Waarom nog Couperus lezen? Is dat niet een schrijver uit het fin de siècle die ons nu niet veel meer te zeggen heeft? Mede gezien nieuwe toneelbewerkingen van moderne regisseurs en de aandacht van opiniemakers als Bas Heijne, luidt het antwoord: ja het heeft nog steeds zin. En niet alleen uit literair-historisch oogpunt.

 

Angst en schoonheid

Het essay van Bas Heijne over de existentiële levensvragen van Louis Couperus heeft als titel:  Angst en Schoonheid, Louis Couperus, de mystiek der zichtbare dingen. Sinds deze publicatie uit 2013 staat de kosmopolitische schrijver weer behoorlijk in de belangstelling. Nieuwe toneelbewerkingen van enkele romans zijn de afgelopen jaren opgevoerd zoals onlangs Eline Vere in de Haagse Koninklijke Schouwburg en De Stille Kracht in Amsterdam.

 

 Couperus was zijn tijd ver vooruit

 

In december 2016 volgt de toneeluitvoering naar de roman Van oude menschen de dingen die voorbijgaan. De laatste twee moderne bewerkingen zijn van Ivo van Hove. De toneelregisseur roemt Couperus omdat hij zijn tijd ver vooruit is. Hij schrijft over families "die worstelen met hun zinnelijkheid, hun geloof, hun angst voor de vergankelijkheid". Die thema's zaten al volop in zijn debuutroman Eline Vere (1889) dat het meest bekend is bij het grote publiek.

Het verhaal verscheen eerst in wekelijkse afleveringen in de Haagse krant Het Vaderland. En iedereen sprak erover. “Heb je het al gehoord, Eline Vere is dood”, werd gefluisterd in de Haagse straten, na de aflevering waarin Eline teveel morfinedruppels had ingenomen. Al of niet bewust. Dat laat hij in een meesterlijke scène in het midden. Deze roman is in vele talen vertaald, net als een groot aantal andere romans. Onlangs verschenen nog vertalingen van zijn werk in het Russisch en in het Urdu (Pakistan). 

 

Eigen museum

Couperus behoort tot de weinige schrijvers in Nederland die een eigen museum heeft. Het zetelt in een woonpand aan de Javastraat 17 in de Haagse wijk Archipel. Dat is ook de wijk waarin Couperus is geboren en waar hij een deel van zijn jeugd heeft doorgebracht. Ook vormt de Archipelwijk het decor van zijn Haagse romans.

Op zijn negende vertrekt hij met zijn ouders naar Batavia om zes jaar later met het gezin terug te keren naar Den Haag. Zijn vader werd daar raadsheer. Andere familieleden hebben eveneens functies in het openbaar bestuur in voormalig Nederlands-Indië bekleed. Niet voor niets dus dat hij zijn roman De Stille Kracht (1900) situeerde in deze kringen. Hij kon de zeden en gewoontes van de Indische Nederlanders en de oorspronkelijke ingezetenen van nabij aanschouwen. Later bezoekt hij de eilandengroep meermaals, ook als correspondent.

 

Couperus en avant-gardisme

Het museum werd in 1996 opgegricht door dr. Caroline de Westenholz, nazaat van voordrachtskunstenaar Albert Vogel. Vogel droeg in binnen- en buitenland voor uit het werk van Couperus. In de jaren zestig runde hij met Leo Verboon, een internationale galerie in het pand aan de Javastraat 17. Onder de naam galerij Orez (omgekeerde van ZERO) gaf het onderdak aan de internationale ZERO-kunststroming met o.a. de Duitse kunstenaars Otto Piene en August Macke en de Japanse kunstenares Yayoi Kusama. De Nulgroep was de Nederlandse variant met onder anderen Armando, Henk Peeters en Jan Schoonhoven. Deze beweging wilde "de werkelijkheid funderen als kunst" zoals de nu internationaal beroemde kunstenaar Schoonhoven het verwoordde.

 

 De werkelijkheid funderen als kunst

 

 

Het avant-gardisme in het werk van Couperus verbindt de schrijver met de ZERO-kunstenaars. Couperus schreef tenslotte over het toen nog precaire onderwerp echtscheiding en over vrouwelijke seksualiteit. Rond 1900 vonden de lezers zijn boeken even zedeloos als de toeschouwers de erotische kunst van Yayoi Kusama vonden in 1965.