7 minuten lezen

 

In 1968 namen drie Arnhemse VVAO-leden het initiatief peuterspeelzalen op te zetten in Arnhem en Velp. Goed voor de socialisatie en ontwikkeling van het kind en tegelijkertijd een kans voor vrouwen om (buitenshuis) te werken. Het Arnhemse initiatief ging op in de landelijke Werkgemeenschap Kindercentra Nederland (WKN). Een cruciale stap in de emancipatie van vrouwen. Maar was hiermee de weg naar de top ook vrij?

 

Alliantie Werk.en.de Toekomst

Ruim vijftig jaar later is Arnhem weer de plaats waar vrouwen bij elkaar komen. Dit keer in het kader van de alliantie Werk.en.de Toekomst. De Nederlandse Vrouwen Raad (NVR) en de afdeling Arnhem van de VVAO organiseerden een expertmeeting over het doorbreken van genderstereotypering. Meer dan 30 vrouwen luisterden naar (ervarings)deskundigen uit het onderwijs, de politiek, het openbaar bestuur en de wetenschap en formuleerden aanbevelingen om gelijke kansen te creëren voor mannen en vrouwen op weg naar de top. Marijke Jongbloed, vice-voorzitter van de NVR was er om de aanbevelingen in ontvangst te nemen.

 

Sprekers VVAObijeenkomst Genderstereotypering

Vlnr: Margaret van Diermen (VVAO hoofdbestuur), Margreet van der Burg,

Judith Tenbusch, Sarien Shkolnik, Antoinet van Helvoirt en Con van Regteren (dagvoorzitter)

 

Gender en het onderwijs

“Het kan toch niet zo zijn dat meisjes op school denken dat de belangrijke beslissingen alleen door mannen worden genomen.” Met deze quote van Charlotte Korbee startte Sarien Shkolnik, vice voorzitter van het College van Bestuur van het Graafschap College in Doetinchem, haar presentatie. Het Graafschap College is een regionaal opleidingscentrum (ROC) voor middelbaar beroepsonderwijs (mbo) in de Achterhoek/De Liemers.

De uitspraak van Korbee inspireerde Shkolnik dertig jaar geleden om zich in te zetten voor gelijke kansen voor meisjes en vrouwen in het mbo. En anno 2019 is dat volgens Shkolnik nog steeds belangrijk. Immers, techniek en technologie nemen in ons dagelijks leven een steeds grotere plaats in. Dat schept ook kansen op de arbeidsmarkt voor mannen en vrouwen in technische beroepen, in de ICT, in de bouw. Echter, onderzoek laat zien dat veel minder meisjes en vrouwen instromen in het technisch (beroeps)onderwijs en ook op de werkvloer zien we veel minder vrouwen dan mannen.

 

Belemmerende factoren

Het begint volgens Shkolnik al bij de profielkeuze in het voortgezet onderwijs. Daar kiest bijvoorbeeld 25% van de jongens uit havo 4 voor het profiel ‘Natuur & Techniek’, tegenover 10% van de meisjes (VHTO).

 

Profielkeuze leerlingen havo 2017/2018

 

Profielkeuze NT verschil jongens en meisjes VHTO

Bron: Platform Bèta Techniek (bewerking VHTO)

 

Hoe komt het dat de instroom van meisjes ten opzichte van jongens achterblijft? Op basis van onderzoek van onder andere de VHTO, noemt Shkolnik de volgende belemmerende factoren:

  • Weinig zelfvertrouwen bij meisjes in de eigen bètatechnische prestaties.
  • Weinig vrouwelijke rolmodellen.
  • Minder stimulans vanuit de directe omgeving. Moeders blijken hierbij een belangrijke rol te spelen. Zij adviseren hun dochters aldus de VHTO, niet te kiezen voor een technisch beroep.

 

Kansen

Shkolnik ziet echter ook kansen voor het onderwijs. Zij ziet onderwijsvernieuwingen die gericht zijn op het vergroten van de diversiteit van instromende leerlingen. Verder is zij optimistisch over de nieuwe generatie mannen en vrouwen. Bij hen ziet zij een ander socialisatieproces, waardoor zij vrijer zijn en het meer vanzelfsprekend vinden taken te delen. Daarnaast presteren meisjes goed in het voortgezet en hoger onderwijs en met de invloed van de #METOO beweging en de LHBTI beweging, groeit het bewustzijn dat een diverse samenleving ook een sociale en inclusieve samenleving is. Shkolnik hoopt en verwacht dat deze ontwikkeling zich ook doorzet op de werkvloer en in het bestuur van het onderwijs. Daar kan, wat haar betreft nog wel een tandje bij gezet worden. In 2006 was 22% van de bestuurders in het mbo vrouw, in 2018 was dit 28%.

