5 minuten lezen

 

Als je opgroeit in Zuid-Limburg, door je vader op talencursus wordt gestuurd naar Brussel en Bonn en daarna kiest voor de Duitse taal- en letterkunde in Utrecht, als je na diverse onderwijsbanen nog steeds trainingen zakelijk Duits in het bedrijfsleven geeft en regelmatig een schildercursus volgt op een mooie plek in Duitsland, dan kan het bijna niet anders of je probeert vanuit je woonplaats in de Achterhoek contacten te leggen met geïnteresseerde vrouwen aan beide kanten van de grens. De weerslag van een gesprek met Heleen Posthumus, VVAO-lid afdeling Zutphen Achterhoek, in haar kunstzinnig ingerichte bungalow in Ruurlo.

 

 

Talenten ontplooien

De beide grootvaders van Heleen kwamen met hun echtgenotes vanwege de goede werkgelegenheid begin vorige eeuw naar Zuid-Limburg. Zij vonden in Heerlen, destijds het middelpunt van de mijnbouw, werk als bouwkundige en financieel adviseur bij de staatsmijnen. Ze behoorden daardoor tot de ‘witte-boorden-elite’ en vormden een kleine groep met privileges, midden tussen de geboren Limburgers. Heleens vader vond als ingenieur eveneens werk bij de mijnen.

Haar ouders vonden het belangrijk dat de vier kinderen hun talenten konden ontplooien. In haar gymnasiumtijd ging Heleen op tekenles en toen ze niet wist welke studie te kiezen (de kunstacademie vond haar vader geen goed idee), stuurde hij haar op zomercursus naar Brussel (Frans) en Bonn (Duits). Het werd Duits studeren in Utrecht. Heleen vond de studie interessant, deed tentamens, maar met vertalen had ze moeite. Uiteindelijk brak ze haar studie af, bleef in Utrecht wonen en zette zich actief in voor de vakvereniging Duits en de UVSV, de Utrechtsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging.

 

Portret Heleen Posthumus
Heleen Posthumus: "Ik mag graag scheppend bezig zijn."

 

Met diverse studentenbaantjes ontwikkelde ze haar creativiteit en organisatietalent verder. Zo toverde ze de toenmalige concertzaal Tivoli aan het Lepelenburg om tot feestlocatie voor de jubilerende Erdalfabriek uit Amersfoort, bekend van zijn schoencrèmes en werd ze met andere studenten geselecteerd om bezoekers rond te leiden (strak in het pak) in het Utrechtse Jaarbeursgebouw. Daar vond de tentoonstelling ‘Atoms for peace’ plaats, een initiatief van de Verenigde Staten onder president Eisenhower met als doel Europa vertrouwd te maken met een vreedzaam gebruik van kernenergie.

 

Studie en carrière weer op de rails

Heleen trouwde jong en toen haar man, die geschiedenis studeerde, in Dordrecht een baan kreeg verhuisden ze daar naartoe. Met drie zoons op de middelbare school, pakte zij haar studie Duits weer op. MO-A en MO-B sloot zij af met het doctoraal examen aan de KUN (Katholieke Universiteit Nijmegen, nu Radboud). Inmiddels was ze als veertigjarige in het onderwijs terecht gekomen; eerst op een school voor HAVO en VWO in Oud-Beijerland, daarna op het MBO in Dordrecht, waar haar voorliefde voor literatuur moest wijken voor praktisch gericht onderwijs. “Naast mijn werk als docent Duits, ben ik in ‘de Buitendienst’ terechtgekomen. Daarbij bleef ik onder contract van de school en verzorgde ik bloktrainingen bij bedrijven. Dat doe ik nu nog steeds; ik geef regelmatig trainingen op locatie.”

 

Duits-Nederlandse bedrijfsbezoeken met studenten

Via het MBO in Dordrecht legde Heleen contacten met een uitwisselingsschool in Viersen (Duitsland). “Ik heb altijd geprobeerd, op het MBO en bij de lessen Duits van de kopstudie Industrial Sales aan de HTS in Dordrecht, bedrijfsbezoeken te organiseren.

 

Ik heb keer op keer ervaren dat ze meer leren naarmate de opdracht hun interesse heeft.

