3 minuten lezen

 

"Het glazen plafond staat op knappen" zei minister van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij de uitreiking van de NWO-Spinozapremie en de -Stevinpremie op 12 september 2018. Zes toponderzoekers, waarvan vier vrouwen, ontvingen deze hoogste onderscheidingen in de Nederlandse wetenschap. Voor het eerst in de geschiedenis van de premies zijn de vrouwelijke laureaten in de meerderheid.

 

Sinds 1995 kent de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek NWO de Spinozapremie toe. Bestemd voor excellente, fundamentele wetenschappers. Dit jaar staat de Spinozapremie niet meer alleen. De Stevinpremie is in het leven geroepen voor excellent wetenschappelijk onderzoek met een grote maatschappelijke impact. Volgens NWO-voorzitter Stan Gielen is het essentieel dat beide typen onderzoek naast elkaar bestaan en gelijk gewaardeerd worden.

 

Laureaten NWO Spinoza-en Stevinpremies 2018

 

Biofysica Marileen Dogterom (op de foto links), sociaal psycholoog Carsten de Dreu, microbioloog John van der Oost, virologe Marion Koopmans, historica Beatrice de Graaf en celbiologe Anna Akhmanova presenteerden tijdens de feestelijke uitreiking hun plannen met de onderzoekspremie van 2,5 miljoen euro per persoon. Wat zij gemeen hebben is hun nieuwsgierigheid, hun maatschappelijke betrokkenheid, het vermogen om over grenzen heen te kijken, samen te werken en groot te dromen. Hiervoor werden zij en hun onderzoekteams op 12 september beloond.

 

Maatschappelijke impact

Het is niet verrassend dat Beatrice de Graaf, hoogleraar internationale en politieke geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht en bekend van onder andere ‘De Wereld Draait Door’, als een van de eersten de Stevinpremie ontving. De Graaf noemt ‘fake news’ een grote bedreiging voor onze samenleving. Daarom maakt zij zich sterk om op feiten gebaseerde kennis toegankelijk te maken voor de ‘gewone burger’. Dat doet zij onder andere met het 'Terinfo-project', een lesmethode over terrorisme, terrorismebestrijding en (de)radicalisering. 

Ook hoogleraar Virologie aan het Erasmus MC, Marion Koopmans, ontving de Stevinpremie. Zij zet zich met haar onderzoeksgroep in om infectieziekten systematisch en grootschalig te bestrijden. Dat doet zij door het creëren van wereldwijde netwerken. Zo nam zij het initiatief voor het oprichten van het NoroNet-netwerk voor onderzoek aan norovirussen: de verwekkers van buikgriep. En bij de ebola-uitbraak in Afrika in 2015 leidde zij de inzet van drie, door Nederland verstrekte, mobiele laboratoria. Hierdoor verminderde de tijd nodig om de diagnose te bevestigen van drie dagen tot zes uur. Tijdswinst die van groot belang is voor patiënten en helpt bij de indamming van een volgende uitbraak.

 

Nieuwsgierig

De Spinozapremies belonen de wetenschappelijke kwaliteit van het fundamentele onderzoek.  Gielen noemt dit type onderzoek ‘nieuwsgierigheidsgedreven’ onderzoek. En nieuwsgierig zijn de laureaten inderdaad. De dochter van celbiologe Anna Akhmanova zegt bijvoorbeeld over haar moeder dat zij ‘een tomeloze behoefte heeft om te onderzoeken’. Die onderzoeksdrift blijft niet beperkt tot haar onderzoeksterrein van de celbiologie van het celskelet; in de outback van Australië ging zij een rivier in om krokodillen van dichtbij te kunnen zien.

 

Maatschappelijk relevant

Dat de Spinoza-laureaten fundamenteel onderzoek doen, neemt niet weg dat zij ook gedreven zijn om met hun onderzoek bij te dragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken; hun horizon ligt alleen veel verder weg.

Zowel Akhmanova als Dogterom willen bijvoorbeeld met hun onderzoek aan het cytoskelet beter begrijpen wat er gebeurt in cellen. Als je weet hoe gezonde cellen werken, begrijp je ook beter wat er in een cel misgaat bij ziekten als kanker, ALS of de ziekte van Alzheimer.

Dogterom gaat met het geld van de Spinozapremie een levende cel nabouwen om deze beter te kunnen doorgronden. Akhmanova bekijkt de cel vanuit biologisch perspectief en wil graag in zeer hoge resolutie zien hoe moleculen in de levende cel hun werk doen en hoe dat bijvoorbeeld verandert tijdens ziekte.

John van der Oost is een van de grondleggers van de CRISPR-Cas-techniek. Met deze techniek kan men gericht genen verwijderen, toevoegen of veranderen. Van der Oost ontdekte hoe het CRISPR-Cas-systeem bijdraagt aan de bacteriële afweer tegen virussen. Met de Spinozapremie wil hij onderzoeken hoe de techniek anders of beter kan.

Carsten de Dreu is sociaal psycholoog en doet onderzoek naar conflicten, onderhandelingsprocessen, besluitvorming en creativiteit in kleine groepen. Met de premie wil hij een interdisciplinaire onderzoeksgroep opzetten. Met deze groep gaat hij een, in de neurobiologie verankerd model, ontwikkelen van samenwerking en conflicten binnen en tussen groepen. Zijn speciale interesse gaat uit naar de besluitvorming rondom klimaatverandering.

 

Samenwerken

De Dreu is niet de enige onderzoeker die over de grenzen van zijn eigen vakgebied heen kijkt. Kenmerkend voor alle laureaten is dat zij samenwerking hoog in het vaandel hebben staan. Dat geldt voor samenwerking met (jonge) onderzoekers en studenten in hun eigen onderzoeksgroepen en met mensen daarbuiten. De Graaf ontwikkelde het ‘Terinfo-project’ samen met hoogleraren pedagogiek Micha de Winter en Mariëtte de Haanen en adviseert verschillende organisaties en personen in en buiten Nederland. Koopmans is de spin in het web van vele netwerken rond infectieziektebestrijding, Van der Oost staat in nauw contact met collega-onderzoekers over de hele wereld als het gaat over de CRISPR-Cas-techniek en gaat graag eens buurten, zo kondigde hij aan, bij Akhmanova en Dogterom. En deze laatste twee vrouwen werken al jarenlang samen en ontvingen nu niet alleen ieder een Spinozapremie, maar kregen samen eerder ook al een Europese beurs voor hun onderzoek aan het cytoskelet.

 

Lees ook

Nieuw onderzoek gepresenteerd op NWO Bessensap 2018