Thomas Swierts, Naturalis Biodiversity Center, UvA laat ons kennismaken met de reuzenbekerspons
Swierts deed DNA onderzoek bij reuzenbekersponzen om te verifiëren of de tot nu toe gebruikte subsoorten-indeling overeenkwam met DNA verschillen. Hij vond intrigerende afwijkingen. Hoe deze te verklaren?

Ik (Joanna Schopman) had er nog nooit van gehoord en dat terwijl het reuzen zijn ter grootte van een badkuip. De reuzenbekerspons is de grootste op aarde, die ook nog eens meer dan duizend jaar oud kan worden. De spons zit vast aan de aarde en komt voor op koraalriffen onder andere bij Curaçao, Egypte, Indonesië en Australië. Interessante schepsels dus!  Ook voor de farmaceutische sector omdat uit deze sponsen stoffen kunnen worden gemaakt om indringers af te schrikken. Daarnaast bevat de reuzenbekerspons veel verschillende soorten bacteriën, waarmee een nauwe samenwerking bestaat. Bijzonder hierbij is, dat deze sponssoort zowel eicellen als zaadcellen produceert en afscheidt, al gebeurt dat niet per definitie tegelijkertijd. 

Ook al produceert een spons beide cellen. Het niet tegelijkertijd afscheiden van cellen, lijkt te duiden op bevruchting met andere sponsen.


Determinatie

De determinatie van de verschillende subsoorten van deze reuzenbekerspons gebeurde tot nu toe op basis van vindplaats en vorm. De twee vindplaatsen die werden geacht de soort mede te bepalen, waren de Caraïben en Indonesië.  Alle reuzenbekersponzen hebben de vorm van  een soort ronde badkuip, maar de buitenkant is herkenbaar verschillend. Ze kunnen een soort lengteribbels hebben, of platen, of een soort stekelige vorm. Silicanaaldjes in de buitenwand zorgen ervoor dat die vorm levenslang behouden blijft.

Volgens de tot nu toe gangbare indeling zouden drie Indonesische en drie Caraïbische soorten te onderscheiden zijn.


DNA analyse

Swierts wilde door middel van DNA-analyse verifiëren of deze tot nu toe gebruikte subsoort-indeling klopt. Hij reisde naar koraalriffen om DNA-monsters te verzamelen en deze daarna te vergelijken en wat blijkt: de twee gebieden vormen geen gescheiden verschillende soorten. Er zijn DNA overeenkomsten tussen deze beide gebieden. Soms hebben twee buren-bekersponzen heel ander DNA. Deze bevinding staaft de tot nu toe gebruikte gebiedsindeling als determinatiemethode niet.


Werk aan de winkel

Swierts heeft dus  interessante afwijkingen van het verwachte DNA gevonden, hetgeen om nadere analyse vraagt.

Het roept ook een intrigerende vraag op: Hoe konden deze genetische overeenkomsten ontstaan tussen soorten die een halve aardbol van elkaar verwijderd aan de grond vast zitten? Misschien horen we meer op een volgend “Bessensap” symposium.