 

Aan een jongensklas, die wel geïnteresseerd was in auto’s (en minder in Duits) liet ik in de les een video zien van races op de Nürburgring en paste het lesprogramma daarop aan. Ik liet hen in het Duits praten over wat hen opviel. Iedereen doet dan mee. Ik heb keer op keer ervaren dat ze meer leren naarmate de opdracht hun interesse heeft.”  Een bedrijfsbezoek aan Opel rondde het project af. “We bezochten daar in de buurt een McDonalds en het was er zo vuil, dat ik van de nood een deugd heb gemaakt en de leerlingen op school de opdracht gaf een officiële brief in het Duits aan de vestigingsmanager te schrijven over de gebrekkige hygiëne. Theorie en praktijk kwamen samen. Als beloning ontvingen de leerlingen een officieel schrijven terug met een aantal ‘Gutscheine’ voor een volgend McDonalds-bezoek.”

 

VVAO-contacten en Duits-Nederlandse vrouwencontacten

Over haar VVAO-lidmaatschap zegt Heleen: “Ik ben in Dordrecht lid geworden omdat ik meende dat de VVAO een netwerkfunctie had. Dat bleek niet het geval, wel kreeg ik er veel leuke contacten, zat in de lustrumcommissie en het bestuur. In 2002 verhuisden we in de (pre)pensioenfase naar Ruurlo en toen heb ik me meteen bij de afdeling Zutphen Achterhoek aangemeld. Het voelde als een gespreid bedje. Ik ga regelmatig naar de algemene avonden en verder ben ik lid van de kring VOV (Vrouwen op Verkenning of Verbinding, Ontwikkeling, Verdieping en andere varianten).”

Heleen beaamt dat het fijn is met gelijkgestemden om te gaan maar het gebrek aan belangstelling van Nederlandse zijde voor wat er aan de andere kant van de grens gebeurt, vindt ze teleurstellend. Ze vertelt over Frauenbrücke Deutschland-Niederlande, die in 2014 werd opgericht. “In Ruurlo las ik een paar jaar geleden in een huis-aan-huis-blad over een bijeenkomst in Lichtenvoorde met als doel contacten tussen Duitse en Nederlandse vrouwen te versterken. Het was een drukbezochte thema-avond rond het thema ‘zorg’. Maar de inhoudelijke betekenis van ‘zorg’ en ‘Sorge’ was vooraf niet helder doorgesproken met de inleiders, waardoor er miscommunicatie ontstond. In Nederland betreft ‘zorg’ het hele spectrum aan zorg van jong tot oud, terwijl de focus aan Duitse zijde meer op ouderenzorg is gericht.”

 

Actieve Duitse vrouwen

“Het is helemaal goed gekomen”, vertelt Heleen, “en dan merk je hoe nuttig zulke ontmoetingen zijn; er valt veel van elkaar te leren. Ik constateer wel dat de Duitsers beduidend actiever zijn in het organiseren van vrouweneducatie dan de Nederlanders. Dat is deels verklaarbaar: in veel Duitse steden wordt een Gleichstellungsbeauftragte aangesteld, die zich actief inzet voor de verbetering van de positie van vrouwen op veel terreinen. In Nederland is een dergelijke functie binnen de gemeenten niet bekend.”

 

 

Frauenbrücke Deutschland-Niederlande  in Borculo

Met een Duits-Nederlandse vrouwengroep in Borculo

 

 

Heleen organiseerde voor Frauenbrücke Deutschland-Niederlande onlangs een excursie naar Borculo met een bezoek aan Museumboerderij De Lebbenbrugge en een bezoek aan de burgemeester van de gemeente Berkelland, die twee dagen van plaats had gewisseld met zijn Vredense ambtsgenoot en over de verschillen vertelde. Ondanks oproepen in de krant waren er niet meer dan zeven Nederlandse vrouwen aanwezig, terwijl aan Duitse kant 30 vrouwen met de bus naar Borculo kwamen. “Hoe kàn dat nou, vraag ik mij af. Er wonen hier toch voldoende ontwikkelde, geïnteresseerde Nederlandse vrouwen. Waarom ontbreekt de interesse elkaar te ontmoeten? Als je de Duitse vrouwen hoort spreken over wat ze in Nederland allemaal interessant, mooi en lekker vinden, als je hoort hoe graag ze naar de markt in Winterswijk gaan en ziet hoe enthousiast ze waren over het bezoek aan Borculo, dan schaam je je gewoon dat die interesse er andersom niet lijkt te zijn.”