 

Aanbeveling 1: Besteed specifiek aandacht aan de beïnvloeders van meisjes tijdens hun studie, studie- en beroepskeuze en op de werkvloer. Bespreek de invloed met meisjes en vrouwen (moeders).

 

De politieke arena

Judith Tenbusch werd net over de grens in Duitsland geboren en groeide op in een arbeidersgezin. Haar motto: ‘Durf, toon lef, kom uit je comfort zone, dan pas kun je groeien en je persoonlijke ontwikkeling een boost geven!’

Dit motto bracht en brengt Tenbusch nog steeds in de praktijk. Toen zij 16 was ging zij op kamers om een opleiding te volgen, ze vertrok naar de Verenigde Staten als au pair en in 1998 verhuisde ze naar Nederland. Daar lagen volgens haar betere kansen voor haar eigen ontwikkeling. Ze startte met haar man een bedrijf en werd docent Ondernemerschap bij het ROC Rijn en IJssel. Nu is zij afdelingsbestuurder voor de Partij van de Arbeid (PvdA) in Arnhem en kandidaat voor die partij bij de Provinciale Statenverkiezing in Gelderland.

 

Je moet het zelf doen.

 

Dat politiek bewustzijn heeft Tenbusch van geen vreemde. Haar moeder was ook politiek actief en hoewel zij niet buitenshuis werkte, was zij volstrekt gelijkwaardig aan haar man. In die zin fungeerde haar moeder, aldus Tenbusch, als een krachtig rolmodel.

Tenbusch heeft ook aan den lijve ondervonden wat steun uit de omgeving kan doen bij het bereiken van je doelen. Zij noemt haar man ‘een echte feminist’ en geeft aan dat zij zowel bij de PvdA als bij het ROC gestimuleerd is haar eigen weg te volgen. Maar, stelt zij ook duidelijk: steun uit de omgeving, hoe onontbeerlijk ook, ontslaat je niet van de plicht zelf stappen te zetten of met andere woorden: “je moet het zelf doen.”

 

Aanbeveling 2: Vergroot het bewustzijn bij vrouwen van het belang eigen keuzes te maken. Stimuleer ze zelf te kiezen.

 

Het openbaar bestuur

Is er een groter mannenbolwerk dan het Waterschap? En is er tegelijkertijd een sector waar zoveel in beweging is en waar steeds meer vrouwen doordringen tot de kandidatenlijsten en het bestuur? Anno 2019 is 21% van de bestuurders een vrouw. Antoinet van Helvoirt-Looman is zo’n vrouw. Zij is als heemraad lid van het dagelijks bestuur van het Waterschap Rijn en IJssel. Van Helvoirt is lid van de partij Water Natuurlijk (WN). Op de kandidatenlijst van WN voor het Waterschap Rijn en IJssel staan 12 vrouwen. Dat is 50% van het aantal kandidaten. Die kwamen er niet vanzelf, aldus Van Helvoirt.

 

Als je iets wilt worden, hoef je het nog niet te zijn.

 

Zij herkent het gebrek aan zelfvertrouwen van vrouwen dat ook Shkolnik noemde. Ze herkent het bij zichzelf. Toen zij als bestuurder werd gekozen, was de eerste vraag die ze zich stelde: “Ben ik wel goed genoeg?” Ze ziet het ook bij de vrouwen die ze benaderde voor de kandidatenlijst. “Als ik een man vraag om zich kandidaat te stellen, hoeft die negen van de tien keer niet lang na te denken en zegt hij ‘ja’. Bij vrouwen moet ik eerst drie keer gaan koffie drinken en dan twijfelen ze nog.” Van Helvoirt heeft wel een tip voor vrouwen: “Doe het gewoon. En bedenk je: als je iets wilt worden, hoef je het nog niet te zijn.”

 

Aanbeveling 3: Houd rekening met hoe vrouwen keuzes maken. Ze hebben soms wat meer tijd en stimulans nodig. Doe die moeite en steek er tijd in.

