Tours, die elke week historische architectuurrondleidingen verzorgt.

Een ander hoofdstuk gaat over kleur. Architectuur-historicus Olga van der Klooster vertelt waarom er veel oogziektes voorkwamen op Curaçao. De hoge lichtreflectie van de witte huizen waren schadelijk voor de ogen. Een ‘witkalkverbod’ in 1817 zorgde ervoor dat iedereen het pigment toevoegde dat hij mooi vond. De kleuren zeiden iets over de status van de bewoners. En waarom was okergeel dan zo’n favoriete kleur?      

Elodie Heloïse schrijft over landhuis Bloemhof, over het uitgebreide watersysteem en over Shon Emma Lopez die met haar kleinkinderen onder de tamarindeboom zat te wachten op de venters die met groenten, fruit en vis langskwamen. Hoe het in 2001veranderd is in een cultureel centrum en over de andere paradijselijke buitenverblijven voor de welvarende zakenlieden uit de stad rondom het Schottegat.

Over de monumentenbescherming, de districtsmeester, de zoutwinning en de plantage als uitspanning schrijft Jeannette van Ditzhuijzen in vier hoofdstukken. Zij schreef meerdere boeken over Curaçao waaronder ‘Geschiedenis in steen’, over de Curaçaose monumenten en recent ‘De Willemstad, het dagelijks leven in negentiende-eeuws Punda’. 

Aan de cartografie van Curaçao met afbeeldingen van kaarten uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw is ook een hoofdstuk gewijd. De eerste kaart uit 1635 staat ook afgedrukt. De kaarten komen uit het boek van Wim Renkema, ‘Kaarten van de Nederlandse Antillen’, in 2016 door Brill uitgegeven.

Historie van de huizen en hun eigenaars

En dan is er een historisch hoofdstuk waarin Sandra van Noord begint in 1621, bij de eerste plantages van de West-Indische Compagnie. Het landhuis Groot Santa Martha bestond al in 1700. In 1863 werd de slavernij afgeschaft. Daarna veranderde er veel, de plantages en landhuizen namen af, de stad rukte op en de grote olieraffinaderij en de bijbehorende industrie breidde zich uit vanaf 1916. Ze beschrijft de gevolgen voor het eiland. De laatste zin luidt: ‘Bij het landhuis is sinds 1977 een sociale werkplaats gevestigd.’ Het verleden loopt ook in dit hoofdstuk door in het heden.

Over de herkomst van de namen van de landhuizen schreef wijlen Els Langenfeld, jarenlang journalist op het eiland. Ze schreef novellen over het dagelijks leven van slaven en vrije lieden op Curaçao.

Wat voor persoon was de shon? De 24 verschillende eigenaren die de plantage Damasco heeft gehad, zet Sandra van Noord op een rij.


Slavernij

De slavenhandel en de rol van Curaçao komt ook uitgebreid aan bod. Sociaal wetenschapper en historisch onderzoeker Charles do Rego heeft veel gepubliceerd over slavernij, koloniale geschiedenis en migratie. Mooie afbeeldingen completeren het verhaal. En in het volgende hoofdstuk ‘Papaya, van slaaf tot plantage-eigenaar ‘ vertelt Jeannette van Ditzhuijzen nog meer over ex-slaven met een plantage.


Landbouw en veeteelt

Over de landbouw en veeteelt op de plantage schrijft de gedreven archiefonderzoeker Helma Maduro-Molhuijsen, over de cochenilleteelt in de negentiende eeuw, de schildluis die de kostbare verfstof karmijn bevat.  Over de verkoop van schapen en geiten en de droogte aan de hand van een verslag van Tweede Kamerlid Van Kol van zijn reis naar de Antillen in 1904 waarvan een pagina staat afgedrukt. Het landhuis op de plantage is in 2009 gerestaureerd en is nu een museum.


Sporen in het landschap

En sociaal geograaf David Koren laat de boeiende geschiedenis van Curaçao zien aan de hand van sporen in het landschap. Aan het eind van het hoofdstuk waarschuwt hij dat de voortschrijdende privatisering van de openbare ruimte grote consequenties heeft voor het Curaçaose cultuurlandschap. Plantages verdwijnen achter hekken en slagbomen, er ontstaat een onherkenbaar landschap met villa’s, resorts, golfbanen, jachthavens of andere (besloten) voorzieningen voor de rijkeren op het eiland. Maar hij vermeldt ook dat de Werkgroep Archeologie Curaçao onder leiding van een sociaal geograaf bijna wekelijks een route loopt aan de hand van de oude Werbatakaarten. Alle aangetroffen relicten, van Indiaanse artefacten tot bouwkundige sporen worden dan (opnieuw) in kaart gebracht. En de Stichting Uniek Curaçao houdt zich o.a. bezig met het aanleggen van wandelpaden en herstel van kleine landschapselementen.


Conclusie

Kas di Shon is een veelzijdig boek.  Een goede introductie voor reizigers naar Curaçao, met veel informatie over de achttien landhuizen die erin  beschreven staan met bezoektijden, expositie-, eet- en slaapmogelijkheden. Maar ook de mensen die van Curaçao houden en meer willen weten van zijn geschiedenis kan ik dit boek   aanbevelen. Wie nog meer wil weten, vindt in de literatuurlijst aan het eind van het boek een aantrekkelijk aanbod.