 

Hoe kàn dat nou, vraag ik mij af. Er wonen hier toch voldoende ontwikkelde, geïnteresseerde Nederlandse vrouwen. Waarom ontbreekt de interesse elkaar te ontmoeten?

 

Voor de Bocholter vrouwen wordt jaarlijks een interessante vierdaagse studiereis georganiseerd door de DEPB (Deutschland- und Europapolitisches Bildungswerk NRW), die elk jaar volgeboekt is. Voor Nederlandse vrouwen worden een paar plaatsen vrijgehouden, maar Heleen zegt dat zij meestal niet meer dan twee Nederlandse medereizigers heeft. Dit jaar ging de reis naar Hannover en Hildesheim, volgend jaar staan Straatsburg en de Elzas op het programma.

Toch wordt er wat betreft de Duits-Nederlandse samenwerking in de regio Achterhoek-Borken de laatste jaren veel gedaan. Heleen somt op: “Onlangs togen Duitse en Nederlandse burgemeesters uit het grensgebied samen naar Den Haag om aandacht te vragen voor de problemen waar ze tegenaan lopen. De Grenzhoppers’ werden opgericht, een vrijwillig samenwerkingsverband van Nederlandse en Duitse gemeenten, bedrijven en sociaal-culturele organisaties in de grensregio. Het doel is een regionaal platform te bieden voor kennisdeling. Daarvoor worden werkgroepen gevormd en netwerkevenementen georganiseerd. Ook lokale en regionale vrouwenorganisaties kunnen hierbij aansluiten.”

 

Hellen Postumus in gesprek met Duits en Nederlandse  burgemeesters

In gesprek met een Duitse en Nederlandse burgemeester over kunst in hun gemeenten

 

 

Internationale kunst

Als we de beeldende kunst als onderwerp nemen, merk je meteen dat dit een belangrijk onderdeel vormt van het levensplezier van Heleen. Zelf creëren, schilderen (en soms beeldhouwen) is haar levenselixer. Zij volgt cursussen in binnen- en buitenland. Inmiddels heeft zij een uitgebreid grensoverschrijdend kunstenaarsnetwerk opgebouwd.

 

Heleen Posthumus op schildercursus

Schildercursus, augustus 2019 in Bochum (DE) 

 

 

“Samenwerken aan projecten is geweldig inspirerend en soms kun je via zakelijke contacten tot een tentoonstelling over de grens komen”. Niet alleen kunstenaars brengt Heleen bij elkaar; af en toe weet ze ook wethouders en burgemeesters via de kunst tot samenwerking te motiveren. Ze stopt er veel energie en tijd in, maar geniet, als het succesvol is. In 2014 was zij betrokken bij Familiekronieken, een internationaal kunstproject, in een voormalige textielfabriek in Bocholt. In 2017 was ze curator van een expositie in de Stadtgalerie van Sundern (Sauerland), waarvoor ze mede het kunstcollectief Diversity oprichtte. Momenteel bereidt ze met de burgemeester van Berkelland het tegenbezoek in 2020 voor.

 

We zijn als VVAO goed in netwerken onderling; soms vergeten we dat de mogelijkheden vlakbij (België/Duitsland) voor het oprapen liggen.

 

Verbinding over de grens

Heleen ziet veel kansen om verbinding te zoeken met vrouwen over de grens, zeker voor de VVAO. “We zouden goed onze aandacht kunnen richten op vrouwennetwerken in onze buurlanden Duitsland en België of op kleinschalige maatschappelijk relevante vrouwenprojecten.” We zijn als VVAO goed in netwerken onderling maar soms vergeten we dat de mogelijkheden daarvoor ook vlakbij (België/Duitsland) voor het oprapen liggen.”

 

 

 

Lees ook het interview van Anna Schimmel met kunsthistorica Sanne Frequin