 

Is de wetenschap genderbewust?

En hoe staat het met het genderbewustzijn in de wetenschap? Als er iemand is die daar iets zinnigs over kan zeggen, is het Margreet van der Burg, senior lector/onderzoeker Gender & Diversity Studies van Wageningen University & Research (WUR). Zij kijkt naar gender vanuit twee invalshoeken:

  1. De wetenschap als arbeids- en leerplek: in hoeverre is genderbewustzijn ingebed in het beleid en de praktijk van de organisatie (functies, salarisschalen, teams, doorgroeimogelijkheden).
  2. De inhoud van de wetenschap: in hoeverre is er aandacht voor gender in het wetenschappelijk onderzoek?

In het WUR Gender Action Plan staan de strategie en de concrete acties die moeten zorgen voor verandering. Activiteiten zoals ‘awareness sessies’ voor medewerkers, trainingen voor HR-adviseurs, een coaching- en sparring netwerk, mentorprogramma’s, workshop ‘Stratego voor vrouwen’, programma’s voor studenten enzovoort. Dat levert wel wat op, aldus Van der Burg, maar door het ontbreken van heldere indicatoren, is het moeilijk vast te stellen wat precies bereikt is en waardoor dat komt.

 

Structurele inbedding

Daarnaast ontbreekt het volgens van der Burg ook aan duurzaam beleid. Er zijn veel concrete acties, maar van structurele inbedding, bijvoorbeeld in personeelsbeleid, is nog geen sprake. Ook is het thema gender weinig zichtbaar in de bestaande structuren en procedures. Het ontbreekt nagenoeg in bijvoorbeeld onderwijsschema’s en in profielen en er wordt weinig over gesproken en over uitgewisseld door medewerkers en studenten.

 

Vragen uit de zaal VVAObijeenkomst Genderstereotypering

De zaal aan het woord

 

Genderverlegenheid

Misschien is een verklaring voor de relatieve onzichtbaarheid een fenomeen dat Van der Burg ‘genderverlegenheid’ noemt. Het gevoel dat veel mannen en vrouwen hebben als het over gender gaat en wat ook de aanwezigen in Arnhem herkennen: je wilt er wat mee, je weet niet precies wat het is en wat je er van vindt en dus blijf je steken in goede bedoelingen en gestotter.

Van der Burg ziet kansen om dit te doorbreken. Bijvoorbeeld door:

  • Aandacht te blijven besteden aan het vergroten van genderbewustzijn: begrippen verhelderen, kennis over dragen, voorbeelden laten zien.
  • Vrouwen te stimuleren als individu en tegelijk niet vergeten dat zij onderdeel uitmaken van een groter geheel: familie, werkomgeving, culturele gemeenschap enzovoort. Die omgeving moet ook meegenomen worden.
  • De koppeling te maken met diversiteit. Breder, en voorbij vrouwen en mannen kijken en zo krachten bundelen en blijvende resultaten boeken.
  • Te kiezen voor een structurele, systematische aanpak en zo een golfbeweging voorkomen.
  • Financiën vrijmaken.
  • Veel praktijkvoorbeelden te laten zien, naast inzet op wet- en regelgeving.

 

GenderSmart project

De leerpunten van het Gender Action Plan, neemt Van der Burg mee in het onlangs gestarte Europese Gender SMARTproject. Als een van de zeven partners is Van der Burg in Nederland verantwoordelijk voor de lijn die zich richt op het verbeteren van de integratie van genderaspecten in onderzoek, onderwijs en financiering. Het is een uniek project al was het alleen maar omdat de EU eist dat in alle aanvragen het genderaspect meegenomen wordt (Pull). En omdat er voor de toekenning van de subsidie het noodzakelijk is dat er steun is op het allerhoogste niveau van de organisatie. En daarmee is het onderwerp gender ook in de top van de WUR beland!

 

Aanbeveling 4: Ga van een push- naar een pullstrategie. Laat anderen (ook) vragen naar genderaspecten.

 

 

Met dank aan Con van Regteren, Angela Klunder en Margaret van Diermen, VVAO afdeling Arnhem.

 

Lees ook:

Het interview met Lous van Vloten-Doting en waarom het voor haar ook voordelen had de enige vrouw te zijn. De enige vrouw zijn had ook voordelen

En het artikel van Madelon van Luijk over vrouwen en technologie. Vrouwen en technologie