‘Geniaal’ was het eerste woord dat in me opkwam bij het lezen van ‘Hoe raak je ze kwijt, over ontspoorde leiders en slechte managers’ van Joep Schrijvers. De auteur heeft ettelijke eeuwen en vele meters leiderschapsliteratuur gelezen, begrepen, geanalyseerd en gesynthetiseerd tot een karakterisering van ontspoorde leiders, hoe je ze herkent en, wat mij nog meer aansprak, de manieren om te voorkomen dat leiders ontsporen of hoe je met ontspoorde leiders kunt dealen. Hij  geeft daarvoor handreikingen aan de leiders zelf en hun omgeving: de toezichthouders, de volgelingen en voor het inrichten van een gedegen systeem van checks and balances.

 

Hoe informatief, herkenbaar en aansprekend ook, dat maakte het boek voor mij niet geniaal. Bij het lezen van de eerste hoofdstukken kreeg ik spontaan pukkels van de schrijfstijl: directief, nodeloos overredend, voorbeelden die er bij de haren leken te zijn bijgesleept. Tot ik doorkreeg dat hij zover boven de materie staat, dat hij met zijn lezers kan spelen, je door zijn woordkeuze en manier van aanspreken het gevoel kan geven dat je krijgt als je daadwerkelijk door een ontspoorde leider of superslechte manager wordt aangestuurd. Naarmate ik verder las, raakte ik steeds meer geïntrigeerd, uitgedaagd en, misschien een gek woord: getroost. Want het is mogelijk om ontspoorde leiders en slechte managers weer op het rechte pad te krijgen en, nog mooier, je kunt er echt zelf ook iets aan doen. Tegelijkertijd kietelt ook de wetenschap dat het verlangen naar inspirerende leiders en weldoende managers al eeuwen bestaat en we met ons allen nog steeds in staat zijn om leiders te laten ontsporen en slechte managers de ruimte geven om hun medewerkers het leven zuur te maken.

Suikerziekte

Dat komt onder andere door de leiderschapsindustrie, die talloze boeken, trainingen, leiderschapsontwikkelingsleergangen, executive coaches en wat dies meer zij, op de markt brengen, die benadrukken dat je een goed leider kunt worden. Schrijvers heeft het over suikerziekte in de leiderschapsindustrie. Leidinggevenden worden zoet gehouden met de gedachte dat ze echt goede leiders kunnen worden. Maar niemand vraagt zich af wat je kunt doen met leiders die ontsporen, behalve de auteur. Daarmee brengt hij een boeiende invalshoek in de op zichzelf al ontsporende managementliteratuur.

Typisch

Schrijvers definieert acht typen ontspoorde leiders: de zakkenvuller, de narcist, de machiavellist, de wegkijker, de contactgestoorde, de procedurefetisjist, de Messias en de incompetente manager. Zijn beschrijvingen illustreert hij met bekende voorbeelden uit de politiek, het bedrijfsleven, woningcorporaties en de bancaire wereld. De typeringen zijn duidelijk en raak, soms ietwat overlappend. Ik herkende direct allerlei managers en leidinggevenden die ik heb zelf heb meegemaakt toen ik nog de illusie had dat ik in een organisatie kon aarden of die ik, later als gelukkige zelfstandige, in mediation en coaching aan tafel heb gehad. Het zou zonde zijn om hier de bespreking van Schrijvers te willen samen vatten, zijn omschrijvingen zijn te amusant en raak.
 

Wie ontspoort en wie beoordeelt?

Daarna volgt een deel over de signalen die erop wijzen dat een leider aan het ontsporen is. Ook dit is een feest van herkenning. Megalomane gebouwen, klokkenluiders, orgies en zelfoverschatting passeren de revue, maar er is nog veel meer.

De handreikingen om ontsporing te voorkomen of ontspoorde leiders te corrigeren spraken mij het meest aan. Schrijvers noemt vier groepen die dat kunnen. Allereerst de toezichthouders, waarbij hij vier groepen onderscheidt: niet alleen de Raden van Toezicht, Commissarissen en OR, maar ook de klanten en medewerkers, de diverse inspecties en de Ombudsman en de media, belangenorganisaties en de social media. Daarbij beschrijft hij de reikwijdte van hun invloed. Mooi is het lijstje van vereisten waar de formele toezichthouder aan zou moeten voldoen: normen hebben, informatie verzamelen e beoordelen, kunnen ingrijpen, eigen werk en zichzelf evalueren, publieke verantwoording afleggen en een onafhankelijke persoonlijkheid hebben. Het klinkt haast als een competentieprofiel waarop je een toezichthouder kunt beoordelen.
 

In de weer tegen verloedering

Als tweede de systeembouwers: rondom iedere leidinggevende bestaat een systeem van checks and balances, neergelegd in wetten, regelingen et cetera. Als dit systeem goed in elkaar zit, wordt de mate waarin een leider kan ontsporen drastisch beperkt. Ik moest direct denken aan de wetten en decreten van Trump over de toelating van buitenlanders in Amerika, die direct door de rechters ongeldig werden verklaard of afgewezen. De trias politica in optima forma!

Vervolgens de leiders zelf. Als zij zich voldoende bewust zijn van het ontsporingsgevaar, kunnen zij natuurlijk zelf ook zorgen voor antiverloedering. Schrijvers geeft talloze tips hoe je jezelf als leider in het gareel kunt houden, waaronder het organiseren van een gevarieerde hofhouding, het beperken van de duur van je functie en het ontwikkelen van een supportsysteem. 

 

 

Last but not least....

Anders dan in het boek heb ik de raadgevingen voor de vierde groep, de volgelingen, tot het laatst bewaard. Omdat die geldig zijn voor iedereen, of je nou wel of niet in een organisatie werkt.

Als ik Schrijvers als een leider zou beschouwen, zou ik deze recensie minder lovend hebben gemaakt en vooral gefocust hebben op kritische kanttekeningen. Want alleen dan zou ik recht doen aan zijn gedachtengoed. Als volger heb je namelijk het recht en de plicht om kritisch te zijn en je leider niet blindelings te bewieroken (en te volgen). Gelukkig is Schrijvers geen leider en ik geen volger.

Voor lezeressen van MAAK! is er nog een interessant weetje: tijdens de boekpresentatie vertelde Schrijvers dat hij na ‘Hoe word ik een rat’ en ‘Hoe raak je ze kwijt’ nog een derde boek over leiderschap wil schrijven: ‘Wijvenstreken’. Hij is uitermate benieuwd hoe vrouwen als leider kunnen ontsporen en is op zoek naar praktijkverhalen. Via zijn facebook account kun je contact met hem opnemen.